Onderwijs
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Het kabinet maakt een einde aan de keuzevrijheid van basisscholen om zelf te bepalen voor welke doorstroomtoets zij kiezen. Vanaf 2030 krijgen leerlingen in groep 8 weer allemaal dezelfde toets. Het is verstandig dat staatssecretaris Judith Tielen (VVD, Onderwijs) met dit besluit een einde maakt aan de onrust die hierover is ontstaan. Als een toets mede bepaalt – naast het advies van de leraar – naar welk niveau van vervolgonderwijs een kind gaat, mag er geen twijfel bestaan of de ene toets betrouwbaarder is dan de andere.
Basisscholen kregen in 2015 zowel de wettelijke verplichting om een eindtoets af te nemen als de vrijheid om zelf te kiezen wélke toets. Het College voor Toetsen en Examens (CvTE) moest erop toezien dat de verschillende toetsen vergelijkbare resultaten gaven. De twijfel daarover ontstond toen in 2024 de eindtoets werd vervangen door de doorstroomtoets. Sindsdien moeten scholen het schooladvies in principe bijstellen als een leerling bij de toets op een hoger schoolniveau uitkomt dan de leerkracht heeft geadviseerd. Doordat de toets meer gewicht kreeg, kwamen de uitkomsten ervan onder een vergrootglas te liggen.
Scholen sloegen alarm toen bleek dat de uitslagen van de verschillende toetsen soms sterk afweken van de voorlopige schooladviezen die leraren hadden gegeven. De PO-Raad, die de belangen behartigt van het basisonderwijs, maakte een eigen analyse van de toetsresultaten en kwam tot de conclusie dat sommige toetsen vaker leidden tot een hoger schooladvies dan andere. De onrust werd nog groter toen meer dan vierhonderd scholen overstapten naar een andere toets, waarna de adviezen van hun leerlingen vaak omhoog gingen.
Het ministerie en het CvTE probeerden het wantrouwen weg te nemen. Volgens hen was de ene toets niet makkelijker of beter dan de andere. Het zou vooral uitmaken of een toets aansloot bij de manier waarop leerlingen gewend waren te werken. Ook de keuze voor een digitale of een papieren toets kon van invloed zijn op de resultaten.
Dat nam de onrust niet weg. De PO-Raad had al opgeroepen om terug te keren naar één toets, nu verdween ook in de Tweede Kamer, die ooit zelf om een systeem met meerdere toetsen had gevraagd, het draagvlak hiervoor. Het is verstandig dat de staatssecretaris de knoop doorhakt om terug te gaan naar één toets, ook al weet zij dat er nog volop discussie zal volgen wélke toets dan straks uitverkoren moet zijn. Zij erkent wat eerder nog werd ontkend: volledige vergelijkbaarheid van de toetsen is een utopie.
Toch is met het schrappen van de keuzevrijheid niet alles opgelost. Het probleem blijft dat kinderen al vroeg in hun leven worden uitgesplitst naar verschillende onderwijsniveaus. Dat heeft grote gevolgen voor de rest van hun schoolloopbaan – en dus ook voor hun latere positie op de arbeidsmarkt. Voor kinderen die met een achterstand op de basisschool beginnen, zou het beter zijn als pas op een later moment wordt bepaald welk schoolniveau het beste bij hen past, stellen onderwijsdeskundigen al jaren. Die discussie verdient evenveel aandacht als het debat over de toets.