Bioscoopbezoek Hollywood dacht dat digital natives minder interesse zouden hebben in films in de bioscoop, maar Generatie Z (1997-2012) is nu de actiefste groep bezoekers. Hoe komt dat?
Jody Berends in bioscoop Studio/K in Amsterdam-Oost.
„Ik vind Zendaya echt bizar goed”, zegt Jody Berends (22). Bij de ingang van bioscoop Studio/K in Amsterdam-Oost hangt een grote banner van The Drama, waarin Zendaya de hoofdrol speelt. Het is de beste film die Berends de afgelopen tijd zag, zegt ze. „Al mijn vrienden hadden het erover en online zag ik veel recensies, dus ik móést hem zien.”
Studio/K, gerund door studenten, is haar stambioscoop. Het ruime pand, een voormalige ambachtsschool, is gezellig: de ingang naar het café hangt vol met filmposters, er ligt een Perzisch tapijt voor de bar en er zijn knusse zithoekjes. „Ik studeer hier vaak; als ik hard genoeg heb gewerkt, trakteer ik mezelf op een film”, zegt Berends in het café. „Soms ben ik hier wel drie keer per week.”
Generatie Z (1997-2012) gaat weer vaker naar de bioscoop, blijkt uit de Bioscoopmonitor, een jaarlijks trendrapport van de brancheorganisatie NVPI Film en het Nederlands Filmfonds. Ook in de Verenigde Staten is de trend te zien. In 2025 was 39 procent van alle bioscoopbezoekers in Noord-Amerika Gen Z’er, schrijft The Hollywood Reporter. Dat terwijl Hollywood lang dacht dat jongeren vooral verknocht waren aan hun telefoonschermen. Begin dit jaar uitte Ron Sterk, voorzitter van de bioscoopbond NVBF, zijn zorgen in NRC. Door de pandemie zit de bioscoop bij de jeugd onvoldoende in het systeem, dacht hij.
Maar Hollywood weet Gen Z weer beter te bereiken, en dat komt doordat de filmindustrie zich steeds meer richt op de (online) leefwereld van jongeren.
Een oude projector bij bioscoop Studio/K.
Timothée Chalamet, Jacob Elordi, Sydney Sweeney, Paul Mescal, Zendaya: filmjournalist en -influencer Laura Gommans geeft toe dat ze moe wordt van steeds dezelfde namen die de hoofdrollen spelen in grote films. Logisch is het wel, zegt ze. Het zijn deze jonge acteurs die Gen Z weten te boeien, en „grote namen trekken nu eenmaal een groot publiek”.
Zendaya is hét voorbeeld van een Gen Z-icoon dat jonge mensen naar de bioscoop trekt. Doordat ze haar carrière begon als Disney-ster in de serie Shake It Up! zijn veel jonge kijkers met haar opgegroeid. Ze is met 175 miljoen volgers op Instagram een van de populairste acteurs op sociale media. Gommans: „Ze is dit jaar te zien in vier grote producties.”
Maar het zijn ook films zelf die inspelen op de leefwereld van jongeren. Sequels als The Devil Wears Prada 2 bijvoorbeeld roepen nostalgie op bij jonge kijkers die eerdere delen op streamingdiensten zagen. En gameverfilmingen zijn Hollywoods nieuwe goudader. Zo was A Minecraft Movie, de verfilming van de populairste game aller tijden, de best bezochte film van 2025. Het verhaal stond bol van internetmemes en was een schot in de roos bij jonge fans die opgroeiden met het spel.
Sinds de coronapandemie gaan Nederlanders minder vaak naar de bioscoop. In 2019 waren er 38 miljoen bioscoopkaartjes verkocht, vermeldt de NVPI. In 2025 waren dat er 28,4 miljoen. Binnen die krimpende markt is Generatie Z (1997-2012) de actiefste groep bioscoopbezoekers.
Oudere Gen Z’ers, van 24 tot 29 jaar, gaan van alle leeftijdscategorieën het meest één keer of meer per maand naar de bios, blijkt uit de Bioscoopmonitor. In de leeftijdscategorie 16 tot 23 jaar steeg het aandeel dat minstens één keer per jaar gaat van 77 procent in 2024 naar 85 procent een jaar later. En onder de groep 12-15-jarigen (gedeeltelijk Gen Alpha, gedeeltelijk Gen Z) was de groei het grootst: van 78 naar 90 procent.
De kassa bij het Slachtstraat Filmtheater in Utrecht.
Dat komt niet alleen door de Gen Z-iconen, sequels en gameverfilmingen. Het komt meer nog doordat jongeren massaal projecten van Gen Z-filmmakers omarmen, zoals de indie-horrorfilms Obsession van Curry Barker (26 jaar) en Backrooms van Kane Parsons (20 jaar). Beide films waren bioscoophits en brachten honderden miljoenen op.
In Obesssion wenst een jonge man dat zijn collega smoorverliefd op hem wordt, met alle gevolgen van dien. Backrooms gaat over een meubelverkoper die verdwaald raakt in een doolhof van verlaten gele kantoorruimtes (zogeheten backrooms). In de VS was 86 procent van het publiek voor de film jonger dan 35 jaar, schrijft The New York Times.
„De makers van beide films zijn Gen Z’ers die al online bekendheid hadden”, zegt Gommans. Kane Parsons tekende op zijn zeventiende het contract voor Backrooms met het productiehuis A24, nadat hij viraal ging met griezelige YouTube-video’s over backrooms. Ook Barker, maker van Obsession, is actief als YouTuber en had daardoor een loyale schare jonge volgers.
Waar Backrooms inspeelt op een virale internettrend, draait Obsession om een thema dat bij Gen Z resoneert. De film benadrukt hoe moeilijk het kan zijn voor digital natives om diepgaande relaties aan te gaan, buiten het internet om. Gecombineerd met het horrorelement vormen de herkenbare onderwerpen een cocktail voor online succes. Schrikmomenten lenen zich perfect voor het delen van fragmenten, memes en recensies op TikTok.
Dat staat niet op zichzelf: „De grote hoeveelheid aan memes, reacties op en discussies over allerlei films op sociale media maakt Gen Z’ers nieuwsgierig”, zegt Gommans. Denk aan de populaire Four Favorites-video’s van Letterboxd op TikTok, waarin acteurs hun vier favoriete films delen, die populair zijn bij jongeren.
Op Letterboxd – een filmrecensie-platform met grotendeels Gen Z-gebruikers – etaleren jongeren massaal hun top-vier lievelingsfilms. Net als een Instagram-feed of Goodreads-leeslijst fungeert Letterboxd voor hen als een plek om hun identiteit te tonen. Dat het platform populair is bij Gen Z, komt ook door rolmodellen, denkt Gommans. „[Zangeres] Charli XCX – de ultieme cool girl – maakt graag gebruik van Letterboxd, wat indruk maakt op jongeren die zich met haar willen identificeren. Als zij hun rolmodellen horen zeggen dat een film van Charlie Chaplin hun absolute favoriet is, denken ze: oh my god, die moet ik zien. Dat leidt weer tot een bredere interesse in film.”
De lobby van bioscoop Trianon in Leiden.
De hoge ticketprijzen maken een filmuitje voor veel jongeren een stuk minder gezellig. „Naar de film gaan is duur. Zeker bij de grote bioscopen schrik ik van de prijzen”, zegt Gommans. Initiatieven als Cineville, Club Pathé en Stadspas bieden dan uitkomst.
Cineville heeft een groot aantal jonge leden. Met een Cinevillepas kunnen mensen onder de 30 jaar voor 19 euro per maand onbeperkt naar filmhuizen in heel Nederland. Boven de 30 jaar betaal je 24 euro. De demografie van Cineville – die geen 100 procent vormt omdat de leeftijd van niet alle pashouders bekend is – laat ‘kamelenbulten’ zien: de meeste pashouders zijn Gen Z en jonge millennials (18–35 jaar, 42 procent) of oudere bezoekers (50–80 jaar, 43 procent), terwijl de middengroep (35–50 jaar, 11 procent) klein is.
Directeur communicatie Joanne Gloudemans van Cineville vindt het niet verwonderlijk dat de groep jonge pashouders groot is. „Gen Z’ers die gaan studeren, naar nieuwe steden verhuizen en nieuwe sociale netwerken opbouwen zoeken laagdrempelige manieren om iets te ondernemen, en dan is de bios een toegankelijke optie.”
„In filmhuizen zie ik vaak groepjes jongeren een boek lezen, studeren of een drankje doen voordat ze naar de film gaan”, zegt Gommans. „Het zijn echt een soort sociale hubs geworden.” De vele evenementen in filmhuizen versterkt dat, denkt Gloudemans van Cineville. Van sing-alongs bij concertfilms tot nagesprekken met jonge filmmakers en marathons waarbij bezoekers verkleed naar de bioscoop komen. Bij verkleedevenementen ziet Gommans (geen Gen Z) zichzelf als kartrekker. Zo ging ze eens naar een Lord of the Rings-marathon als hobbit. „I need the people to know dat alles mag bij dat soort screenings.”
Drie Gen Z’ers vertellen over hun liefde voor films kijken in de bioscoop.
„Spontaan naar de film gaan vind ik het allerleukst. Studio/K is vlak bij mijn huis, dus soms stap ik vijf minuten voor aanvang nog op de fiets. Ik vind het belangrijk om bioscopen te steunen, dus probeer ik zo vaak mogelijk te gaan.
De bioscoop is een plek waar ik de dag achter me laat. Ik kan er lachen, en me laten meeslepen door een lekkere wegkijker, maar ook meer leren over mezelf en de wereld door films met maatschappelijke thema’s. Ik kijk een film het liefst zoals die bedoeld is: op het grote doek, met volledige aandacht. Niet thuis op mijn laptop, waar ik snel word afgeleid door mijn telefoon.
Dankzij mijn stadspas kan ik voor 2 euro naar veel filmhuizen in Amsterdam. Bij Pathé kom ik nauwelijks; dat voelt voor mij te commercieel, alsof je in een winkel staat. In een filmhuis voelt het meer als een beleving: persoonlijker.
Na afloop van een film raak ik regelmatig in gesprek met mensen die ik niet ken. Dan praten we over wat we hebben gezien. Ik ga ook graag naar nagesprekken, om meer te leren over de regisseur en de film.
Wanneer ik met vrienden naar de bios ga, blijven we vaak hangen om na te praten of iets te drinken. Dat het hier goedkoper is dan in veel kroegen in Amsterdam speelt daarbij een grote rol: je kunt gewoon een biertje halen zonder dat het meteen 5 euro kost. Mijn vrijdagavonden spendeer ik daarom graag in de bios.”
Jody Berends woont in Amsterdam en studeert film aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Haar lievelingsbioscoop is Studio/K in Amsterdam. Haar filmtip is Paris is Burning uit 1990 van regisseur Jennie Livingston.
„Met collega’s heb ik een filmclub: iedereen met een Cinevillepas kan er in. We hebben een groepsapp waarin we elkaar spontaan meevragen. Meestal kijken we op de dag zelf wat er draait. Door die pas is de drempel om te gaan laag, en als een film tegenvalt, gaan we gewoon weg.
Ik probeer ongeveer één keer per week naar de film te gaan. Dat doe ik om het abonnement eruit te halen, maar ook omdat ik het fijn vind om even helemaal afgesloten te zijn van het dagelijks leven. Bovendien is het een laagdrempelige manier om iets te doen met vrienden.
Vooral films met een maatschappelijk thema of een verhaal dat je aan het denken zet, spreken me aan. Vaak ga ik ook op advies van vrienden, bijvoorbeeld via Letterboxd. Mensen schrijven daar – soms ellenlange en vrij pretentieuze – recensies. Dat kan me nieuwsgierig maken.
Mijn vrienden en ik passen aardig in het stereotype van de ‘VPRO‑Flowerboy’: een snobbistische filmhuisbezoeker met een Cinevillepas, die actief is op Letterboxd. Het is een karikatuur, en daardoor ook een beetje beschamend om dat te zeggen. Tegelijk bestaat dat stereotype niet voor niets; er zitten duidelijke elementen in die op mij en mijn vrienden slaan. Bijvoorbeeld de neiging om jezelf interessant te vinden omdat je bepaalde films kijkt en een ‘goede’ smaak hebt.
Ergens vind ik het leuk dat ik in de karikatuur pas, maar ik probeer er niet in door te slaan. Mij zul je niet snel lange reviews op Letterboxd zien schrijven.”
Krijns woont in Leiden en volgt de masters african studies aan de Universiteit Leiden en gezondheidsrecht aan de UvA. Zijn favoriete bioscoop is Trianon in Leiden. Zijn filmtip is Touki Bouki van regisseur Djibril Diop Mambéty uit 1973.
„Ik heb geen Cinevillepas omdat ik graag wissel tussen verschillende bioscopen. Slachtstraat is een van mijn favoriete filmhuizen in Utrecht, vooral vanwege de gezellige sfeer in het café. Tegelijk ga ik net zo graag naar Pathé of Kinepolis. Wat ik daar fijn vind, is dat het publiek gevarieerd is, een afspiegeling van de maatschappij. Een bezoek aan Pathé voelt voor mij als puur consumeren – en dat is soms best lekker.
Filmtips haal ik uit YouTube- of Instagram-video’s. Ik volg filminfluencer Meg Hughes, die inmiddels zo populair is dat ze ook bekende acteurs en regisseurs interviewt.
Dat content op sociale media jongeren aanzet om naar de bioscoop te gaan, is ironisch. Veel mensen gaan juist omdat ze behoefte hebben aan iets waar ze in kunnen opgaan – als tegenhanger van de overload aan korte filmpjes, die je aandachtspanne aantast. Dat merk ik ook bij mijzelf. Tijdens een lange, vaak meer obscure film, betrap ik mezelf er soms op dat ik denk: hoelang dúúrt dit nog?
Daar ligt voor mij dan ook de waarde van de bioscoop: het is een intentionele ervaring. In de bioscoop word je als het ware gedwongen om te blijven kijken. Je kiest er bewust voor, je moet er moeite voor doen, en eenmaal daar kun je niet zomaar afhaken. Die ‘weerstand’ voelen wij jonge mensen steeds minder, denk ik, terwijl we dat best eens vaker mogen ervaren.”
Klerkx woont in Utrecht en is freelance creatief en regisseur. Haar favoriete bioscoop is Slachtstraat in Utrecht. Haar filmtip is Little Women van regisseur Greta Gerwig uit 2019.