IMF-ramingen De economische groei kan wereldwijd terugvallen en de inflatie oplopen nu vrede weer uit zicht is in het Midden-Oosten. Intussen profiteren Aziatische landen van de massale investeringen in AI, zegt het Internationaal Monetair Fonds.
Schepen in de Straat van Hormuz, deze woensdag.
Het staat er bijna als een plichtmatig zinnetje, in de jongste economische ramingen van het Internationaal Monetair Fonds die woensdag werden gepresenteerd. „De mogelijkheid van hervatting van het conflict in het Midden-Oosten is aanzienlijk”, staat er in het rapport, dat al aan journalisten was rondgestuurd voordat dinsdagavond en woensdag het oorlogsgeweld tussen de Verenigde Staten en Iran weer hevig oplaaide.
Dat het vorige maand gesloten bestand tussen de Verenigde Staten en Iran broos was, was al wel duidelijk. Maar dat uitgerekend op de publicatiedag van de IMF-ramingen het einde van het bestand zou worden aangekondigd door de Amerikaanse president, had ook het IMF niet kunnen bevroeden. Het onderstreept hoe moeilijk het is om prognoses te doen over de wereldeconomie, in deze tijden van ontwrichting en onrust. De Straat van Hormuz is weer onveilig terrein voor schepen, de Golfstaten worden weer aangevallen door Iran, en dus ontstaat weer opwaartse druk op de olie-, gas- en kunstmestprijzen. Dat betekent: lagere economische groei en hogere inflatie in de wereld.
De IMF-raming van woensdag is een update van het halfjaarlijkse rapport over de wereldeconomie (World Economic Outlook) van afgelopen april. Volgens de update komt de groei van het wereldwijde bbp dit jaar uit op 3 procent en volgend jaar op 3,4 procent. Die wijkt een fractie af van de Outlook in april (respectievelijk 3,1 en 3,2 procent).
De oorlog heeft duidelijk impact: in de jaren 2024-2025 lag de bbp-groei op gemiddeld 3,5 procent, merken de economen van het IMF op. De wereldwijde energieprijzen liggen ruwweg een kwart hoger dan voor de oorlog. Vooral consumenten en bedrijven in Azië, en in mindere mate in Europa, zijn getroffen door hogere benzine- en gasprijzen.
Die prijsschok werkt breed door. Wereldwijd nemen naar verwachting van het IMF de voedselprijzen met 8 procent toe dit jaar. De mondiale inflatie als geheel komt uit op 4,7 procent dit jaar en 3,9 procent volgend jaar. Het IMF ging in april nog uit van 4,4 respectievelijk 3,7 procent.
In de IMF-raming zou medio juli de Straat van Hormuz open gaan voor het scheepsverkeer – een aanname die alweer dreigt te worden ingehaald door de geopolitiek. Het IMF gaat uit van een olieprijs die dit jaar gemiddeld op 89 dollar per vat komt te liggen (daarbij neemt het IMF een gemiddelde van wereldwijde marktprijzen, waaronder Brent-Noordzeeolie). De prijs van een vat Brent-olie piekte in april en mei op krap 120 dollar, maar daalde daarna snel, naar ruim 70 dollar vorige week. Woensdagochtend schoot Brent-olie weer omhoog met ruim 5 procent naar 78 dollar.
Tot dusver, staat in het IMF-rapport, heeft de wereld de olie-aanbodschok aardig weten te doorstaan. Dat komt deels door de opmars van hernieuwbare energie, die bedrijven en burgers minder vatbaar heeft gemaakt voor zo’n schok. Het laat zien dat de energietransitie inmiddels bij instanties als het IMF geldt als macro-economisch voordelig, in plaats van louter als kostenpost.
Ook hebben regeringen tekorten aan olie opgevangen door strategische voorraden aan te wenden. Maar die voorraden komen nu op „het laagste niveau in jaren” terecht, noteert het Fonds. Daarvoor waarschuwde begin juni ook de directeur van het Internationaal Energieagentschap, Fatih Birol, in NRC. „We gebruiken onze strategische voorraden elke dag om tegemoet te komen aan de vraag. Het aanbod van olie wordt steeds krapper”, zei hij.
Hoeveel impact de oorlog tot dusver heeft, verschilt sterk per land. De Verenigde Staten, zelf een belangrijk olie- en gasexporteur, hebben er weinig last van. Daar blijft de economische groei op peil, met 2,3 procent dit jaar en 2,2 procent volgend jaar, zo verwacht het IMF. De eurozone daarentegen presteert zwak, met 0,9 procent verwachte bbp-groei dit jaar en 1,2 procent volgend jaar, waarbij de hogere kosten voor (geïmporteerde) energie een rol spelen. Nederland zit met 1,0, respectievelijk 1,3 procent iets boven het eurozonegemiddelde, Duitsland met 0,7, respectievelijk 1,0 procent eronder. De Chinese economie koelt mede door de hoge olieprijzen duidelijk af: vorig jaar was er nog 5 procent groei, dit jaar daalt deze volgens het IMF naar 4,6 procent en volgend jaar naar 4,1 procent.
De Iran-oorlog is zeker niet de enige factor die het beeld bepaalt in de wereldeconomie. De andere „grote kracht”, schrijft het IMF, is kunstmatige intelligentie. Wereldwijd gezien heeft de AI-boom de negatieve effecten van de Iran-oorlog verzacht, aldus het Fonds. In het eerste kwartaal van dit jaar viel de economische groei fors hoger uit dan verwacht in landen die sterk zijn in de export van technologie voor AI, zoals chips. Het IMF noemt Taiwan, Zuid-Korea, Thailand en Maleisië als voorbeelden. Zuid-Korea, dat zwaar afhankelijk is van geïmporteerde olie uit het Midden-Oosten, zag zijn bbp desondanks flink groeien, met 7,5 procent op jaarbasis. Dat is vier keer zoveel als het IMF in april nog verwachtte.
„Geïntegreerd zijn in de mondiale technologie-waardeketen” is voor landen een voorwaarde voor succes, stelt het IMF. Tegelijk is AI volgens het IMF ook een mondiaal economisch risico, op meerdere manieren. De hooggespannen verwachtingen van beleggers over toekomstige winsten van de AI-sector, en van productiviteitsgroei door AI, kunnen zomaar omslaan. Dan kunnen ook de massale investeringen die nu gaande zijn, „abrupt” inzakken.
Ook kan AI cyberveiligheidsrisico’s vergroten, stelt het IMF – mogelijk naar aanleiding van de opkomst van nieuwe AI-modellen die kwetsbaarheden in digitale beveiliging makkelijk kunnen vinden. Mogelijk werkt dit „ontwrichtend” voor betalingssystemen en „ondermijnt” dit het economisch vertrouwen, aldus het Fonds. Zo lijkt het patroon van opeenvolgende schokken dat de wereldeconomie de voorbije jaren kenmerkte, voorlopig aan te houden.