Essentiële grondstoffen Het kabinet publiceert een eigen Kritieke Grondstoffenlijst. Zeventien grondstoffen kennen een „hoog leveringsrisico” voor Nederland.
Een vrouw is samen met haar dochter bezig met het mijnen van kobalt en koper in Congo.
Gallium voor glasvezelkabels. Germanium voor infraroodsensoren, nodig voor de defensie-industrie. Vanadium, een belangrijk element in de staalindustrie. Of bismut, een niet-giftig alternatief voor lood, bijvoorbeeld nodig in de geneesmiddelenindustrie.
In totaal zeventien grondstoffen, of halffabricaten (bewerkte grondstoffen), staan op de eerste Kritieke Grondstoffenlijst van Nederland. Bij deze zeventien is de productie en/of verwerking grotendeels geconcentreerd in één land (meestal China), waardoor de levering kwetsbaar is. Tegelijk zijn ze belangrijk voor de Nederlandse industrie.
Om de urgentie te onderstrepen is de lijst gepubliceerd als bijlage van een Kamerbrief van liefst vier ministers: die van Economische Zaken en Klimaat, Klimaat en Groene Groei, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en Defensie. De lijst is nodig, aldus de ministers, want „geopolitieke ontwikkelingen zorgen voor een constante en toenemende druk op de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen”.
Als voorbeeld worden de exportrestricties genoemd die sinds april vorig jaar in China gelden, en de industrie van permanente magneten verstoren. Daarnaast zorgt de onrust in de Straat van Hormuz voor minder beschikbaarheid van aluminium en helium.
De dominantie van China brengt Europa in een zeer kwetsbare positie. Zo heeft China al herhaaldelijk laten weten dat het zal terugslaan als de Europese Commissie ingrijpt tegen de vermeende dumping van Chinese auto’s, zonnepanelen en andere spullen. Momenteel hangt er ook een Chinese verscherping van exportrestricties op zeldzame aardmetalen in de lucht, die vanaf de oktober zou moeten gelden.
China gebruikt z’n dominante positie om de herbewapening van Europa te frustreren, door alle toepassingen in de defensie-industrie van zeldzame aardmetalen streng te verbieden. Bovendien wil het land bij de exportvergunningen van zeldzame aardmetalen zoveel weten over de Europese bedrijfsprocessen (zoals productrecepten, en foto’s van de machines) dat dit vragen oproept over hoeveel Europese kennis momenteel naar China verdwijnt.
Tot welke acties de nieuwe grondstoffenlijst concreet leidt, blijft nog vaag in de Kamerbrief. Zo wordt verwezen naar een lopend onderzoek naar wat de juiste voorwaarden zouden zijn om strategische voorraden aan te houden. Ook wordt gekeken naar de verruiming van mogelijkheden voor subsidies en financiering, een sterkere samenwerking met het bedrijfsleven, en het ondersteunen van start-ups. Zoals projecten die zich richten op het terugwinnen van lithium en nikkel uit batterijen.
Er bestaat al een Europese lijst met kritieke grondstoffen waarbij de toelevering kwetsbaar is, daar staan er 34 op. Toch is ook een aparte Nederlandse lijst belangrijk, zegt Andor Lips, grondstoffenexpert bij het Nederlands Materialen Observatorium, een organisatie binnen TNO die in afstemming met het kabinet de lijst maakte. „Het geeft focus, het maakt duidelijk waar Nederland zich op moet richten. En het laat ook zien dat het een veelkoppig probleem is. Als we één van deze grondstoffen veilig stellen, zijn we er nog lang niet.”
Alle zeventien grondstoffen die voor Nederland belangrijk zijn, komen ook terug op de Europese lijst – dus in die zin is de lijst niet verrassend. Interessant is vooral wat ontbreekt: zo staan mangaan en nikkel wel op de Europese lijst, en niet op de Nederlandse. „Dat zijn belangrijke elementen voor de batterijproductie in Europa, maar wij hebben nog geen fabrikanten van batterijen”, zegt Lips.
Nederland heeft wel een sterk ontwikkelde chemische industrie. Daarom staat bijvoorbeeld fluorspar op de lijst, een grondstof die belangrijk is voor koelmiddelen – bijvoorbeeld in de chemische industrie. De stof is ook belangrijk bij smeltprocessen in metaal- of glasproductie of -recycling, omdat fluorspar het smeltpunt van metaalmengsels verlaagt. „Zowel de winning als de verwerking van fluorspar vindt vooral in China plaats”, zegt Lips.
Een andere grondstof die de Nederlandse lijst haalde is cokeskool, een specifiek soort steenkool. „We zijn er inmiddels aan gewend dat steenkool gebruiken voor elektriciteit niet meer gewenst is vanwege het klimaatprobleem”, zegt Lips. „Maar voor de staalproductie blijven cokeskolen nog heel relevant. Bijna 70 procent van de cokeskolen komt uit China.”
Bij enkele grondstoffen op de lijst is het niet China waar Nederland afhankelijk van is. Zo komt iridium (belangrijk voor gezondheidszorg en ruimtevaart) vooral uit Zuid-Afrika, en niobium (belangrijk voor pijpmateriaal) voor 90 procent uit Brazilië.
De Europese Unie heeft zichzelf doelen opgelegd om de afhankelijkheid van kritieke grondstoffen te verkleinen. Zo zou in 2030 meer dan 10 procent van de jaarlijkse Europese consumptie van strategische grondstoffen binnen de EU moeten worden gewonnen. De Europese Rekenkamer plaatste eerder dit jaar in een rapport veel vraagtekens bij de haalbaarheid van dit soort doelen. In tegenstelling tot de Verenigde Staten, die er momenteel vele miljarden tegenaan gooien, lukt het de Europese Unie veel minder goed om grote deals te sluiten met landen waar de mijnbouw van kritieke grondstoffen plaatsvindt.