Home

Klimaatverandering bedreigt plantensoorten die cruciaal zijn voor inheemse volkeren in het Amazonegebied

Natuur Duizenden jaren lang hebben inheemse volkeren kennis opgebouwd over nuttige planten in het Amazonegebied. Veel van die planten dreigen verloren te gaan.

Luchtbeeld van het Amazone-regenwoud in het noorden van Brazilië.

De voortgaande klimaatverandering zal een flinke klap uitdelen aan de inheemse kennis van planten in het Amazonegebied. Lokale inheemse groepen zullen over vijftig jaar ongeveer 30 procent van de voor hen nuttige planten verloren hebben, door verdroging, opwarming en andere klimaateffecten. Dat blijkt uit een grote berekening naar de effecten van klimaatverandering in het Amazonewoud. Zwitserse en Amerikaanse onderzoekers publiceren hun onderzoek deze week in Nature. De planten die gebruikt worden als medicijn zullen zwaarder onder klimaatverandering lijden dan de voedselgewassen, berekenden ze ook.

De flora in het regenwoud van de Amazone is de meest gevarieerde in de wereld, en al 13.000 jaar wonen er mensen. In al die millennia hebben de inheemse culturen het uitgestrekte woud behoorlijk naar hun hand gezet, zo wordt de laatste jaren steeds meer duidelijk. Niet alleen komen uit het gebied 83 gedomesticeerde landbouwgewassen, van de aardappel tot de chilipeper, maar ook groeien nuttige planten opvallend breed verspreid door het woud, aangeplant en verzorgd door jager-verzamelaars. Uit het nu gepubliceerde onderzoek blijkt dat juist de planten die door inheemse groepen gebruikt worden de zwaarste klappen zullen krijgen, zwaarder dan niet-gebruikte planten. Als bij de modellen ook rekening wordt gehouden met de voortgaande verdwijning van inheemse talen zal over vijftig jaar ongeveer een kwart van de totale inheemse plantenkennis zijn verdwenen.

De onderzoekers onder leiding van Rodrigo Cámara Leret (Universiteit van Zürich) stelden vast dat in hun verzameling van 700 vooral botanische verslagen en onderzoeken uit de periode 1504 tot 2023 ruim negentigduizend keer iets gezegd wordt over het plantengebruik door indianen in het Amazonegebied, als voedsel, als medicijn of in een cultureel of religieus gebruik. Het gaat daarbij om minstens 5.796 afzonderlijke plantensoorten, ongeveer een derde van het totaal aantal bekende plantensoorten uit het gebied en twee keer zo veel als tot nu toe werd gedacht.

Slechts een klein aantal van die plantensoorten wordt door véél inheemse culturen gebruikt, 211. Het gebruik en de kennis van de rest blijven beperkt tot één of enkele inheemse groepen, tezamen dus een enorme hoeveelheid kennis, maar ook kwetsbaar. De plantensoorten die het meest gebruikt worden door inheemse Amazonegroepen zijn allemaal palmen, met de perzikpalm (Bactris gasipaes) als nummer een, die met zijn voedzame vruchten (wel eerst twee uur koken) in 178 vermeldingen genoemd wordt en gebruikt wordt door 58 inheemse groepen. Nummer twee is de patawa (Oenocarpus bataua) die met zijn olierijke vruchten 176 keer genoemd wordt in de database en door 60 groepen gebruikt wordt.

Een perzikpalm in het regenwoud bij de Braziliaanse stad Manaus.

Verre van compleet

De onderzoekers bouwden een indrukwekkende database, maar geven ook toe dat hun gegevens verre van compleet zijn. In de gebruikte etnografische en botanische beschrijvingen komt maar 60 procent van de bekende inheemse groepen voor, 243 van de 400, waarvan 48 al zijn uitgestorven. En een klein aantal inheemse culturen domineert de cijfers, die zijn het best onderzocht. En dan hebben de onderzoekers in hun berekening ook geen rekening gehouden met de andere bedreigingen voor de inheemse culturen in het Amazonegebied: ontbossing, brand en mijnbouw.

Maar liefst de helft van de gegevens over plantengebruik komt van vijf culturen (van de in totaal 400) , waarvan de nog altijd talrijke Quechua uit het Andesgebied met 17 procent het hoogst scoort. Met 11 procent van de gegevens staan de Waorani uit Ecuador op de tweede plek. Die groep, die pas in 1958 in contact kwam met de buitenwereld, bestaat uit 2.000 leden. De Secoya, met 1.500 leden in Peru en Ecuador, is goed voor 8 procent. De Cofán uit Columbia beheren zo 7 procent van de plantenkennis in het nu gereconstrueerde ‘planteninformatieweb’. De Shuar, een inheemse groep uit Ecuador, is goed voor 4 procent.

Strijder voor de taal en cultuur van die Shuar is dichter en radiopresentator Maria Clara Sharupi Jua (1963). In Mejentsamek anamrukia, een van haar gedichten in de Shuar-taal, komt de sterke band met de plantenwereld goed tot uiting. Het is een liefdesgedicht. „Maak mijn haar los met je zachte vingers / ontdek met je handen het heilige geurlied van de sekut / maak mijn makich-enkelband los / haal de shakap-band van mijn heupen.” Sekut is een sterk geurende vanillebloem die diep in het woud groeit. En de ceremoniële makich-enkelband is net als de shakap-heupband een muziekinstrument, een soort rammelaar gemaakt van doorboorde boomzaden, vol magische en medicinale kracht.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Klimaatverandering

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next