Ebola In Oost-Congo werken honderdduizenden mensen in ambachtelijke mijnen. Nu daar een snelgroeiende ebola-uitbraak rondwaart, botst de bestrijding van het virus op een economie die niet zomaar stilvalt. „Als we deze uitbraak nu niet stoppen, wordt het de grootste ebola-uitbraak ooit.”
Vrouwelijke mijnwerkers dragen plastic zakken over hun kleding (zogeheten „decalots”) om zich te beschermen tegen modder en vuil, terwijl ze stenen met gouddeeltjes sorteren op een kleinschalige mijnlocatie in Mongbwalu, in de Congolese provincie Ituri.
Terwijl artsen proberen een snelgroeiende ebola-uitbraak in Oost-Congo onder controle te krijgen, blijven honderden goudzoekers werken in de mijnen rond Mongbwalu. Voor velen is de zoektocht naar goud de enige manier om hun gezin te onderhouden.
Elke dag trekken honderden goudzoekers naar de mijnen van Mongbwalu, een mijnstadje met ongeveer 130.000 inwoners in de provincie Ituri. Ze staan zij aan zij in de modderige rivierbeddingen en kruipen ondergronds in de open mijnen, op zoek naar een paar kostbare goudklompjes. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is de uitbraak vermoedelijk ontstaan in de regio rond Mongbwalu. Congolese onderzoekers bekijken daarnaast of de begrafenis van een lokale pastoor begin februari een van de eerste grote verspreidingsmomenten was. De man werd zelf nooit op ebola getest.
Ebola verspreidt zich niet via de lucht, maar door direct contact met lichaamsvloeistoffen zoals speeksel, bloed of braaksel. In de mijnen staan de goudzoekers vaak dicht op elkaar in het water, terwijl ze de modderige grond omspoelen om klompjes goud te vinden. Die gaan vervolgens van hand tot hand, waardoor het risico op verspreiding toeneemt.
In Oost-Congo gaat jaarlijks voor miljarden dollars om in goud. In het gebied werken tienduizenden ambachtelijke mijnwerkers, handelaren en tussenpersonen. Ituri is een druk handelskruispunt en mijnbouwgebied aan de grens met Oeganda. Goudhandelaren voeren vaak ook goederen aan die in Congo worden verkocht. Mijnwerkers reizen intussen van mijn naar mijn, keren terug naar familie in de stad of bewerken tussendoor nog een stuk landbouwgrond. „Die voortdurende beweging”, zegt Peer Schouten van het Deense Instituut voor Internationale Studies, „maakt het indammen van ebola een nachtmerrie”.
Oeganda beperkte eind mei het niet-essentiële grensverkeer met Congo, maar vrachtwagens, hulpverleners en veiligheidspersoneel mochten onder gezondheidscontrole blijven passeren. De grens is bovendien op veel plekken moeilijk te bewaken. Via informele routes passeren al jaren mensen, goederen en goud. Volgens Schouten kunnen handelaren die het zich kunnen permitteren, betalen om controles te omzeilen. Daardoor blijft een deel van het grensverkeer buiten beeld.
Nederzetting in Mongbwalu, in de Congolese provincie Ituri, waar mijnwerkers wonen die in nabijgelegen mijnen werken.
Een jonge mijnwerker slaapt in zijn tent na een dag werken op een mijnlocatie in Mongbwalu.
Volgens econoom Malte Ladewig van de Noorse Universiteit voor Levenswetenschappen, werken er 380.000 mensen in de ambachtelijke goud-, coltan- en kobaltmijnen. Ruim 30 procent van de huishoudens in de oostelijke provincies is afhankelijk van de mijnen, vertelde hij aan de Britse krant The Guardian.
De wereldwijde honger naar mineralen trekt voortdurend nieuwe mensen aan. De grondstoffen bevinden zich diep in de bossen, die worden gekapt om plaats te maken voor mijnen. Nadat de goudprijs vorig jaar sterk steeg door Amerikaanse importheffingen, ontdekte wetenschapper Matthew Hansen dat rondom Mongbwalu opnieuw grote stukken bos waren verdwenen, zei hij tegen The Guardian.
„De combinatie van ontbossing, intensieve mijnbouw en veel menselijk verkeer, vergroot de kans dat virussen van dieren naar mensen overspringen en zich vervolgens snel verspreiden in de mijnstadjes”, aldus Albert Essoun, programmahoofd van Artsen zonder Grenzen, telefonisch vanuit Kinshasa.
Rond Mongbwalu is veel bos gekapt om plaats te maken voor mijnbouw.
Inmiddels heeft het Congolese ministerie van Gezondheid behalve in ebola-epicentrum Ituri, ook besmettingen vastgesteld in Noord-Kivu, Zuid-Kivu en Haut-Uele. Alledrie provincies met veel ambachtelijke mijnen. Ook in Oeganda, dat een lange grens met Ituri deelt, zijn besmettingen vastgesteld. Sinds de uitbraak, die pas halverwege mei officieel door Kinshasa werd bevestigd, zijn volgens de WHO 1.400 besmettingen vastgesteld en 438 mensen overleden. Het werkelijke aantal kan hoger liggen, omdat delen van het gebied moeilijk bereikbaar zijn voor testen en contactonderzoek.
Aanvankelijk werden in veel mijnstadjes de eerste ziekteverschijnselen, zoals koorts en braken, aangezien voor symptomen van andere ziekten, zoals tuberculose en kwikvergiftiging. Daardoor duurde het langer voordat artsen patiënten konden isoleren, behandelen en hun contacten konden opsporen, wat cruciale stappen zijn voor het indammen van het virus. De Bundibugyo–variant maakt het extra ingewikkeld: de typische ebola-symptomen verschijnen later dan bij de beter bekende Zaïre-variant, waardoor besmette mensen langer onopgemerkt blijven rondlopen.
Inmiddels zijn in Mongbwalu controleposten ingericht, worden temperatuurcontroles gedaan, staan extra ambulances paraat en proberen voorlichtingsteams inwoners sneller te bereiken.
Hygiëne is een groot probleem in de mijngebieden, zegt Esther Sterk, manager Tropische Ziekten bij Artsen zonder Grenzen, die half mei nog in een ziekenhuis in Mongbwalu werkte. „Is iemand ziek, dan is het risico dat ebola zich snel verspreidt tussen de andere mijnwerkers groot. Er zijn geen wc’s, mensen hebben geen zeep en als iemand met een ebola-patiënt in aanraking is geweest, heeft die geen mogelijkheid om zich erna te ontsmetten.”
Mijnwerkers halen met schoppen goudhoudend zand uit een open mijn in Mongbwalu, in de Congolese provincie Ituri.
Een jongen spoelt een plastic teil uit terwijl hij naar gouddeeltjes zoekt bij een ambachtelijke mijn in Mongbwalu.
Een kleinschalige mijnwerker houdt een concentraat vast met gouddeeltjes in een kleinschalige mijn in Mongbwalu.
Sinds 2007 is Sterk als arts bij bijna alle ebola-uitbraken geweest. „Dit is een van de grootste ebola-uitbraken ooit, na die in West-Afrika in 2014 en die in Congo in 2018.” Bovendien, zegt ze, bemoeilijkt de veiligheidssituatie in de regio de respons. Rondom de mijnen en op de handelsroutes bewegen milities en gewapende groepen, die profiteren van de handel en hun strijd ermee financieren.
„Vanwege de onveilige situatie blijven mijnwerkers vaak niet lang op dezelfde plek en is het ook moeilijker voor mensen om naar de gezondheidscentra te komen”, legt Sterk uit. Meer dan 260 gewapende groepen zijn actief in Ituri en Noord-Kivu, volgens een rapport van de VN-organisatie voor Ontwikkeling (UNDP), en sinds maart 2026 zijn er meer dan 5,8 miljoen mensen intern ontheemd. Veel mensen verliezen hierdoor hun traditionele inkomen uit landbouw en kleinschalige grensoverschrijdende handel met de buurlanden. Vandaar dat ze hun geluk zoeken in de mijnen.
Een arts met persoonlijke beschermingsmiddelen verzorgt een patiënt in de rode zone van het ebola-behandelcentrum van een ziekenhuis in Rwampara, in de Congolese provincie Ituri.
„Als we deze uitbraak nu niet stoppen, wordt het de grootste ebola-uitbraak ooit,” zei Jean Kaseya, directeur-generaal van de Africa Centers for Disease Control and Prevention. „We lopen zwaar achter met het traceren van patiënten.” Voor de Bundibugyo-variant bestaat nog geen goedgekeurd vaccin. Begin juli werd de eerste patiënt opgenomen in een klinische proef met experimentele middelen tegen de variant.
Teams van de Internationale Federatie van het Rode Kruis en de Rode Halve Maan bereiden zich op de begraafplaats van Mbiyo voor op de begrafenis van een vierde weeskind dat stierf aan ebola in een weeshuis in Bunia, in de Congolese provincie Ituri.
Ontheemden uit het Kigonze-kamp wonen de begrafenis bij van vermoedelijke ebola-slachtoffers op de begraafplaats van Nyamurongo, in Bunia, in het oosten van de Democratische Republiek Congo.