Verduurzaming Glastuinbouwers kunnen veel hulp bieden om krapte op het stroomnet te bestrijden. Netbeheerder Liander ziet kansen. Maar tuinders zitten in een spagaat. Ze worden geacht te verduurzamen en dan zou hun elektriciteitsgebruik de problemen op het elektriciteitsnet juist flink verérgeren. „De vraag is: welk probleem is nu het meest urgent?”
Bij Linflowers in de Bommelerwaard worden jaarlijks 60 miljoen chrysanten gekweekt. De kas is opgedeeld in velden met verschillende groeistadia, zodat er altijd geoogst kan worden.
Zelfs in de ergste hittegolf gaat in de kassen van Linflowers de verwarming ’s nachts aan. „Het vocht dat de planten in de nacht verdampen moet weg”, zegt eigenaar Rochus van Tuijl. „Om dat uit de kas te drijven is extra warmte nodig, alleen de ramen openzetten doet niet genoeg.”
De chrysantenkwekerij in Zuilichem, in de Bommelerwaard, is 8 hectare groot. Linflowers heeft verderop nog drie locaties, in totaal telt het bedrijf 22 hectare aan kassen. En behalve tuinders, die jaarlijks 60 miljoen chrysanten kweken, maakt dat de familie Van Tuijl ook een beetje energieproducenten. Ze leveren stroom aan het elektriciteitsnet, als dat financieel voordelig is of als de netbeheerder erom vraagt.
Dat is mogelijk dankzij de installatie die in het gebouw naast de kassen en de verpakkingshal staat: de warmte-kracht-koppeling (WKK). Die draait op gas, en produceert daaruit drie dingen die cruciaal zijn om het hele jaar door bloemen te kunnen kweken: CO2, warmte en elektriciteit.
De warmte-kracht-koppeling van Linflowers produceert CO2, warmte en elektriciteit
In de kas gaat de CO2 via horizontale, zachtplastic slurven met gaatjes erin die tussen het groen door lopen zo direct mogelijk richting de planten. Vlak boven de grond lopen ook lange stalen buizen voor warm water langs de uitgestrekte bloembedden met witte chrysanten in verschillende groeistadia. Heel hoog in de kas hangen de ledlampen – al worden die vandaag deels aan het zicht onttrokken door schaduwdoek dat de werknemers uit de zon houdt.
„Onze WKK draait een kwart van de tijd op vol vermogen”, roept Van Tuijl boven het geluid van de muziekinstallatie uit van twee onderhoudsmonteurs die bezig zijn in het WKK-gebouw. „De rest van de tijd hebben we capaciteit over om het elektriciteitsnet te ondersteunen.”
Zijn WKK, een grote, groene installatie, heeft een vermogen van 2,7 megawatt, grofweg 350 keer het vermogen dat een gemiddeld huis nodig heeft. De meeste tuinders hebben een WKK, en velen van hen zetten die net als Van Tuijl deels in voor productie van elektriciteit die het stroomnet op gaat. „Dat telt op, ongeveer tien procent van de elektriciteit in Nederland wordt opgewekt door de tuinbouw”, zegt Van Tuijl.
Tuinders zijn dus belangrijk voor netbeheerders. Vanwege de hoeveelheid elektriciteit die ze terugleveren, maar vooral ook omdat ze hun vermogen flexibel kunnen inzetten. Een WKK kan in een mum van tijd opstarten. Dat maakt ze nuttig op momenten dat er plots veel vraag is naar elektriciteit en ook als tegenhanger van het immer fluctuerende patroon van energie-opwek door zon en wind.
Dat het belangrijk is om oplossingen te vinden voor de netcongestie werd afgelopen zondag weer eens duidelijk. Netbeheerder Enexis was in Tilburg genoodzaakt korte tijd de elektriciteit uit te zetten voor zo’n 18.000 huishoudens, om overbelasting op het net te voorkomen. Er werd onverwachts heel veel stroom gebruikt, wat kan leiden tot schade aan het stroomnet en zelfs brand.
„Wij kunnen binnen een minuut één of twee megawatt aan extra vermogen het net op sturen”, zegt Van Tuijl. „De ledlampen staan bij ons in de winter veel aan, maar die kunnen we best tijdelijk terugschakelen. In plaats van 100 procent branden ze dan even 50 procent. Dat gebeurt heel vaak, soms maar voor hele korte momenten. Ik reken voor de plantengroei op een gemiddelde van 80 procent aan ledlicht.”
Tuinders doen dit dus al, maar nu gaat dit alles zonder veel vooraf bedachte plannen voor het elektriciteitsnet als geheel. Liander, de netbeheerder die in de Bommelerwaard actief is, en in de rest van Gelderland, Noord-Holland, een stukje Zuid-Holland, Flevoland en Friesland, is voornemens dit systematischer aan te gaan pakken. Tuinders kunnen heel zinvol ingezet worden in de strijd tegen netcongestie, het probleem dat het stroomnet op piekmomenten helemaal vol zit, waardoor er voor nieuwe aansluitingen in veel regio’s lange wachtlijsten zijn ontstaan.
„We zijn waar we kunnen het lokale elektriciteitsnet aan het verzwaren, maar we lopen tegen fysieke grenzen aan”, zegt Jessica Hofmann, sectorlead landbouw bij de afdeling energieplanologie van Liander in een videogesprek voorafgaand aan het bezoek aan Linflowers. „Beter benutten van flexibiliteit is daarom ontzettend belangrijk en wij zien voor tuinders een rol in het lokale systeem weggelegd. Als we kunnen rekenen op de flexibiliteit van de tuinders maakt dat nieuwe aansluitingen voor huizen en bedrijven mogelijk.”
De potentie is groot, blijkt uit onderzoek dat energieadviesbureau BlueTerra voor Liander deed. Elke tuinder is anders, maar als vuistregel kan worden aangenomen dat 1 hectare kas ongeveer 0,5 megawatt aan flexibel vermogen kan leveren voor korte en lange duur. „Met een halve megawatt flexibel vermogen zijn grofweg 250 tot 500 woningen aan te sluiten”, zegt Hofmann. „Al hangt het van onder meer de locatie af wat het precies aan ruimte oplevert.”
Het adviesbureau rekende ook door wat dit voor enkele specifieke regio’s met glastuinbouw zou kunnen opleveren in de toekomst. In de Bommelerwaard zou ruim driekwart van de verwachte krapte weggenomen kunnen worden door de tuinders. „We verwachten dat in 2040 meer elektriciteit wordt afgenomen dan we kunnen leveren op het onderstation in de Bommelerwaard”, legt Hofmann uit. „Maar als de glastuinbouwers, die ook achter dat onderstation zitten, hun flexibel vermogen inzetten, dan wordt dat dus voor 76 procent weggespeeld.”
Voor de regio waar Greenport Aalsmeer ligt zou het tekort in 2040 op deze manier met de helft kunnen worden teruggebracht.
„Hier liggen wel allerlei aannames onder”, zegt Hofmann. „De studie is verkennend, we wilden weten of het de moeite waard is om hiermee aan de slag te gaan. In de doorgerekende scenario’s houden tuinders vooral rekening met de wensen van de netbeheerder. Nu zijn ze in de praktijk ook bezig met de markt, ze spelen met hun WKK in op de elektriciteitsprijs om geld te verdienen. Daar hebben zij natuurlijk een keuze in. We zouden contracten moeten sluiten met tuinders om meer inzet voor het elektriciteitsnet aantrekkelijker te maken.”
Voor Van Tuijl begon het voeden van het elektriciteitsnet ook met een financiële kans, vertelt hij terug in zijn kantoor, dat uitkijkt op de verpakkingshal. Maar het maatschappelijke punt wordt voor hem steeds belangrijker. „Onze WKK ter beschikking stellen aan het net gaat ten koste van de plantengroei. Dat calculeer ik van tevoren in, maar er moet dus wel een vergoeding tegenover staan om dat te doen. We zijn uiteindelijk een commercieel bedrijf. Maar meer en meer ben ik gaan inzien dat we hier als sector op moeten inzetten. Omdat er maatschappelijk zoveel vastloopt door de krapte op het net en ook om als sector zelf commitment te krijgen vanuit beleidsmakers.”
Want vanzelfsprekend is het niet dat de tuinders deze rol krijgen of op zich nemen. De sector staat op een kruispunt, en er is veel onzekerheid.
Net als andere sectoren in Nederland moet ook de tuinbouwsector verduurzamen. Minderen en uiteindelijk stoppen met aardgas dus. Om ze in deze richting te duwen is de laatste jaren de energiebelasting voor tuinders al geleidelijk verhoogd. Maar stoppen met aardgas zou wel het einde van de meeste WKK’s betekenen.
Veel tuinders in het westen van Nederland zijn om te verduurzamen bezig met geothermie, warmte uit de ondergrond omhoog halen. Maar dat is niet overal mogelijk, dus tuinders elders moeten elektrificeren. Zij zouden dan in plaats van elektriciteit gaan leveren met hun WKK ineens veel meer extra elektriciteit gaan vragen, voor het licht én de warmte die nodig is in de kassen. En daarvoor is al helemaal geen plek op het net.
20260624, Zuilichem, foto’s Katrijn Van Giel. Flexibiliseren van het energieverbruik van glastuinbouwers, zodat ze ruimte kunnen scheppen voor nieuwe stroomaansluitingen. Reportage bij Glastuinbouwer Rochus van Tuijl van Linflowers.
En dan zitten tuinders nog met een CO2-probleem. Waar de atmosfeer daar te veel van heeft met klimaatverandering tot gevolg, dreigen tuinders door verduurzamingsplannen juist te weinig te hebben van dit molecuul dat zo belangrijk is voor plantengroei.
„We halen onze CO2 nu uit gas. Als we daarmee stoppen, moeten we het elders kopen”, zegt Van Tuijl. „Maar producenten van CO2, zoals de olieraffinaderijen die het in hun productieproces afvangen, worden geacht hun CO2 ondergronds op te slaan in de grote opslagprojecten die nu gebouwd worden. Hun verduurzamingsplannen werken dus in tegen onze mogelijkheden tot verduurzaming, want onze aanvoer van CO2 stokt.”
En zo bevinden de tuinders zich in het middelpunt van meerdere verduurzamingsvraagstukken. Voor het klimaat is het beter om te stoppen met gas en WKK’s. Maar als de tuinders dat doen maken ze het voor anderen moeilijker om te verduurzamen, want dan groeit het probleem van netcongestie.
„De vraag is, welk probleem is nu het meest urgent?”, zegt Van Tuijl. „Ik denk dat het verstandig is als de tuinbouwsector respijt krijgt voor het stoppen met gas. Tot de problemen met netcongestie minder prangend zijn geworden.”
„Ik ben veel bij tuinders op bezoek geweest de laatste tijd en ik hoor steeds dat ze graag onderdeel van de oplossing van netcongestie willen zijn”, zegt Hofmann. „Ze zien het als een manier om als sector vooruit te komen en meer zekerheid voor de toekomst te krijgen. Voor ons is dit een kans die we liever niet onbenut laten.”