Bekostigingsstelsel Mbo-scholen in regio’s met dalende studentenaantallen krijgen vanaf 2029 extra geld. Vooral voor het mbo in de Randstad betekent dat juist minder geld. Volgens onderwijsminister Letschert staat het voortbestaan van het mbo op het spel in veel krimpregio’s.
Een introductiedag op het Summa College in Eindhoven.
De bekostiging van het middelbaar beroepsonderwijs gaat vanaf 2029 drastisch op de schop. Het geld dat mbo-instellingen krijgen, wordt minder afhankelijk van studentenaantallen, schrijft minister Rianne Letschert (Onderwijs, D66) in een brief aan de Tweede Kamer.
Dat is volgens haar nodig, omdat het voortbestaan van het mbo in een groot aantal regio’s buiten de Randstad op het spel staat. Dat heeft niet te maken met de kwaliteit van de scholen, maar komt door demografische krimp. Ze voert daarom een ‘vaste voet’ in bij de bekostiging: een eigen, vast basisbedrag voor alle instellingen.
Daarnaast krijgen specifieke instellingen in regio’s waar de studentenaantallen dalen, zoals Zeeland en Limburg, de noordelijke provincies, Twente en de Achterhoek, voortaan extra geld (een ’toegankelijkheidstoeslag’). Bij een persbriefing waarin de plannen werden toegelicht, werd Scalda in Zeeland genoemd als een van de scholen die zonder het extra geld in de problemen zouden komen.
Om het mbo in krimpregio’s overeind te houden, moeten instellingen in andere regio’s, met name de Randstad en Noord-Brabant, zich solidair opstellen. De herziening van het bekostigingsstelsel moet namelijk ‘budgetneutraal’ plaatsvinden. In totaal moet 66 miljoen euro worden herverdeeld.
Het totale budget dat mbo-instellingen samen krijgen, is 5 miljard euro per jaar. De nieuwe verdeling van dit geld moet ervoor zorgen dat in het hele land goed mbo-onderwijs beschikbaar blijft. Dat is volgens de minister „van groot belang voor de leefbaarheid van deze gebieden, waar voorzieningen als instellingen, zorg en winkels onder druk staan, waar de reistijd voor studenten toeneemt als opleidingen verdwijnen.”
Letschert benadrukt dat ze de plannen niet zelf heeft uitgedokterd: „Er is jaren op het ministerie aan dit nieuwe model gewerkt, in samenwerking met mbo-instellingen en de MBO Raad.”
De minister wil de pijn voor instellingen die geld moeten inleveren, verzachten: ze zullen niet meer dan 4 procent worden gekort. Drie scholen zitten naar verwachting aan dit maximum: het Grafisch Lyceum Utrecht, Nimeto (eveneens Utrecht) en het Hoornbeeck College, dat vestigingen heeft in verschillende regio’s.
De MBO Raad, de belangenvereniging van het mbo, steunt de plannen, „al hadden we natuurlijk liever extra geld van het Rijk gehad”, zegt woordvoerder Jessy Burgers. Er is volgens hem een groot besef van gedeelde verantwoordelijkheid binnen het mbo. „Als instellingen moeten sluiten, zouden studenten, ook minderjarigen, in sommige regio’s heel ver met het ov moeten reizen om nog een mbo-opleiding te kunnen doen”, zegt hij.
Er wordt ook 200 miljoen euro vrijgemaakt om regionale samenwerking tussen mbo-instellingen onderling en met werkgevers te stimuleren. Dit geld moet vooral gaan naar projecten om het tekort aan arbeidskrachten tegen te gaan in sectoren die het kabinet als „maatschappelijk van groot belang” acht. Letschert schrijft niet precies welke sectoren ze bedoelt, maar naar valt aan te nemen, doelt ze op de zorg, ICT, technische beroepen en het onderwijs.
Goed nieuws voor minderjarige mbo-studenten en hun ouders: hun leermiddelen worden vanaf 2029 gratis, omdat een aanzienlijke groep mbo-studenten kampt met financiële problemen. De schoolkosten vormen voor hen een drempel om te gaan of te blijven studeren. Eén op de vijf mbo-studenten heeft moeite rond te komen, een kwart kampt met schulden of betalingsachterstanden, schrijft de minister. „Studenten zien steeds vaker af van de aanschaf van essentieel studiemateriaal. Daardoor wordt hun deelname aan het onderwijs belemmerd en neemt de kans op uitval toe.” Minderjarige leerlingen in het voortgezet onderwijs krijgen hun schoolboeken en digitale licenties al gratis.
Minderjarige mbo-studenten hebben soms ook werk- en veiligheidskleding nodig. Ook die materialen worden vanaf 2029 kosteloos beschikbaar gesteld. Laptops worden dan weer niet gratis verstrekt: daarvoor is nu geen geld, stelt het ministerie.
Mbo-instellingen moeten straks regelen dat studenten de gratis leermiddelen krijgen. De minister hoopt dat de scholen hierdoor kritisch gaan kijken naar de prijzen en gezamenlijk zullen optrekken in de onderhandelingen met uitgevers, of zullen investeren in open leermiddelen.