50 jaar De schaamte voorbij (1976) bracht de tweede feministische golf in een stroomversnelling en maakte van Anja Meulenbelt een feministisch boegbeeld.
Waarom werd De schaamte voorbij: een persoonlijke geschiedenis toch zo’n succes? Dat vraagt Anja Meulenbelt zich zelf af in haar voorwoord bij de laatste heruitgave (2025, De Bezige Bij). ‘Succes’ is nog zacht uitgedrukt: het was al een bestseller voordat er recensies verschenen, er volgden twaalf vertalingen en 22 Nederlandse herdrukken, er werden wereldwijd meer dan een half miljoen boeken van verkocht. Maar nog belangrijker: het bracht de tweede feministische golf in een stroomversnelling en ontketende een intieme revolutie. We hadden dit verhaal nodig, denkt Meulenbelt zelf. ‘We’, de vrouwen, maar ook de mannen. Nog regelmatig klampt een vreemde Meulenbelt op straat aan om te vertellen hoe ‘dat boek’ diens leven veranderde.
In De schaamte voorbij schrijft Meulenbelt over haar jeugd met twee ongelukkige ouders, haar moeder die veroordeeld was tot een leven als huisvrouw, en hoe de snelste uitweg een vakantievriendje was, van wie ze per ongeluk zwanger raakte, op haar zestiende. Vervolgens moest ze ook van hem wegkomen omdat hij gewelddadig bleek. Als alleenstaande moeder werd ze feminist, had ze vele relaties en verliefdheden, met mannen en een vrouw. De schaamte voorbij gaat bovenal over de twijfels, teleurstellingen en het ongemak dat ontstaat als je verlangt naar gelijkwaardigheid in een romantische relatie met een man. Meulenbelt schreef als een van de eersten heel open over goede én slechte seks. Over hypocriete linkse mannen. Over een ‘slechte’ moeder zijn. Of géén moeder willen zijn.
De schaamte voorbij past bij de stroming boeken die in de tweede feministische golf het persoonlijke politiek maakten, vaak geschreven in een dagboekachtige stijl. Individuele problemen (seksueel en huiselijk geweld; onbevredigende seks; het vermoeiende moederschap; moeilijke heteroseksuele relaties) bleken plots collectieve problemen te zijn. Daarom raakte het zoveel lezeressen: plotseling realiseerden ze zich dat zij niet het probleem waren. Dat zíj zich niet hoefden te schamen.
Bijzonder aan De schaamte voorbij was de combinatie met het politieke, socialistische bewustzijn. Activisme was voor Meulenbelt meteen een onderdeel van haar werk, en dat bleef het. Juist vanwege dat politieke bewustzijn ontving ze vorig jaar voor haar beschouwend proza de P.C. Hooft-prijs – waar ook kritiek op klonk. Was De schaamte voorbij en haar andere werk wel literair genoeg?
Ook tijdens de tweede golf klonk er al kritiek, schrijft Meulenbelt in haar onlangs verschenen Niet van gisteren, memoires maar dan anders. Sommige feministen vonden dat het boek te veel over háár ging; dat ze wel erg het podium pakte. De generatie daarop toonde niet zoveel interesse in haar. Voor de generatie dáárna – die van mij – werd ze juist weer een feministisch boegbeeld. Tegen een moeder zet je je af, zei ze daarover toen we samen geïnterviewd werden voor De Groene Amsterdammer, een oma kun je makkelijker omarmen.
Ik las haar boek zo’n vijftien jaar geleden toen ik over seksualiteit begon te schrijven en me ging verdiepen in het feminisme. Het droeg eraan bij dat ik persoonlijker ging schrijven. Ik herlas stukken uit De schaamte voorbij tijdens het schrijven als ik de schaamte van me af wilde gooien.
Vele andere hedendaagse feministische schrijvers volgen de stijl waarmee Meulenbelt bekend werd, en maken in hun werk het persoonlijke politiek, denk aan Clarice Gargard, Tessel ten Zweege, Lotte Houwink ten Cate en Tatjana Almuli. Ook mannelijke schrijvers, zoals Sinan Çankaya, zetten persoonlijke ervaringen in hun schrijven in om onrechtvaardigheid te bestrijden. We zijn gewend geraakt aan zulke persoonlijke (en seksuele) ontboezemingen; inmiddels weten we van zo ongeveer elke schrijver hoe diens seksleven eruitziet. Ook buiten het boek wordt het persoonlijke politiek gemaakt, bijvoorbeeld in feministische podcasts (Dipsaus; Damn, honey), documentaires (Blauwe ballen en andere verkrachtingsmythes) en op sociale media. Met de MeToo-beweging als bekendste voorbeeld; met de hashtag proberen slachtoffers van seksueel geweld schaamte- en schuldgevoelens van zich af te schudden.
Onlangs zag ik Meulenbelt live geïnterviewd worden en de zaal hing aan haar lippen: ze heeft een schat aan kennis over hoe seksisme er toen uitzag en nu uitziet. Maar het schrijnende is natuurlijk hoe actueel De schaamte voorbij nog steeds is. Actueler dan tien, vijftien jaar geleden zelfs. Mensenrechten als abortus worden teruggedraaid of staan onder druk, een conservatieve rechtse wind probeert vrouwen weer in een traditionele en seksueel passieve rol te duwen.
Natuurlijk doet het boek soms ouderwets aan: veel dingen die nu (vrij) vanzelfsprekend zijn (blijf-van-mijn-lijf-huizen; kennis over de clitoris; vrouwen zonder kinderen) waren dat toen niet. We hebben bovendien tegenwoordig veel meer taal om over seksistische kwesties te praten.
Meulenbelt kwam al verschillende keren terug op eerdere uitspraken. Zo schreef ze in het inzichtelijke Alle moeders werken al (2022) hoe ze tijdens de tweede golf (en tijdens het schrijven van De schaamte voorbij) écht geloofde dat het goed zou komen met de emancipatie als vrouwen meer betaald werk buitenshuis gingen doen. Het bleek een illusie: mannen namen het onbetaalde werk thuis niet over zoals gedacht. Dat werd, en wordt, vaak gedaan door lageropgeleide vrouwen. Over de seksuele revolutie uit de jaren zeventig dacht ze aanvankelijk dat die ook zou leiden tot gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen. Maar, ontdekte ze, de seksuele vrijheid was, en is, nog altijd kleiner voor een vrouw dan voor een man, dus echt vrij werd niemand van die zogenoemde revolutie.
Vijftig jaar later is De schaamte voorbij nog steeds het lezen waard, al is het maar om te zien waar we vandaan komen. En waar we heen moeten, trouwens.