Operafestival Vrijdag leidde dirigent Klaus Mäkelä (30) zijn eerste grote internationale operavoorstelling, op het prestigieuze festival van Aix-en-Provence. De keuze voor Strauss’ complexe Die Frau ohne Schatten had niet ambitieuzer gekund, maar de productie werd een bejubelde triomf.
Scène uit Die Frau ohne Schatten, nu te zien op het festival d’Aix-en-Provence
Die Frau ohne Schatten door Orchestre de Paris o.l.v Klaus Mäkelä. Regie: Barrie Kosky. Decors: Michael Levine. Kostuums: Victoria Behr. Te zien 9/7, 19 uur live op arte.tv (en een maand erna). Radio: 13/7, 20 uur via francemusique.fr en in de Radio France-app. Info: festival-aix.com.
Toen het Concertgebouworkest Klaus Mäkelä 2022 benoemde als nieuwe chef-dirigent, was dat de weloverwogen keuze voor een groeibriljant. Mäkelä was al heel goed, en hij zou in de vijf jaar tot zijn komst in 2027 nóg beter worden, was het idee. Een idee waarover je soms ook wat wanklanken opving, want gaat het niet te hard, en doet Mäkelä niet te veel? Op het prestigieuze operafestival in Aix-en-Provence voelde je vrijdag ook de spanning van het publiek én de aanwezige directie van het Concertgebouworkest. Klaus Mäkelä dirigeerde als 21-jarige weliswaar al een Zauberflöte in Finland, maar deze avond werd ervaren als zijn échte operadebuut, voor het oog van de wereld. Extra spannend: met Richard Strauss’ langste en ingewikkeldste opera Die Frau ohne Schatten had de keuze niet ambitieuzer gekund. Maar het werd een gigantisch succes, al meteen na de eerste akte met luid bravogeroep gemarkeerd.
Bij het Orchestre de Paris gaat Mäkelä nu zijn zesde en laatste seizoen in als chef-dirigent. Die jaren van samenwerking hoorde je af aan het vuur en de afwerking van de uitvoering, met als bijgedachte: wat heeft dit orkest een prachtige musici, en wat spelen met name concertmeester Sarah Nemtanu en eerste cellist Eric Picard watertandwaardig mooie soli.
Strauss’ orkeststukken zijn ook kernrepertoire bij het Concertgebouworkest, dat zich dus kan verheugen op een chef-dirigent die in Aix-en-Provence lang heeft mogen repeteren op Strauss’ gelaagde muziek en hoe je die glanzend én met schaduw dooraderd moet uitvoeren. Het resultaat is een in drieënhalf uur weergaloos opgebouwde voorstelling met alles erop en eraan – van kamermuzikaal menselijk smachten tot nachtmerrieachtige orkestpassages die de tonaliteit aan flarden rijten.
De keizer van een geestenrijk is getrouwd met een keizerin die geen schaduw heeft, als symbool van haar kinderloosheid. Als zij binnen drie dagen geen schaduw krijgt, versteent de keizer. Met haar voedster probeert de keizerin de schaduw van een gewone vrouw, echtgenote van de verver Barak, te kopen. De verversvrouw wordt verleid door het idee van een rijker leven en wil afstand doen van Barak. Maar de keizerin beseft dat geluk niet ten koste van een ander mag worden gekocht. Ze weigert de schaduw van de vrouw te stelen, waarna beide echtparen worden verzoend en vruchtbaarheid en menselijkheid zegevieren. Moraal van het verhaal: mens, je bent niet op de wereld gezet voor jezelf, maar voor de liefde die je te geven hebt.
Die Frau ohne Schatten is als een droom die je ook als je wakker bent maar niet van je afschudt. Een Freudiaans sprookje over onvruchtbaarheid, verlangen en een keizerin die haar eigen wens opoffert ten gunste van twee stervelingen. Bent u er nog? Niet voor niets ging Die Frau ohne Schatten ook wel de boeken in als onbegrijpelijk symboolzwanger. Maar Strauss en zijn librettist Hugo von Hofmanntsthal hadden er schik in, en regisseur Barrie Kosky (in Nederland bekend van o.a. een Puccini-drieluik, een Fledermaus en een prachtige Armide) had dat óók bij het omzetten van al die vage symbolen naar treffende beelden met een hoog wowgehalte.
Er is een duistere eerste akte – met een zwarte schommelstoel onder een schacht die geen schaduw werpt. Een oogverblindend lege witte slotakte. De keizer berijdt een hobbelpaard op wiegmessen, er is een ballet van tollende, hoofdloze zwarte reuzendanseressen, een vruchtbare mensenvrouw wordt genomen door een hoogglanzende naakte dansfaun en dan is er nog een reuzenhoofd op acht benen met messen uit de oogkassen. Wie de plot als een som wil doorgronden, wordt door Kosky niet bediend. Maar wie zich openstelt voor een hallucinante operatrip beleeft hier – ook dankzij Mäkelä – een productie als een Jeroen Bosch-achtige koortsdroom.
De cast is van grote klasse, met onder anderen Nina Stemme als een gruizige voedster, Amber Braid als een krachtige, lekker aardse verversvrouw en Vida Mikneviciute als een Keizerin die treffend het goddelijke en menselijke verbindt. De voorstelling is gecoproduceerd door de Brusselse Muntopera, maar je zou wat geven voor een reprise bij De Nationale Opera, met Klaus Mäkelä in de bak.