Zap Het vijfde seizoen van ‘Kloostergasten’ (KRO-NCRV) was een mengsel tussen het kloosterleven en een interview met een BN’er. Totdat Yvon Jaspers kwam en het programma helemaal overnam.
Yvon Jaspers bij de nonnen, in ‘Kloostergasten’.
Yvon Jaspers kan Vladimir Poetin nog doen gniffelen boven een kop thee. Weer of wind, God of geen God, zij maakt het gezellig. Na 25 jaar Boer zoekt vrouw krijgt ze de meest verbeten kaken van elkaar, met stem en intonatie die de meeste mensen reserveren voor kinderen en honden.
Dus toen ik in de tv-gids zag dat Jaspers drie dagen intern ging bij het Klooster van de Zusters Onder de Bogen in Maastricht, bereidde ik me voor op Sister Act. Jaspers nam het programma helemaal over. Gezellig werd het. Samen ‘Edelweiss’ zingen, loempia’s maken; Jaspers zei achteraf „dikke vriendinnen met de zusters” te zijn geworden. Maar Jaspers was op zoek naar meer, en wel een definitief antwoord op de vraag: waarom wijden deze vrouwen hun levens aan het klooster?
Gek genoeg was het een vraag die alleen Jaspers echt stelde, dit seizoen in Kloostergasten (KRO-NCRV). Wederom logeerden vier BN’ers bij monniken en zusters om kennis te maken met het kloosterleven. Een voice-over belooft zo het „mysterie” en de „eeuwenoude rituelen” van het klooster te openbaren.
Een aantrekkelijk format. Laatst bezocht ik een Italiaans klooster waar nonnen (vroeger) na hun overlijden op stoelen werden gezet om uit te lekken in potten van aardewerk, terwijl hun overlevende zusters ernaast baden (en zélf doodziek werden). Op zoiets wil je Yvon Jaspers wel zien reageren.
Maar dit seizoen Kloostergasten bevatte eigenlijk weinig mysterie. Het programma laveerde tussen klooster-pr en ‘belevingsinterview’, waarbij je BN’ers beter leert kennen door ze iets te zien meemaken. Van de kloosterlingen zagen we vooral ontbijt, lunch en diner – met af en toe een kerkdienst. Ze helpen hun medemens, ongetwijfeld, maar hoe? En is er nog iemand onder de zestig? KRO-NCRV toont het kloosterleven als een prikkelarme routine – een verkleedfeest in het verzorgingstehuis.
De BN’ers leren ook vooral zichzelf kennen. Jörgen Raymann hervond zijn thuisgevoel in de kerk. Eus bracht een aanstormende midlifecrisis ter sprake – toch even wennen voor de Vlaamse karmelieten, gewend om te zwijgen. Leo Alkemade wilde héél graag naar huis, terug naar een prikkelrijk leven. En Yvon Jaspers? Zij is altijd de presentator, waar ze ook is. Of in andere woorden: zij was niet op bezoek bij de nonnen, de nonnen waren op bezoek bij háár.
Al bij het ontbijt vraagt Jaspers of zuster Eugène (al 70 jaar in het klooster) geen kinderen wilde. De vrouw wijst naar Jaspers met haar vork. „Dit was mijn roeping! Dat voel je van binnen, maar dat is moeilijk uit te leggen.” Jaspers geeft niet zomaar op: „Maar doe eens een poging! Dóé eens een póging om het uit te leggen.”
Sommige dingen kun je niet uitleggen. Maar Jaspers laat wel licht schijnen op de praktische kant van de roeping. De nonnen zochten namelijk ook avontuur, muziek, naastenliefde in het klooster, en vaak: een leven zonder man. Noem het een lavendelhuwelijk met de Heer. Jaspers: „Dan ben je die éne nooit tegengekomen!”
Het werd een ontroerend beeld van een verouderende kloosterorde, verschrompeld van 300 zusters naar 26, de helft Indonesisch. Gezien de jongste Nederlandse zuster 82 is, zullen enkel nonnen uit „Azië en Afrika” overblijven.
De zusters geloven in de hemel. Jaspers in de aarde. „Ik haal alle troost en hoop letterlijk uit de grond”, zegt ze. „Als je met je handen en je voeten in de aarde zit, dan kan je ook niks gebeuren. Zo voel ik dat. […] Het wordt vanzelf weer lente, het wordt vanzelf weer zomer. Alles gaat voorbij.”
Hemel en aarde krijgt Jaspers nog niet bij elkaar, in Kloostergasten. Gezellig was het wel. De nonnen hebben Jaspers later nog vergezeld naar haar geboorteplaats Boxtel, staat op de website van KRO-NCRV. Een foto toont zes vrolijke nonnen, twee labradoedels en Jaspers als stralend middelpunt. En in het najaar neemt Jaspers haar hele familie mee naar het klooster. „Ze willen allemaal de loempia’s van zuster Terry proeven.”