De wekelijkse rubriek Finishpraat speelt in op actualiteit, combineert verleden met heden en haalt oude herinneringen op; kortom een verhaal voor de echte motorsportfan. In deze editie gaat het over herinneringen aan de Grand Prix van Duitsland.
Komend weekend staat de Duitse Grand Prix op de Sachsenring op het programma. Na deze Grand Prix is het seizoen exact halverwege en breekt tevens de (korte) zomerstop aan. Sinds 1998 wordt de Duitse Grand Prix op de Sachsenring verreden. Natuurlijk werd er in het verleden ook al eerder op een andere layout gereden, tussen 1958 en 1972. Alleen was het toen nog ‘achter de muur’ tijdens de Oost-Duitse (DDR) Grand Prix. Tot de val van de muur werd de West-Duitse Grand Prix vaak ook als de Grand Prix van Duitsland aangemerkt. Deze werd jarenlang afgewisseld tussen Hockenheim en de Nürburgring, waarbij laatstgenoemde in eerste instantie nog gebruikmaakte van de lange en levensgevaarlijke Nordschleife.
Nu de Duitse Grand Prix weer in aantocht is, ging ik nadenken over mijn herinneringen aan deze Grand Prix. Ik heb de Grand Prix op de Sachsenring zelfs al zes keer bezocht; komend weekend wordt dat de zevende keer. Wanneer ik denk aan Nederlandse successen op de Sachsenring, dan zijn die vrij beperkt. Dat is ook niet zo raar, aangezien Nederlands succes sowieso vrij beperkt is geweest. Het moment dat mij direct te binnen schiet, is de Moto3-start in 2023. Collin Veijer had toen een raketstart vanaf de tweede rij en reed in zijn debuutjaar in de Grand Prix voor het eerst aan de leiding. In een poging om de kopgroep bij te houden, crashte hij vervolgens al vroeg in de race. Verder denk ik ook aan een heel bizar moment uit 2014. Scott Deroue en Bryan Schouten kwamen toen samen ten val. Schouten was zo boos over dat moment, dat hij zijn landgenoot in de grindbak aanviel. Het beeld van twee ruziënde Nederlanders ging de wereld over.
Maar Nederlandse successen in de Duitse Grand Prix zijn er zeker geweest, al waren die allemaal voor mijn tijd. Zo won Wil Hartog natuurlijk de 500cc-race in 1979 op Hockenheim. De Witte Reus had één van zijn vele raketstarts en de concurrentie, onder aanvoering van Kenny Roberts, zag hem vervolgens niet meer terug. En iets recenter: Wilco Zeelenberg behaalde zijn enige 250cc Grand Prix-zege op de Nürburgring. Dat gebeurde in 1990. Het is nog steeds de enige zege van een Nederlander in de 250cc/Moto2-klasse. Tijd om daar eens verandering in aan te brengen, Collin en Zonta! 😉 En Egbert Streuer en Bernard Schnieders behaalden in 1986 hun derde en laatste wereldtitel op Hockenheim na een spectaculaire ontknoping, al was het toen niet officieel de Grand Prix van Duitsland, maar een extra race op de kalender. Ook in de voormalige 50cc werden meerdere Nederlandse zeges behaald in de West-Duitse en Oost-Duitse Grand Prix. In totaal zelfs zeven!
Maar wanneer ik aan de Sachsenring denk, dan is die onlosmakelijk verbonden met Marc Márquez, de King of the Ring. De Spanjaard won tussen 2010 en 2021 onafgebroken in Duitsland. Alleen in 2020 werd er niet gereden vanwege COVID. De zegereeks begon in de 125cc en Moto2 en werd vervolgens vlekkeloos voortgezet in de MotoGP. Toch kende Márquez ook een heel zwaar weekend op de Sachsenring, het moment dat misschien wel zorgde voor de definitieve breuk met Repsol Honda. In 2023 crashte hij maar liefst vijf keer in één weekend en besloot daarna de race niet meer te rijden. Vorig jaar won Marc Márquez voor de twaalfde keer op de Sachsenring en voor de negende keer in de MotoGP. Nu gaat hij op voor zijn tiende MotoGP-zege in Duitsland en dertiende in totaal. Met dat laatste zou hij samen met Giacomo Agostini recordhouder worden van het meeste aantal zeges tijdens de Duitse Grand Prix.
En als ik aan de Sachsenring denk, komt ook de MotoGP-race van 2002 bij mij naar boven. Dat was nog het jaar waarin de 500cc-tweetakten en de MotoGP-viertakten het tegen elkaar opnamen. De MotoGP-viertakten – of beter gezegd de Repsol Honda-coureurs Valentino Rossi en Tohru Ukawa – hadden de eerste acht races gewonnen. Maar tijdens de negende race op de bochtige Sachsenring konden de 500cc-motoren met hun hoge bochtensnelheid zich ineens meten met de MotoGP-motoren. De kans was groot dat zelfs een 500cc-machine zou winnen, als Olivier Jacque en Alex Barros in de slotfase niet samen onderuit waren gegaan. Door die crash won Rossi alsnog. En natuurlijk ben ik de massale start vanuit de pitstraat in 2014 niet vergeten. De MotoGP-rijders merkten in de opwarmronde dat regenbanden niet de juiste keuze waren. Een groot deel van het veld ging van motor wisselen en moest daardoor vanuit de pitstraat starten. Anno 2026 zou de start waarschijnlijk worden uitgesteld, maar toen vertrokken maar liefst veertien rijders tegelijk vanuit de pitstraat, wat voor een gevaarlijke situatie zorgde.
In Nederland hopen we natuurlijk ooit weer een Nederlandse MotoGP-coureur te hebben. Maar ook bij Duitsland houdt het absoluut niet over. De laatste Duitse stunt in de MotoGP op eigen bodem dateert uit 2017, toen Jonas Folger knap tweede werd in de MotoGP-race. Maar op Duits succes in de komende Grand Prix hoeven we niet te rekenen, want op dit moment rijdt er geen enkele Duitse rijder vast in de MotoGP-, Moto2- of Moto3-klasse. Eigenlijk bizar voor zo’n groot motorsportland. Dat geeft maar weer aan hoe blij wij met Collin en Zonta mogen zijn.
Welke herinneringen heb jij aan de Duitse Grand Prix? Hopelijk kunnen we er komend weekend een aantal mooie aan toevoegen!
Tot volgende week,
Asse Klein