Home

Ik ben nogal lang maar ook een klein dikkerdje

Ik dacht altijd dat ik een open boek was totdat mensen begonnen te zeggen dat ze geen hoogte van me kregen. Wat betekent dat toch, dacht ik elke keer weer. Geen hoogte krijgen, iemands hoogte niet kunnen bepalen. Ik ben precies 1 meter 84 lang. Toen ik mezelf jaren geleden voorstelde aan de moeder van een vriendin zei ze: O ben jij Jente, ik dacht dat je een klein dikkerdje was. We zaten naast elkaar op de bank in de woonkamer van deze vriendin, die jarig was en druk bezig alle bezoek van een drankje te voorzien. Buik in, riep haar moeder toen ze even ontspande. Van die moeder kon ik vrij snel hoogte krijgen.

In My Year in Paris with Gertrude Stein beschrijft Deborah Levy hoe ze in Parijs werkt aan een essay over de avantgarde-schrijver Gertrude Stein. Bij het lezen van haar verwarrende en betoverende proza, schrijft Levy, had ik soms de neiging het een mep te verkopen. Gertrude Stein wilde niet begrepen worden. Ze geloofde daar niet in. Volgens Levy verlangde ze ernaar dat lezers haar zouden vinden, maar kon een deel van haar het niet verdragen gevonden te worden.

Was Gertrude Stein een klein dikkerdje, vraag ik me af. Ze wordt vaak omschreven als een monumentale aanwezigheid. Ze had haar korset afgelegd, schrijft Levy, en geen enkele behoefte zich kleiner te maken om mannen te behagen.

Deborah Levy is een van mijn literaire helden en ook een monumentale aanwezigheid. Twee jaar geleden zag ik haar in Londen op de uitreiking van de International Booker Prize. Ik draaide me om en daar zat ze, alsof er ineens een spot op haar stond. Ik dacht dat ik hallucineerde, anders had ik haar zeker aangesproken.

Laatst was ik opnieuw in Londen, op het European Writers’ Festival. Ik droeg een Palestina-pin in de mouw van mijn blouse, als een manchetknoop. Toen ik die erin stak vond ik dat slim van mezelf. Eenmaal op het podium vond ik het dom. De pin was veel te subtiel. Buiten trokken tienduizenden Tommy Robinson-aanhangers door de straten met Britse vlaggen om hun getatoeëerde schouders. Verderop werd door pro-Palestijnse betogers de Nakba herdacht. En hier zat ik met een Palestijnse vlag in de mouw van mijn blouse verstopt. Ik verlang ernaar gezien te worden maar een deel van mij kan dat niet verdragen. Op een podium voel ik me goed, behalve misschien over mijn haar, want na afloop zei mijn zoon: Je zat steeds aan je haar. Iemand anders zei: Ik zag je Palestina-pin. Gelukkig maar, zei ik.

Mijn zoon is bijna dertien en ook erg lang, maar vindt het vervelend om hier voortdurend door anderen op gewezen te worden. Hij wil gewoon een mens tussen de mensen zijn. Die middag wilde hij naar Piccadilly Circus, waar de mensen waren. De mensen en hij. En zijn moeder. Ineens zag ik hem denken: wat doe ik hier met mijn moeder erbij. Hij is een open boek, al zijn er steeds vaker momenten dat het boek sluit, dat hij even niet gevonden wil worden.

Being yourself is funny as you are never yourself to yourself except as you remember yourself and then of course you do not believe yourself, schreef Stein.

Stein was monumentaal maar ook fragiel, vond Levy.

Zelf ben ik nogal lang maar ook een klein dikkerdje.

Jente Posthuma

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next