Home

‘Opeens mochten we woorden die te maken hebben met gender niet meer gebruiken. Dat raakte me zeer’

Kelly Holley-Bockelmann | astrofysicus De regering Trump heeft de academische vrijheid zodanig ingeperkt dat astrofysicus Kelly Holley-Bockelmann zich niet thuisvoelde in eigen land. Ze is een van de 29 Amerikaanse academici die zich met hulp van het Tulp Fonds in Nederland vestigen.

Astrofysicus Kelly Holley-Bockelmann

Snel na de aanstelling van president Donald Trump, vorig jaar januari, begon astrofysicus Kelly Holley-Bockelmann na te denken over haar positie aan de VanderBilt University in Nashville, Tennessee. En of ze nog in de Verenigde Staten wilde blijven. Inmiddels werkt ze bij het Nederlands Instituut voor Ruimteonderzoek (SRON) in Leiden, als senior scientist. Ze is één van de 34 buitenlandse toponderzoekers die via het Tulp Fonds zijn aangetrokken om hun onderzoek in Nederland voort te zetten.

Wat gebeurde er na de aanstelling van Trump?

„Ik was bij VanderBilt directeur van een programma dat voor meer diversiteit wilde zorgen bij astronomie en natuurkunde. Dat is gelukt. Er zijn meer vrouwen gekomen, en trans- en non-binaire mensen. Maar opeens mochten we sommige woorden die bijvoorbeeld te maken hebben met gender niet meer gebruiken. We moesten onze website aanpassen. Dat raakte me zeer.

„Daarnaast werden in de conservatieve staat Tennessee wetten afgekondigd waardoor trans-mensen geen gezondheidszorg meer konden krijgen. Het was alsof zij niet meer mochten bestaan.

„Ook kregen negen universiteiten, waaronder VanderBilt, een schrijven van het ministerie van Onderwijs. Ze konden voorkeursfinanciering krijgen als ze trans- en non-binaire personen zouden gaan weren. En hoogleraren mochten zich niet meer politiek uitspreken. Alle waarden die mij dierbaar zijn, lagen onder vuur.”

Hoe groot was uw groep?

„Bij astronomie zaten zo’n dertig vriendelijke, briljante mensen. We praatten veel over de situatie. We probeerden elkaar te helpen om te ontstressen. Maar ik kreeg steeds meer het gevoel dat ik geen groep kon bouwen die nog goede wetenschap kon bedrijven, en waar je je kunt uitspreken.”

Hoe kwam u in contact met SRON?

„Vorig jaar april zag ik een vacature voor het LISA-project, dat via satellieten in de ruimte metingen wil doen aan zwaartekrachtgolven. Daar was ik in de VS, via ruimtevaartorganisatie NASA, ook al bij betrokken. Zomer vorig jaar heb ik bij SRON een voordracht gehouden. Ik werd aangenomen, ook om een gemeenschap voor dit geweldige project te bouwen. Ik schat dat we, verspreid over Nederland, zo’n twintig mensen nodig hebben in eerste instantie. Maar dat kan met een factor tien groeien.”

En toen bent u verhuisd?

„Niet meteen. Ik heb bijna een heel jaar genomen om bij VanderBilt alles netjes af te sluiten. Er lopen nog gesprekken met studenten die misschien ook hier naartoe willen komen. Sinds juni ben ik in Nederland, met m’n man, onze dochter van 14, onze zoon van 17 en onze twee katten. We verblijven vooralsnog in een hotel.”

Wat behelst het LISA-project?

„Het is de bedoeling drie satellieten in een baan om de zon te krijgen, in een driehoeksconfiguratie, op een onderling afstand van 2,5 miljoen kilometer. Het is een soort observatorium rondom een ster. We kunnen daarmee zwaartekrachtgolven meten. Zelfs de kleinste rimpelingen vangen we op. Het maakt het mogelijk ver terug in de tijd te kijken, tot het allereerste begin van het universum.

„Als alles volgens planning verloopt lanceren we de satellieten in 2035. Dat lijkt ver weg, maar we moeten nog alle instrumenten bouwen. It’s go time.”

Natuurwetenschappen

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next