WK Voetbal Woede en verontwaardiging alom vanwege het schrappen van de rode kaart van de Amerikaanse spits Folarin Balogun, na een belletje van president Trump. Logisch natuurlijk, maar in het topvoetbal, óók in Europa, gelden wel vaker andere regels voor mannen met macht en geld.
FIFA-baas Gianni Infantino en de Belgische bondsvoorzitter Pascale Van Damme voorafgaand aan de achtste finale tussen de VS en België in Seattle.
Zelden zal België zich zo gesteund hebben gevoeld op een WK als tijdens de achtste finale tegen de VS, het gastland nota bene. Tot dat moment sloeg niemand buiten België veel acht op de Rode Duivels, die in de eerste weken van het toernooi matig speelden, ternauwernood de groepsfase overleefden en vervolgens met geluk wonnen van Senegal.
Alles veranderde door wat de geschiedenisboeken in zal gaan als de ‘affaire-Balogun’, vernoemd naar de ongelukkige Amerikaanse steraanvaller Folarin Balogun die er ook niks aan kon doen dat de disciplinaire commissie van de FIFA besloot zijn schorsing te schrappen na een paar telefoontjes tussen de Amerikaanse president Donald Trump en FIFA-baas Gianni Infantino.
België kreeg alle support, die ze terugbetaalden door de VS met 4-1 te verslaan. Beelden van Belgen die na het vierde doelpunt dansten zoals Trump gingen de wereld over. Overturn this, schreef de Belgische voetbalbond op sociale media onder een foto van de juichende spits Romelu Lukaku.
De voetbalwereld sprak schande van de inmenging en bevoordeling: dit was zonder precedent, volgens de Europese voetbalbond UEFA was een „rode lijn” overschreden en was de integriteit van het spel te grabbel gegooid. De KNVB kwalificeerde het incident als „opmerkelijk”.
De verontwaardigde reacties zijn begrijpelijk, maar ook wat gratuit en misschien zelfs een tikkeltje hypocriet. Zo openlijk en onbeschaamd als Trump zijn macht laat gelden is uniek en tegelijk typisch voor zijn manier van opereren. Dat hij zich bemoeit met het spel zélf is hoogst uitzonderlijk en verontrustend. Maar het is wel min of meer gemeengoed dat in het topvoetbal andere regels gelden voor de rich and powerful.
Zo laat ook het patroon van reacties op dit soort affaires zich uittekenen: een korte, hevige storm van breed gedeelde morele verontwaardiging, waarna vrijwel iedereen die iets te verliezen heeft de nieuwe werkelijkheid accepteert en zich weer alleen om zijn eigen positie bekommert.
Dat was al te zien bij het WK van 1978 in het Argentinië van dictator Jorge Videla, waar mensen gemarteld en vermoord werden door het militaire regime. In Nederland trok het ‘bloed aan de paal-protest’ van cabaret-duo Freek de Jonge en Bram Vermeulen veel aandacht, maar Oranje toog naar Zuid-Amerika en bereikte net als het gastland de finale. Een angstige busrit door een Argentijnse menigte en controversiële arbitrale beslissingen gaven Oranje het gevoel dat ze de finale niet móchten winnen.
Denk verder vooral aan de recente toewijzing van WK’s. Eerst aan Rusland (2018) en Qatar (2022), waarna al snel verdenkingen rezen dat bestuurders van de FIFA waren omgekocht. Hoe sterker die beschuldigingen werden, hoe groter de ophef in vooral de westerse wereld. Uiteindelijk greep de FBI in bij de FIFA, waarna die met de Zwitser Gianni Infantino een nieuwe voorzitter kreeg en de toewijzingsprocedure werd aangepast. Voortaan zouden mensenrechten een vast toetsingsonderdeel worden voor kandidaat-gastlanden.
Inmiddels is duidelijk hoe weinig die aanpassing om het lijf heeft. Saoedi-Arabië, een land met een bedenkelijke mensenrechtenreputatie én een miljardeninvesteerder in het voetbal (het Saoedische staatsoliebedrijf Aramco is een belangrijke FIFA-sponsor) mag het WK in 2034 organiseren. Met dank aan Infantino, die eind 2023 de kandidaatstellingstermijn plotseling drastisch inkortte. Even daarvoor had de wereldvoetbalbond bekendgemaakt dat het WK van 2030 was toegewezen aan Spanje, Portugal, Marokko en – een paar wedstrijden – aan drie Zuid-Amerikaanse landen.
Omdat het WK nooit twee keer achter elkaar op hetzelfde continent plaatsvindt en het toernooi in 2026 gehouden wordt in de VS, Canada en Mexico, kwamen voor 2034 alleen nog landen in Azië en Oceanië in aanmerking. Binnen die regio gold Saoedi-Arabië als de enige serieuze kandidaat – Australië, dat wel wilde, kon nooit binnen de ingekorte termijn een goed bid indienen en trok zich terug.
Westerse voetbalbonden, de Noorse uitgezonderd, accepteerden het gelaten. De les van ‘Qatar’ was immers: té kritisch zijn brengt sportieve en zakelijke risico’s met zich mee en niemand was bereid die te lopen. In aanloop naar dat WK in 2022 hadden Europese voetbalbonden, de KNVB voorop, zich kritisch uitgelaten over de erbarmelijke arbeidsomstandigheden voor migranten in de Golfstaat.
De spelers van België dansen zoals president Trump na de vierde goal tegen de VS in de achtste finale in Seattle.
Toen het toernooi begon, wilde Oranje-aanvoerder Virgil van Dijk een statement voor ‘inclusie’ maken door een aanvoerdersband in regenboogkleuren te dragen. Dat was tegen het zere been van het gastland én de FIFA. Infantino fulmineerde bij aanvang van het toernooi dat hij de westerse commentaren hypocriet, pedant en „puur racisme” vond.
Vervolgens dreigde hij met gele kaarten als aanvoerders zouden spelen met de OneLove-band. De bonden bonden in. Dat was het nou ook weer niet waard. Voortaan zou de toon van de KNVB diplomatieker zijn, zodat Nederland geen paria werd in de wereld van het internationale voetbalbestuur. „Als je er te Nederlands ingaat, helpt dat niet”, concludeerde secretaris-generaal van de KNVB Gijs de Jong later in NRC. „Je moet in het centrum van de macht blijven. Daar vallen veel besluiten die invloed hebben op het Nederlands voetbal.”
Het is in zekere zin de tragiek van het topvoetbal: het betekent zo veel voor zo veel mensen over de hele wereld, dat vrijwel niemand het risico neemt buitenspel te worden gezet.
Ook in Europa zijn voetbalfans eraan gewend dat voor machtige en rijke partijen net iets meer mogelijk is. Regels moesten voorkomen dat een staat eigenaar werd van een club uit de Premier League. Maar toen het PIF, het Saoedische investeringsfonds dat volledig in eigendom is van de staat en wordt voorgezeten door machthebber Mohammed bin Salman, aanklopte om Newcastle United te kopen, werd al snel een juridisch geitenpaadje gevonden.
De Daily Mail en de Financial Times onthulden dat dit gebeurde onder Saoedische druk. Bin Salman had de Britse premier Boris Johnson een appje gestuurd toen de deal nog on hold stond: „We verwachten dat de Engelse Premier League verkeerde conclusies heroverweegt en corrigeert”, schreef hij. Hij kreeg zijn zin.
Het is ook te zien bij de regels van de UEFA voor multi-club ownership. Die leken duidelijk: clubs met dezelfde eigenaar mogen niet in dezelfde Europese competitie uitkomen. Dit speelde onder meer in het seizoen 2024-2025 rond Champions League-deelnemers Manchester City en Girona (beide eigendom van de City Football Group van sjeik Mansour bin Zayed Al Nahyan, vicepresident van de Verenigde Arabische Emiraten) en Europa League-deelnemers Manchester United en Nice (in handen van chemieconcern Ineos). Maar er werd een cosmetische oplossing gevonden door de aandelen van Girona en Nice tijdens dat seizoen onder te brengen in een onafhankelijke stichting.
Door die regeling had niemand „controle of definitieve invloed over meer dan één club”, schreef de UEFA. Inmiddels zijn de regels zo versoepeld – clubs krijgen bijvoorbeeld meer tijd om problemen rond de eigendomsstructuur op te lossen – dat Europese deelname door clubs van dezelfde eigenaar geen groot obstakel meer is. Het illustreert de groeiende invloed van rijke en machtige clubeigenaren.
In het Europese voetbal vindt dat politieke spel meestal achter gesloten deuren plaats – in tegenstelling tot de ontwikkelingen in de VS van de afgelopen dagen. President Trump kreeg de credits toen hij maandagochtend Amerikaanse tijd in de Oval Office openlijk sprak over zijn interventie met telefoontjes naar Infantino om de schorsing te heroverwegen. „Namens alle Amerikanen: bedankt dat je ervoor zorgde dat die belachelijke rode kaart is ingetrokken”, zei de Republikeinse senator Ted Cruz (Texas). Trumps America First-strategie had hier gewerkt, schrijft The Athletic: de VS kreeg een voordeel dat niet opgaat voor andere landen.
En Infantino? Die zat maandag in Seattle rustig op de eretribune naast Pascale van Damme, voorzitter van de Belgische bond en lid van het FIFA-bestuur. Dat België won, kwam Infantino publicitair niet slecht uit: een zege van de VS zou tot een nieuwe golf vragen hebben geleid over de sportieve integriteit van dit WK.
Toch komt hij er niet ongeschonden uit, juist omdat Trump zo koketteert met zijn geslaagde beïnvloedingscampagne. In reactie op alle ophef erkende Infantino maandag in een korte verklaring dat hij met Trump had gesproken. Tegelijkertijd stelde hij dat de disciplinaire commissie van de FIFA „autonoom opereert”. Sommigen roepen op tot Infantino’s vertrek, zoals de Britse krant The Telegraph in een commentaar.
Het is echter zeer de vraag of die mening breder wordt gedragen: eensgezindheid in het internationale voetbal is er zelden. Veel bondsbestuurders geven er de voorkeur aan „te zwijgen”, schreef Javier Tebas, baas van de Spaanse competitie, dinsdag op X. „Want zwijgen is makkelijker dan het verdedigen van onafhankelijkheid, transparantie en goed bestuur.”