Zwemmen Met een race van „een extreem hoog niveau” zwom Marrit Steenbergen eind juni het negen jaar oude wereldrecord op de 100 meter vrije slag uit de boeken. Steenbergen blijft zich maar ontwikkelen. Voor de Zomerspelen van Parijs vond ze aansluiting bij de wereldtop. Nu is ze van dat selecte clubje de snelste ooit. Hoe is haar dat gelukt?
Marrit Steenbergen tijdens haar recordrace.
Zwom Marrit Steenbergen (26) eind juni in Rome de perfecte 100 meter vrije slag? Zwemcoach Patrick Pearson ziet altijd wel verbeterpuntjes. Misschien, zegt hij, dreef ze nog nét iets te veel naar de muur toe bij het keerpunt, in plaats van even stevig door te zetten. Maar dat is het wel. „Het was echt een supersterke race. Van een extreem hoog niveau.”
Het was dan ook de snelste 100 meter vrije slag ooit gezwommen. Steenbergen verkeert in de vorm van haar leven en met die race in juni (51,68), zwom ze het negen jaar oude wereldrecord van de Zweedse grootheid Sarah Sjöström (51,71) voorbij. Het hing al in de lucht: met twee absolute toptijden in mei (51,85 en 51,97) bij zwemtoernooi Mare Nostrum in Zuid-Frankrijk en Barcelona, kwam ze al erg dichtbij. En dit weekend, bij de trials voor de Europese Kampioenschappen in Parijs, deed ze dat weer (51,82).
Steenbergen werd hiermee ook de vierde vrouw ooit die onder de 52 seconden dook op de 100 meter vrij. Sinds 2021 lukte dat slechts een andere zwemmer: de Amerikaanse Anna Moesch (51,94, in mei). En waar de anderen één keer in dat rijtje staan, zwom Steenbergen dus al vier keer onder de 52,0.
Het voelde „bizar”, zei Steenbergen na haar race in Rome. „Het moet nog even landen, maar het is gewoon echt waar.” Direct na afloop dacht ze zelfs kortstondig dat ze het verkeerd had gezien. Toen het toch echt een wereldrecord bleek te zijn, brak een grote lach door. Even ging haar hand voor de mond en daarna kreeg ze een knuffel van de Amerikaanse Gretchen Walsch in de baan naast haar.
Dat nieuwe wereldrecord is een prestatie die moeilijk te overschatten valt. De 100 meter vrije slag wordt gezien als het meest prestigieuze nummer in het zwemmen, met een moordende internationale concurrentie. (Het laatste Nederlandse wereldrecord op de 100 meter vrij is alweer 26 jaar oud: Inge de Bruijn (53,77) bij de Spelen in Sydney.)
Zeker als een tijd al zo lang staat, en maar weinigen in de buurt zijn gekomen, is de opwinding in de zwemwereld groot als iemand onder het wereldrecord duikt. Van over de hele wereld vroegen analisten meteen een video aan van Steenbergens race, om te kijken hoe die is opgebouwd. „Dat kun je niet geheim houden,” zegt bewegingswetenschapper Sander Schreven, verbonden aan het Innosportlab in Nationaal Zwemcentrum de Tongelreep in Eindhoven, waar hij met zwemmers als Steenbergen werkt. „Maar ze weten niet bij alles wat de achterliggende gedachte is.”
Steenbergen blijft zich ontwikkelen: in aanloop naar de Olympische Spelen van Parijs vond ze aansluiting bij de mondiale top. Nu is ze van dat selecte clubje zwemmers de snelste ooit. Hoe is dat gegaan?
Onder de indruk van Marrit Steenbergens recente races is Patrick Pearson zeker. Maar heel verrast is hij niet. De laatste maanden zwom Steenbergen zelfs tijdens trainingen al zeer scherpe tijden die aardig in de buurt kwamen van haar oude persoonlijk record, waar ze in 2024 in Doha voor het eerst wereldkampioen mee werd (52,26).
Daarbij: Pearson zegt al een kleine twee jaar tegen Steenbergen dat ze het in zich heeft een wereldrecord te zwemmen. Dat was meer dan alleen een stelling, hij wilde er nadrukkelijk mee aan de slag. „Ik heb gedacht: wat nou als we als doel hebben de beste 100 meter ter wereld te worden en te blijven? Dan moeten we kijken: wat maakt nou het verschil tussen zo’n tijd in Doha en het wereldrecord?”
Steenbergen, van nature bescheiden, is niet iemand die zo’n ambitieus doel meteen overneemt. Pearson: „Maar ik wist gewoon dat zij iemand is die dit kan. Ze moest dat alleen zelf ook gaan inzien.” De laatste tijd ging dat steeds beter. Hij zag het vertrouwen groeien: „Ze staat meer open, pakt meer aan, laat heel snel ontwikkeling zien.”
Om dat wereldrecord aan te vallen, moest Steenbergen allereerst (nog) sterker worden. Dus werd haar zwemprogramma aangepast, zegt Sander Schreven van Innosportlab, om zo te zien waar nog winst te halen valt. Na de voor Steenbergen teleurstellende verlopen Olympische Spelen – ze was in aanloop naar ‘Parijs’ niet zo fit, een beetje ziekig, en werd zevende in de finale van de 100 meter vrije slag – is ze nog meer krachttraining gaan doen. Daarbij ging ze minder ‘omvang’ trainen, dus minder lange, niet al te intensieve, sessies in het bad.
Die verschuiving zie je meer in het zwemmen, zegt Schreven. Met als trendsetter de Australische sprinter Cameron McEvoy, wereld- en olympisch kampioen op de 50 meter vrije slag, die zijn schema radicaal omgooide naar vooral kracht en in het water alleen nog hoog intensieve trainingen doet. Nogal een cultuuromslag, zegt Schreven. „Zwemmers vroegen vroeger altijd aan elkaar: hoeveel kilometer heb jij deze week gemaakt?” Vanuit het idee: hoe meer, hoe beter.
Marrit Steenbergen nadat ze het wereldrecord had verbeterd in Rome.
Daarnaast paste Steenbergen allerlei kleinere en grotere dingen aan. Ze stopte met de 200 meter vrije slag, om zich echt op het sprinten te kunnen toeleggen. De rugslag en schoolslag ging ze er juist weer bij doen. (En niet onverdienstelijk: zo zwom ze bij de trials in Eindhoven donderdag een Nederlands record op de 100 meter rugslag.) Daar koos ze voor omdat ze die afwisseling leuk vindt, zegt Pearson. En het geeft ook een ‘prikkel’. „Een extra uitdaging in een andere slag is een katalysator.”
Bovenal analyseerden Pearson, Schreven en andere stafleden haar 100 meter vrije slag tot in detail om te kijken waar de ruimte voor verbetering zat. Het uitgangspunt was de race in Doha, haar oude pr. De eerste aandacht ging met name uit naar de start, zegt Pearson. „Iedereen die haar heeft getraind, weet dat dit niet haar specialiteit is.”
Maar met een combinatie van meer kracht en een nét iets andere techniek, de manier waarop ze haar benen meeneemt het water in, wist Steenbergen in een vrij korte tijd zo’n 0,10 tot 0,15 seconden van de eerste 15 meter af te schaven.
Zo werd ze een van de snelste starters in het veld, op een paar 50-meter-sprintkanonnen na. Schreven: „Het knappe is dat zo’n aanpassing bij Marrit er al in een paar trainingssessies ingeslepen is. En dan kan ze het ook toepassen in wedstrijden.” Dat is uitzonderlijk, zegt hij. „Anderen zijn daar soms weken mee bezig.” Ook Pearson merkt dit op. „Dat maakt haar heel talentvol.”
Met die betere start was een flinke stap gezet. Er waren nog andere minder grote zaken, zoals het ‘drijven’ richting het keerpunt (dat moest minder). Maar de laatste grote verbetering zat hem in de laatste 25 meter. „Dat was de sleutel,” zegt Schreven. „In eerdere races zag je dat als ze snel opende, dat ze op het einde een beetje dood ging.” Maar door de raceverdeling wat aan te passen, ze ging de terugweg meer ‘opbouwend’ zwemmen, had Steenbergen in Rome meer kracht en energie over voor die laatste halve baan. Het helpt ook dat ze, opnieuw vanwege toegenomen kracht, een effectievere slag heeft gekregen. Zo zwom ze in Rome in totaal ruim 0,5 seconden sneller dan in Doha.
Pearson verwacht dat de recente toptijden, ook die van de Amerikaanse Moesch, de 100 meter vrije slag als geheel een impuls gaan geven, zoals je in het zwemmen vaker ziet. „Deze twee gaan het niveau van de wereld optrekken.”
Waar ligt de grens voor Steenbergen? Schreven: „Ik denk dat die nog niet in zicht is.” Pearson: „Het klinkt misschien gek, maar ik zie dat wereldrecord gewoon als een volgende stap.” Steenbergen heeft nog veel meer in haar mars, denkt hij. „Volgens mij moet je voorbij zo’n record durven denken. Er zit geen plafond op jezelf. Ga maar zeggen: ik wil 50,9 zwemmen.”
In augustus komt Marrit Steenbergen in actie op de Europese Kampioenschappen zwemmen in Parijs. Tijdens de trials in Eindhoven, dit weekend, plaatste ze zich onder meer voor de 100 meter vrije slag en de 100 meter rugslag. Ook andere Nederlandse zwemmers plaatsten zich voor de EK, zoals schoolslagspecialisten Tes Schouten en Caspar Corbeau.
Op de EK in Parijs heeft Steenbergen op de 100 meter vrije slag op papier weinig te vrezen. Grote concurrenten, zoals de Amerikaanse Gretchen Walsh en Anna Moesch en Siobhán Haughey uit Hongkong, zijn er logischerwijs niet bij.
De Europese Kampioenschappen beginnen op 31 juli met schoonspringen en synchroonzwemmen. Vanaf 10 augustus staat wedstrijdzwemmen op het programma.