WK voetbal Na een loopbaan van 23 jaar bij de nationale ploeg kondigde Ronaldo (41) zondag aan: dit wordt zijn laatste WK. Portugal verloor een dag later in de achtste finale van Spanje. Maar is het ook zijn afscheid als international? „Ik stop zodra ík het wil, niet wanneer jullie dat willen.”
Voor Cristiano Ronaldo betekent de Portugese uitschakeling ook het einde van zijn WK-carrière.
Met de handen in de zij en zijn hoofd naar het gras gebogen staat Cristiano Ronaldo in de middencirkel van het Dallas Stadium. Hij staart in de verte en perst zijn lippen opeen. Wéér komt voor hem een wereldkampioenschap voortijdig ten einde, ditmaal door een laat doelpunt van Spanje, maandagmiddag in de achtste finale. Omringd door televisiecamera’s en fotografen kost het de Portugees zichtbaar moeite om zichzelf een houding te geven.
Teamgenoten komen naar hem toe, net zoals een handjevol spelers van de tegenstander. Ze leggen even een hand op zijn arm, of geven hem een schouderklopje. Dan begint de aanvoerder van het Portugese elftal in slentertempo aan een ronde langs de tribunes, om fans te bedanken. Hij zwaait en klapt, terwijl de toeschouwers hem toezingen. Dan breekt hij alsnog. Ronaldo slaat zijn hand voor neus en mond, zijn ogen beginnen te glinsteren.
Waren dit zijn laatste momenten in het shirt van Portugal? Het heeft er alle schijn van. Hij is immers al 41 jaar, een leeftijd die de meeste profvoetballers bij lange na niet halen, zeker niet op dit podium. Zijn zus, Kátia Aveiro, leek het een paar dagen geleden ook te suggereren. In gesprek met de Portugese televisiezender Sport TV noemde ze het WK in Noord-Amerika Ronaldo’s „laatste dans”.
Zelf wilde hij daar nog niets van weten. „Cristiano’s toekomst is nu niet belangrijk”, zei hij nog diezelfde avond, rond de wedstrijd tegen Kroatië – zichzelf zoals wel vaker adresserend in de derde persoon enkelvoud. Diezelfde boodschap herhaalde hij zondag, toen hij aanschoof in een persmoment richting de wedstrijd met Spanje. „Zoals ik een paar jaar geleden al heb gezegd: ik stop zodra ík het wil, niet wanneer jullie dat willen.”
Toen hij in de minuten daarop, in een andere bewoordingen, dezelfde vraag nog een aantal keer kreeg, begon hij te lachen, en probeerde hij er met een grapje onderuit te komen. „Jullie wíllen gewoon niet meer dat ik hier kom, he?” Na lang aandringen sprak hij uit dat het in elk geval zijn laatste wéreldkampioenschap zou zijn. „Ik ga er zo veel mogelijk van genieten, en ik hóóp dat morgen niet mijn laatste wedstrijd op een WK wordt.”
Zijn deelname hier in Noord-Amerika staat al langer ter discussie. Telkens weer wordt Ronaldo geconfronteerd met de vraag of hij het niveau op dit mondiale podium nog wel aankan. Had hij niet eerder afscheid moeten nemen? De weg moeten vrijmaken voor een nieuwe lichting, met grote talenten als Vitinha, Nuno Mendes en João Neves, die misschien wel worden afgeremd door de enorme schaduw van een wereldster op zijn retour?
Wat niet helpt, is dat hij in het eerste groepsduel tegen de Democratische Republiek Congo (1-1) een verloren indruk maakte. Ronaldo kreeg slechts 25 keer de bal, en schoot niet één keer tussen de palen. Tegen Colombia, in de derde groepswedstrijd, overtuigde hij opnieuw niet. Maar tegen Oezbekistan leverde hij wel, met twee doelpunten. Zoals hij ook scoorde, uit een strafschop weliswaar, tegen Kroatië. Een tweede goal werd afgekeurd vanwege buitenspel.
Toch zal niemand in zijn ploeg hardop aan hem twijfelen. Daarvoor is zijn status te kolossaal. Na 23 jaar bij de nationale ploeg hoeft Ronaldo „aan niemand meer iets te bewijzen”, zei ploeggenoot en medeveteraan João Cancelo (32) onlangs. Ook Vitinha sprak vol bewondering over het fitte lijf van zijn aanvoerder, vijftien jaar ouder dan hij. „Voor mij is dat voldoende bewijs voor hoe toegewijd hij is.”
Ronaldo zelf is de kritiek inmiddels wel gewend, zei hij. „Als het goed gaat, is Cristiano geweldig. Als het slecht gaat, ben ik te oud. Zo gaat het altijd.” Het voordeel van het bereiken van een zekere leeftijd, grapte hij, is dat het ook komt met „volwassenheid en de ervaring om dingen in perspectief te plaatsen. Soms voelt het alsof ik een compleet nieuw hoofdstuk in mijn leven doormaak.”
Dat hij ondanks zijn grillige prestaties onverminderd populair is, blijkt in aanloop naar de wedstrijd tegen Spanje. Al vroeg in de ochtend, uren voor de teambus naar het stadion vertrekt, staat de straat rond het teamhotel afgeladen met fans. Veel van de Portugese shirtjes, op straat en rond het stadion, dragen nog altijd zijn naam. Tijdens de wedstrijd brengt de camera twee Bengalen in beeld die op een kartonnen bord melden dat ze de halve wereld zijn overgestoken speciaal voor hem.
Hij is de onbetwiste leider van de groep. Als zijn ploeg zich in de spelerstunnel verzamelt voor de warming-up, draait Ronaldo zich om en spreekt ze moed in. Hij gaat voorop bij elke loopoefening, grapt wat met jongeling Neves, geeft aanvaller João Felix nog wat laatste instructies. Bij het inschieten van de doelman gaat de eerste poging recht op de vuisten, de tweede op de paal. Aan de andere kant van het veld juicht de Spaanse aanhang voor Lamine Yamal, 23 jaar jonger, de superster van de toekomst.
De wedstrijd tegen Spanje zou een kolossale uitdaging worden, voorspelde Ronaldo zelf al. Het is niet voor niets de regerend Europees kampioen, de ploeg die zo vaak wordt bestempeld als een van de favorieten voor de eindzege. Weinig teams beheersen het vlotte positiespel zo goed, met middenvelders en aanvallers die voortdurend in beweging zijn. Met een paar korte combinaties kan Spanje door bijna elke verdediging heen steken.
In het gekoelde Dallas Stadium heeft Portugal moeite daar grip op te krijgen. Verdedigend gaat het niet onaardig, maar wanneer Ronaldo en zijn teamgenoten de bal veroveren, lukt het zelden er iets mee te doen, omdat Spanje zich razendsnel terugrent en hergroepeert, en soms met twee of drie spelers druk uitoefent op één Portugees, in een poging het balbezit snel te heroveren. Zelden weet Portugal daardoor voorbij het middenveld te komen.
Het gevolg is dat Ronaldo nauwelijks wordt bereikt. En als hij inzakt om de bal te komen halen, kan hij die alleen maar terugspelen richting de verdediging. Het maakt dat hij grote delen van de wedstrijd statisch oogt, en in wandeltempo aflegt. In de keren dat hij wel in balbezit komt dribbelt hij zich vast, of schiet hij vanuit een lastige hoek, recht op de doelman.
Toch is heel af en toe nog een glimp te zien van wat hem een van de beste voetballers ooit maakte. In het gemak waarmee hij, zonder te kijken en met zijn rug naar het doel, een pass om zich heen de diepte in krult, in de voeten van teamgenoot Pedro Neto. Tien minuten voor rust krijgt hij de beste kans voor Portugal in de wedstrijd. Bij een afketsende kopbal staat hij op de juiste plek. De Spaanse doelman Unai Simón kan zijn schot nog net uit de hoek tikken.
Met het verstrijken van de minuten groeit ook de hoop. Spanje mag dan dreigender zijn, maar ook bij hen blijft een doelpunt uit. Yamal kan eveneens geen beslissing forceren. Eén Portugese bevlieging kan dus voldoende zijn, zoals bij hun laatste ontmoeting, iets meer dan een jaar geleden, in de finale van de Nations League. Ronaldo maakte toen na een dik uur gelijk, waarna Portugal het toernooi op strafschoppen besliste.
Maar de bevlieging komt deze maandagmiddag niet van Portugal, niet van Ronaldo. Het is de Spaanse invaller Mikel Merino die diep in de blessuretijd een vrije trap snel neemt, en zich in een paar korte combinaties met teamgenoten een weg baant door de Portugese verdediging. Hij schiet onhoudbaar in de linkerhoek. Ronaldo ziet het gelaten aan. Hij haast zich niet om de aftrap te nemen, voor de laatste vijf minuten blessuretijd.
Cristiano Ronaldo verlaat het voetbalveld na de verloren wedstrijd tegen Spanje.
Het loopt tegen vieren als de Britse scheidsrechter Anthony Taylor affluit. Even later kondigt de Portugese bondscoach Roberto Martinez aan dat hij opstapt. Op het gras in Dallas daalt het besef in dat de wereldtitel – de enige prijs die nog op Ronaldo’s erelijst ontbreekt – er niet gaat komen. Een dag eerder kondigde de stervoetballer al aan dat hij met die uitkomst kon leven. Omdat hij inmiddels inziet dat zijn prijzenkast niet het enige is dat telt.
Hij vertelde over de ongeëvenaarde passie die hij de afgelopen weken zag. De ontmoetingen die hij had met supporters van over de hele wereld: medewerkers van de hotels waar hij kwam, of de fans die er toevallig ook verbleven. Bij veel van hen zag hij wat het betekende om oog in oog met hem te staan, bij de lift of het ontbijt. „Uiteindelijk draait het in het leven om dat soort momenten. Die hebben een blijvende indruk gemaakt en neem ik met me mee naar huis.”