Home

Libris-winnaar Frida Vogels analyseerde haar eigen leven in compromisloos goudeerlijk proza

Frida Vogels ( 1930, 2026) schrijfster Zij debuteerde op 62-jarige leeftijd met ‘De harde kern’, dat tot een literaire sensatie uitgroeide. Vogels leefde in Bologna een „werkelijk vrij leven”, „nooit meer aan enige dwang of dreiging van buiten onderhevig geweest”. Haar Libris Literatuurprijs winnende werk kenmerkt zich door een combinatie van zelfkritiek, eerlijkheid, heroverweging en berusting.

Schrijfster Frida Vogels, tijdens de begrafenis van J.J. Voskuil in Den Haag, 2008.

Waarom schreef Frida Vogels? De maandagavond op 96-jarige leeftijd overleden schrijfster had daar geen hoogdravend doel mee. Niet om iets aan te kaarten, iets te bevechten, niet omwille van een groter idee buiten haarzelf. „In mijn boek heb ik geprobeerd mijzelf onder woorden te brengen. Waarom? Om mijzelf”, schreef ze eens in een brief, gericht tot voormalig politica Ayaan Hirsi Ali. Haar zag Vogels als een vrijheidsstrijder, en daarmee een tegenpool van zichzelf. Het enige wat zij deed is altijd „blijven proberen me op eigen kracht met de wereld te meten. […] Alleen maar in naam van mijzelf”, schreef ze, in een brief die gepubliceerd werd in de kroniek In den vreemde (2024).

Vogels sprak weliswaar van ‘mijn boek’, maar dat enkelvoud is verraderlijk. Haar grote werk De harde kern bestond uit vier delen, in drie boeken – maar het is ook als één boek te zien. Daarna volgden bovendien kloeke dagboeken, die de jaren 1954 tot 1978 omspannen. Het duurde overigens tot 1992 voor ze debuteerde met het eerste deel van De harde kern, waar de toen 62-jarige schrijfster decennia aan had gewerkt.

Literaire sensatie

Het werd een literaire sensatie. Weliswaar was het „het meest onmodieuze boek in de moderne Nederlandse literatuur”, zoals publicist Rudy Kousbroek het in NRC Handelsblad karakteriseerde, want het was volstrekt naar binnen gekeerd, herinnerings- en overwegingsproza. Maar wat Kousbroek betreft was het ook „iets werkelijk oorspronkelijks” vanwege de „zuiverheid” die Vogels betrachtte in haar diep borende, harde en uitputtende zelfonderzoek en „de strengheid die het impliceert”.

Wat beweegt een mens? Wat gaat er werkelijk in haar om? Wat vind je nu echt, zonder je oren te laten hangen naar anderen? Waar bevindt zich de diepste, zuiverste waarheid van de mens, ‘de harde kern’? Waar tegenwoordig iedereen elkaar aanraadt om ‘dicht bij jezelf te blijven’, wist Frida Vogels hoe moeilijk het was om dat ‘zelf’ überhaupt te benaderen. Zij streefde ernaar die zuivere ‘kern’ „te beschermen tegen de gemakzucht en de opdringerigheid van de wereld en zijn hulpverleners”, aldus Kousbroek.

Libris Literatuurprijs

In 1994 kreeg Vogels voor haar tweede Harde kern de eerste Libris Literatuurprijs, die ze weigerde te komen ophalen bij de feestelijke uitreiking. Haar taak was schrijven, vond ze simpelweg. Vogels bleef voorgoed publiciteitsschuw, en bleef ook letterlijk op afstand van het literaire wereldje. Al sinds de jaren vijftig woonde ze met haar Italiaanse echtgenoot in Bologna, waar ze werkte als literair vertaler, van onder meer Primo Levi, Cesare Pavese en Alberto Moravia.

Vogels’ jeugd was woelig geweest: met gescheiden ouders raakte ze in haar jonge jaren op drift, in Bussum, Bloemendaal, Laren en Amsterdam, waar ze kortstondig Nederlands studeerde. Daarna trok ze vol vrijheidsdrang naar Parijs, waar ze strandde, maar dat avontuur bevrijdde haar wel, sindsdien „ben ik nooit meer aan enige dwang of dreiging van buiten onderhevig geweest”, schreef ze eens. Ze trouwde, vertaalde, schreef, leefde voor zichzelf en in zichzelf gekeerd, om niet deel te hoeven nemen aan de maatschappij.

In Amsterdam was ze bevriend geraakt met de latere schrijver J.J. Voskuil, met wie ze sterke literaire verwantschap zou gaan koesteren en een gezichtsbepalende status deelde bij hun uitgeverij Van Oorschot. Twee eenlingen die de alledaagse wereld ongenadig beschouwden – al vond Vogels haar eigen boek „een asociaal boek” en Voskuil Het Bureau „juist niet”.

Haar persoonlijke onzichtbaarheid vormde een opmerkelijk contrast met het hoogstpersoonlijke, intieme karakter van haar werk. De harde kern noemde ze weliswaar roman, en werd ook keurig als zodanig ontvangen, maar de autobiografische werkelijkheid spatte eraf. En de waarachtigheid: haar lezers hadden het gevoel Vogels beter te doorgronden dan hun eigen vrienden. Ze hielden van haar, óf haatten haar: de uitvoerigheid van Vogels bespiegelingen en (her)overwegingen gaf een criticus ook eens het gevoel van „zich gedetineerd voelen in andermans leven”. De kordaatheid van het proza en de hardheid van haar karakter was voor anderen juist een kwaliteit: „Het boek doet geen beroep op medelijden. Juist dat maakt het bijna onverdraaglijk ontroerend”, schreef Marjoleine de Vos in deze krant.

Compromisloos goudeerlijk proza

Dat Vogels’ proza compromisloos goudeerlijk was, bewezen wel haar dagboeken, die tussen 2004 en 2015 gepubliceerd werden en waarin privéproblemen nooit met de mantel der liefde werden bedekt. Na elf delen stokte het, naar verluidt omdat het te pijnlijk zou worden over de volgende jaren te publiceren, al werd er een postuum vervolg beloofd.

Twee jaar geleden verscheen de kroniek In den vreemde, dat ook al een „sluitsteen” van Vogels’ oeuvre werd genoemd. Daarin schreef ze: „Mijn leven is werkelijk een vrij leven geweest: zonder God of gebod, zonder oorlog, gebrek of terreur, zonder rol in de maatschappij, zonder toekomstillusies; voornamelijk gehinderd door een pijnlijk aangescherpt verantwoordelijkheidsgevoel en een beschamend besef van onmacht. Zo’n leven wordt mensen misschien in geen eeuwen meer gegund.”

Na verschijning liet ze de uitgeverij weten het „geen goed boek” te vinden, aldus de doodsannonce die Van Oorschot dinsdag verstuurde, maar „na verschillende herlezingen stelde ze haar beeld bij en was ze toch tevreden”. Die combinatie van zelfkritiek, eerlijkheid, heroverweging en berusting was Vogels ten voeten uit.

Literatuur

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next