Israëlische rechtsstaat Al langer probeert de regering van Benjamin Netanyahu de onafhankelijkheid van het Hooggerechtshof te ondermijnen. Zondag ging ze een stapje verder: een uitspraak van de hoogste rechter wordt openlijk genegeerd. Vijf vragen over de Israëlische rechtsstaat.
De Israëlische premier Benjamin Netanyahu met zijn vrouw Sara.
Het Hooggerechtshof „vertrapt de wet”. Met dat argument legt de regering-Netanyahu een uitspraak van de hoogste rechter van Israël naast zich neer. In een boodschap aan het hof meldden de ministers Shlomo Karhi (Communicatie) en Yariv Levin (Justitie) zondag dat ze niet langer rechterlijke uitspraken zullen erkennen die „in strijd met de wet” zijn.
Zo is een nieuwe fase in een machtsstrijd aangebroken over de vraag wie in Israël het laatste woord heeft: politici of rechters.
Zes leden van een toezichthouder van commerciële tv- en radiostations legden eerder dit jaar hun functie neer. De Israëlische regering ontmantelde de organisatie vervolgens, met een beroep op de wet, waarin staat dat de toezichthouder niet meer kan functioneren als meer dan een derde van zijn leden opstapt. Vervolgens werd een alternatieve toezichthouder opgericht, onder leiding van een vertrouwelinge van de premier.
Het Hooggerechtshof constateerde dat de opstappende leden onder druk waren gezet door minister Karhi en oordeelde dat de oorspronkelijke toezichthouder nog wél in bedrijf is. Uitspraken van het hof, de hoogste rechterlijke instantie van Israël, zijn bindend.
De regering probeert al jaren haar greep op de media te vergroten. Kwesties die spelen voor de toezichthouder zijn onder andere financiële voordelen voor een tv-kanaal dat gunstig over de regering bericht en de overname van een kanaal dat juist als onafhankelijk te boek staat.
Het is de eerste keer dat de Israëlische regering actief uitdraagt dat ze een rechterlijk bevel negeert. Maar al jaren ageren bewindslieden tegen het Hooggerechtshof, dat in hun ogen veel te kritisch is over democratisch aangenomen wetten. De hoogste rechter heeft de bevoegdheid wetten af te schieten als hij die in strijd acht met de Israëlische basiswetten, een soort grondwet.
President Isaac Herzog noemde het negeren van een gerechtelijke uitspraak „een rode lijn die onder geen enkele omstandigheid overschreden mag worden”. Volgens oud-premier Naftali Bennett, die nu in de oppositie zit, leidt dat tot „anarchie op straat en de ontmanteling van ons land”.
Yair Golan, leider van oppositiepartij Democraten, sprak het vermoeden uit dat de regering-Netanyahu aan toekomstige verkiezingsuitslagen zal willen tornen. De Israëliërs gaan in het najaar naar de stembus. Met deze stap, zegt Golan, wordt het verzet tegen de rechterlijke macht genormaliseerd en geoefend, waardoor de regering later kan weigeren de verkiezingsuitslag te accepteren en de macht over te dragen.
Zelf ontkent de regering dat ze een constitutionele crisis heeft willen ontketenen: ze wil naar eigen zeggen juist een crisis voorkomen, door het Hooggerechtshof aan de wet te houden. Maar deze uitleg heeft geen juridische waarde. Het is immers bij uitstek de hoogste rechter, en niet de politiek, die bepaalt of iets wettig is. Met deze uitleg heeft het er alle schijn van dat de regering bewust een crisis ontketent, met als doel de kritische tegenmacht van het hof verder te ondermijnen.
Vóór de Hamas-aanval van 7 oktober 2023 gingen honderdduizenden Israëliërs de straat op om tegen de aantasting van de regering van de onafhankelijke rechtspraak te protesteren. Destijds wilden Netanyahu en consorten de politieke invloed op de aanstelling van rechters vergroten, waardoor ze meer geestverwanten zouden kunnen benoemen. Maar wie de uitspraken van de hoogste rechter kan negeren, heeft geen benoemingsprocedures meer nodig.
Oppositiepoliticus Golan is niet de enige die waarschuwt voor onvrije verkiezingen. Er is Netanyahu veel aan gelegen om aan de macht te blijven, al was het maar omdat hij als ambteloos burger veel sneller vervolgd zal worden in de drie corruptiezaken waarin hij terechtstaat. Als premier weet hij die vervolging vooralsnog eindeloos uit te stellen.
Het is vooral de vraag of de regering hiermee ‘wegkomt’. Als ze deze relatief marginale uitspraak succesvol naast zich neer kan leggen, dan kan dat ook met belangrijke oordelen, bijvoorbeeld als er betwist wordt wie de verkiezingen gewonnen heeft.