Home

50 jaar North Sea Jazz in 21 legendarische momenten

50 jaar North Sea Jazz Vijftig jaar North Sea Jazz is vijftig jaar dwalen tussen zalen, onverwachte ontmoetingen en concerten die nog lang blijven nazinderen. Van Ella Fitzgerald tot D’Angelo, van nachtelijke jams tot nieuwe generaties die hun doorbraak beleefden: het festival werd een levend geheugen van jazz, soul, funk en alles daartussen. 21 momenten markeren de hoogtepunten van een halve eeuw muzikale geschiedenis.

Rachelle Ferrell in 1991.

Oorsprong & groei

1Het Begin

Paul Acket in 1979: „Alles wat goed is, moet te zien zijn op ons festival.”

Tijdens een zomer in Nice bezochten impresario Paul Acket en zijn vrouw een openluchtfestival van collega George Wein. Op drie podia klonk tegelijk jazz, publiek dwaalde rond zonder vaste zitplaatsen. Acket vond het een prachtidee. De Ackets hadden net hun bladen Muziek Expres en Popfoto verkocht aan de VNU en besloten een eigen festival te beginnen: North Sea Jazz, in zes zalen van het Nederlands Congresgebouw in Den Haag. „Alles wat goed is, moet te zien zijn op ons festival”, vond Acket. Zijn vrouw hield het praktisch: „Maar niet in de openlucht, want de kans op regen is te groot.”

De eerste editie in 1976 bracht meteen Sarah Vaughan, het Count Basie Orchestra, Ray Charles, Sun Ra en Dizzy Gillespie naar Den Haag. Een succes was het nog niet: slechts vijfduizend bezoekers in drie dagen, verlies voor de organisatie en gemopper van jazzpuristen over de commerciële, massale opzet. Maar de Paul Acket Agency zette door, met extra zalen en tenten op het dak – want: „Alles wat goed is, moet te zien zijn op ons festival.” Inmiddels trekt North Sea Jazz, al sinds 1993 met alle draaiboeken verkocht aan Mojo Concerts, jaarlijks ruim 90.000 bezoekers, zo’n 1.300 artiesten op dit jaar 17 podia en geldt het als het grootste indoor jazzfestival ter wereld, met ook pop, soul, funk, blues en latin.

2Mondiale jazzelite

Tussen 1980 en 2000 groeide North Sea Jazz uit tot een plek waar je in één weekend rustig de hele internationale jazztop trof, namen als Miles Davis, Herbie Hancock, Chick Corea, Wayne Shorter, George Duke, David Sanborn en Michael Brecker. Saxofonist Hans Dulfer trok de kar een tijd met illustere Tenor Battles, waar onderlinge onmin wel even op het podium werd weggeblazen. En de Nederlandse scene speelde zich een slag in de rondte, als invallers, sidemen bij Amerikaanse solisten, en dan rustig een paar uur later met hun eigen groepen.

3De mythische nachtelijke jams

Marcus Miller en Roy Hargrove tijdens een nachtelijke jamsessie in het Hilton hotel in Rotterdam, 2009.

Van een statig hotel veranderde het Haagse Hotel Bel Air, op een steenworp van het Congresgebouw, dertig jaar lang in een jazzfort. Chet Baker, Miles Davis en Dizzy Gillespie logeerden er, platenmaatschappijen hielden er kantoor en fans hoopten een glimp van hun helden op te vangen — soms zelfs via een kattenluikje. In de lobby ontmoetten musici uit de hele wereld elkaar, in de bar gingen dampende jazzjams tot diep in de nacht door. Tegen half drie kon je er zomaar Roy Hargrove of Marcus Miller op het podium zien stappen. Die roemruchte nachten werden onderdeel van de North Sea-mythologie; in Rotterdam leeft die geest nu voort in clubs als Bird.

4De NSJ-affiches

Het jazzfestijn kreeg een eigen gezicht. Eerst waren er de stijlvaste zwart-witaffiches met monumentale portretten van grootheden als Miles Davis, Ella Fitzgerald, James Brown en Ray Charles. Later ontwierp de surrealistische kunstenaar Rafal Olbinski zijn iconische trompet met zeilen, jarenlang het beeldmerk van North Sea Jazz. Sindsdien is het traditie dat kunstenaars jaarlijks een festivalposter maken; in 2000 leverde ook Karel Appel een kleurrijke bijdrage.

5Van hofstad naar havenstad

In 2006 vindt North Sea Jazz voor het eerst plaats in Rotterdam.

In 2006 verruilde North Sea Jazz na dertig jaar Den Haag voor Rotterdam Ahoy. De verhuizing leidde tot scepsis: kon in de immense Ahoy-hallen en het voormalige Sportpaleis dezelfde intieme festivalsfeer ontstaan? Veel keuze was er niet, want de sloop van belangrijke zalen in het Congresgebouw dwong het festival tot een nieuwe koers. Rotterdam greep zijn kans en kreeg gelijk. Met Randy Newman, Jamiroquai en Buddy Guy doorstond het festival zijn vuurdoop glansrijk. De vrees voor afschuwelijke galm in ‘het beton van het Sportpaleis’, voor sfeer- en zielloze concerten en verloren gaande Haagse nostalgie bleek ongegrond. Sterker: North Sea Jazz, bruisende bijenkorf van jazz, blues, funk en soul, was gewoon beter af.

6Rampjaar 2010

Het om de wk-finale voetbal uitgestelde concert van Stevie Wonder op North Sea Jazz in Ahoy, 2010.

Wat ging er organisatorisch níét mis? De opbouw van het festival stagneerde door de Tour de France die Ahoy rommelig achterliet en een verbouwing. Het tropische weer leidde tot noodweer waardoor podia dicht moesten. De kaartverkoop bleef achter door gelijktijdig optreden zaterdag van Prince in Gent. En dan was er ook nog een historische WK voetbalfinale die Nederland kon winnen…

Tot zijn verbazing moest singer-songwriter Ben Harper er eerder voor stoppen. Door de verlenging én het verlies van de wedstrijd begon headliner Stevie Wonder, eindelijk eens op het festival, erg laat. Die was duidelijk tegen zijn overvolle zaal: „Repeat after me: we won’t cry no more.”

Legendes

7Ella Fitzgerald

Ella Fitzgerald in 1985.

„There will never be another you”, zong Ella Fitzgerald op 3 juli 1979. De ‘First Lady of Song’ was toen 62, gloriedagen lagen achter haar, maar ze bleef een publiekstrekker. In de snikhete PWA-zaal van het Congresgebouw zong de Amerikaanse jazzdiva met het Paul Smith Trio. Haar stem miste soms de scherpte van vroeger, maar gaandeweg bloeide ze op: de scats werden losser, de uithalen uitbundiger, de grappen scherper. Dat camera’s bleven draaien en fotografen zich voor het podium verdrongen, irriteerde haar. Ze verzuchtte: „U heeft géén idee hoe heet het hier op het podium is.” Een heerlijk optreden, bekroond met twee toegiften.

8Miles Davis

Miles Davis in 1985.

Diep gebogen, in een felgekleurd jack en met de allure van een popster speelde Miles Davis op North Sea Jazz muziek van Michael Jackson en Prince. In 1991 was hij er voor het laatst, enkele maanden voor zijn dood. Maar het festival zag de trompettist in vele gedaanten. Waarover de fans nog spreken? Gedurende de jaren tachtig kwam hij zowat jaarlijks. Maar de show van 1984 in het bloedwarme Tuinpaviljoen als vedette voor een nieuw, jong publiek blies iedereen omver in jazz-funkomlijsting. Met Miles in rood leren jack én wandelstok vanwege zijn heup, gitarist John Scofield, bassist Darryl Jones en drummer Al Foster was het strakker, bluesgedrevener en subtieler dan zijn elektrische vuurwerk uit de jaren zeventig.

9Sonny Rollins

Sonny Rollins in 1990.

Tachtig jaar en toen pas voor de tweede keer op dit jazzfestival te horen. Sonny was er in 2010, eindelijk weer sinds 1978. Al ruim vijftig jaar actief, met John Coltrane de meest bewonderde en nagebootste stilist op de tenorsax, maakte tegen de honderd albums en speelde met nagenoeg alle grote improvisatoren en toch: nooit tevreden over de progressie. Het móést altijd beter. Stram en gebogen schuifelde de oude grijsaard met wilde haardos het podium op. En toen verbazingwekkend vlammend: een grommend betoog in lange halen.

10Ray Charles

Ray Charles in 1990.

Acht keer stond Ray Charles op North Sea Jazz, vanaf de eerste editie in 1976. In 1980 gaf hij zelfs twee concerten op één avond aan de vleugel, al begon het eerste twintig minuten te laat na een conflict over tv-opnames, dat pas werd opgelost toen een sponsor hem 5.000 dollar contant betaalde. Zijn laatste optreden volgde in 1997: in een zilveren jasje, de armen wijd alsof hij de hele zaal wilde omhelzen, leidde The Genius zijn bigband en vijf zangeressen (Raelettes) door een gloedvolle ‘Georgia on My Mind’ en een speelse uitvoering van ‘People Will Say We’re In Love’.

Talenten van de toekomst

11Young Lions

In de jaren tachtig en negentig diende zich in Amerika een nieuwe jazzgeneratie aan: de young lions. Onder aanvoering van Wynton Marsalis keerden jonge musici terug naar de akoestische hardbop en postbop, zonder in nostalgie te vervallen. Blazers als Roy Hargrove, Joshua Redman en Terence Blanchard verschenen als veelbelovende talenten en groeiden uit tot vaste waarden op North Sea Jazz. Vooral Hargrove werd er gekoesterd als een huisartiest: hij debuteerde er op jonge leeftijd, keerde bijna jaarlijks terug met eigen bands, sprong geregeld bij tijdens gastoptredens en was steevast de ster van de jamsessies in het artiestenhotel.

Ook de Nederlandse jazz beleefde met nieuwe namen als Michiel Borstlap, Benjamin Herman, Yuri Honing, Eric Vloeimans, Ben van den Dungen en Jarmo Hoogendijk een opleving die moeiteloos aansluiting vond bij de internationale top.

12Nieuwe stromingen

Nubya Garcia in 2018.

Naast de grote namen richt North Sea Jazz zich ook op nieuwe artiesten en opkomende scenes via verdiepende thema’s. Zo kreeg in 2018 de New British Invasion met Shabaka Hutchings, Nubya Garcia en Ezra Collective volop aandacht. Eerder belichtte Global Brooklyn NY (2010) een jazzscene die zich afzette tegen de traditionele en nostalgische jazzclubs van Manhattan. In de bars, pakhuizen en restaurants van Brooklyn zag North Sea Jazz juist een creatieve, voortdurend vernieuwende en sterk individuele jazzcultuur ontstaan, met volop speelmogelijkheden voor musici als John Escreet en Darcy James Argue.

13Amy Winehouse

Haar debuutplaat Frank was net uit, ze was een van de nieuwe talenten: plat Londens-direct, een opvallend rauwe stem én attitude. Amy Winehouse maakte in 2004 in een kleine lage kelderzaal op North Sea Jazz behoorlijk indruk. Ze was ontspannen, grappig. In 2007 zou ze er weer staan. Ze is onderweg, werd zelfs even gemeld. Maar haar alcohol- en drugsverslaving stond alles in de weg. Marcus Miller en Candy Dulfer namen waar – met ‘Rehab’ als duidelijk muzikaal advies.

14Van debutant tot publiekslieveling

Gregory Porter in 2011.

North Sea Jazz kent talloze verhalen van artiesten die ooit met knikkende knieën aan hun eerste optreden begonnen en uitgroeiden tot vaste waarden. Zanger Jamie Cullum bekende dat hij bij zijn poppy jazzdebuut in 2004 vooral ontzag voelde voor het kritische publiek van kenners. In het Paul Acket Paviljoen vloog zijn optreden voorbij – hij werd een publieksfavoriet, spelend in steeds grotere zalen. Cullum stond niet alleen. Ook artiesten als Candy Dulfer, Gregory Porter, Jacob Collier, Lakecia Benjamin en Avishai Cohen legden diezelfde weg af: van een eerste optreden in een kleine zaal naar volle podia. Misschien is dat wel de mooiste traditie van North Sea Jazz: niet alleen grote namen ontvangen, maar meemaken hoe nieuwe sterren ontstaan.

15Esperanza Spalding

Esperanza Spalding in 2011.

Ze was de underdog die de Grammy wegkaapte voor rapper Drake en tieneridool Justin Bieber, met Obama als fan. Esperanza Spalding, het kleine fenomeen dat sinds 2008 de New Yorkse jazzscene in vervoering bracht, liet zien dat jazz allesbehálve grijs en stoffig was. Fel en speels plukte ze aan de snaren van haar contrabas, terwijl haar stem vrij en licht door de muziek zweefde. Rotterdam omarmde haar meteen. Haar optreden in 2011 was een hoogtepunt: puur, avontuurlijk en van grote schoonheid.

Out of the box

16Samenwerkingen

Het is precies het spanningsveld dat North Sea Jazz zo interessant maakt: het is nooit alleen een jazzfestival geweest, maar ook een plek waar jazz, soul, funk, rhythm-and-blues, wereldmuziek en pop elkaar op onverwachte wijze ontmoeten. Dat Lady Gaga met Tony Bennett een plaat opnam wisten we. Maar de show van The Phil Collins Bigband met Oleta Adams (1998)? De Britse rocker Steve Winwood met de koning van de latin jazz Tito Puente en de Cubaanse trompetvirtuoos Arturo Sandoval (1998)? Of hoe de diepe tonen van tenorsaxofonist David Murray combineerden met de rauwe rasp van Macy Gray (2012)?

17Artist in Residence

Michael Brecker in 2004.

De Artist in Residence is het paradepaardje van North Sea Jazz: een internationale grootheid die drie dagen lang carte blanche krijgt. Wayne Shorter, Pat Metheny, Wynton Marsalis, George Duke en Michael Brecker benutten die vrijheid ieder op hun eigen manier – soms avontuurlijk, soms minder verrassend. Opzienbarend was de keuze voor de New Yorkse avant-gardist John Zorn. Als eerste vertegenwoordiger van de experimentele scene bracht hij onder meer zijn game piece ‘Cobra’, waarin hij met gekleurde bordjes en handgebaren musici naar grillige collectieve improvisaties dirigeerde.

In een jaar met carte blanches voor Colin Benders en Rudresh Mahanthappa ging uiteindelijk toch vooral één naam over de tong: Prince.

18Prince: drie nachten North Sea Jazz

Het was vijftien jaar geleden, in 2011, een wereldpremière: Prince gaf drie nachtconcerten, na afloop van iedere festivaldag. Eigenlijk hoopte hij op een eigen festival in Nederland, maar het werd een carte blanche voor drie nachtshows waarin hij alles tonen kon wat hij in huis heeft, als devote funkdiscipel, als overdonderende rockster. Of vrije jams met een jazz-attitude. Dat pakte wisselend uit. Maar North Sea was wel compleet in de ban van zijn eigenzinnigheid. In 2013 verraste Prince door plots bij Larry Graham, de voormalig bassist van Sly & The Family Stone, op het podium te stappen.

19Uitzonderlijk: The Diaspora Suite

In 2023 werd nadrukkelijk teruggekeken op het koloniale verleden met het thema Sounds of Diversity – A Shared Musical Heritage. De krachtige opening met The Diaspora Suite bracht het Metropole Orkest, het ZO! Gospel Choir en diverse gastartiesten als Arooj Aftab en Corinne Bailey Rae samen in een gelaagd concert waarin muzikale diversiteit centraal stond. Juist die combinatie van artistieke rijkdom en historische reflectie maakte het concert bijzonder, al was het niet eenvoudig om gretige festivalbezoekers lang vast te houden bij een inhoudelijk zwaar en soms confronterend programma.

20Vedette

D’Angelo in 2015.

Toen D’Angelo in 2000 debuteerde op North Sea Jazz, werd hij op slag een festivallegende. Met een onweerstaanbare mix van soul, funk, jazz en improvisatie gaf hij een zwoel, dampend concert dat nog altijd geldt als een van de meest memorabele uit de festivalgeschiedenis. Vijftien jaar later na een lange periode van artistieke twijfel en persoonlijke problemen keerde hij terug met Black Messiah, het album dat zijn wederopstanding markeerde. Het duurde even, maar toen werd de groove diep, de spanning constant voelbaar. Maatgevend en onvergetelijk.

Het geheugen van North Sea Jazz

21Herinnering

Jazztitanen: saxofonist Hans Dulfer met drummer Han Bennink, vorig jaar.

North Sea neemt een unieke plek in binnen het leven van jazzmusici. Van de Nederlandse scene stond vooral Han Bennink er het vaakst op het podium, mogelijk zelfs vaker dan drummer John Engels, al zeggen cijfers weinig: veel musici bewegen zich een heel weekend lang als sidemen of invallers van zaal naar zaal, vaak zonder repetitie, volledig op het moment spelend en afwachtend wat ontstaat. Vanaf de eerste noot is de verbondenheid groot en wil iedereen erbij zijn. Benjamin Herman groeide er als bandleider, Candy Dulfer maakte er als twaalfjarig talent haar debuut. Het beschrijven van North Sea Jazz is volgens vocaliste Dianne Reeves „alsof je een continent of wereldzee deelt”. Collega Rachelle Ferrell kon er ook nauwelijks woorden aan geven. Simpel: vóór haar debuut in 1991 kénde ze zichzelf nog niet als musicus.

North Sea Jazz Festival, 10-13 juli, in Ahoy Rotterdam. In totaal vinden meer dan 150 optredens plaats, verdeeld over 17 podia in en om Rotterdam Ahoy. De Artist in Residence is de Amerikaanse vocaliste Cécile McLorin Salvant. Naast de optredens zijn op het festival de fototentoonstelling 50 Jaar North Sea Jazz Fotografie en de interactieve North Sea Jazz 50 Years Experience te bezoeken. Op 16 juli is het precies vijftig jaar geleden dat de deuren van North Sea Jazz voor het eerst opengingen, toen nog in Den Haag. De opening van de jubileumeditie is vrijdagmiddag door koningin Máxima. Elke festivaldag sluit af met een NSJ50 Afterparty. Info: northseajazz.com

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next