Popmuziek Zonder enorme headliners, maar met een breed en eigenzinnig programma, beweegt Down The Rabbit Hole soepel tussen nostalgie en experiment. Het programma zit soms zó vol dat acts elkaar in de weg staan, maar de muziek, de ruimte en de opvallend vrolijke sfeer doen de elfde editie glansrijk slagen.
Down The Rabbit Hole was zoetsappig punk
In vuur en vlam gezet door de naïeve melodie van Talking Heads-klassieker ‘This Must Be the Place’, valt het veld voor de Hotot-tent spontaan uiteen in groepjes lijndansers. Beheerst maar uitzinnig van de lol hoppen ze van links naar rechts, hardwerkend om de twaalfkoppige marching band van David Byrne bij te houden. Als de in oranje gehulde muzikanten ‘Everybody Laughs’ inzetten, golft het meer in de Groene Heuvels tevreden mee. „Love and kindness are the most punk things you can do right now”, zegt Byrne.
Dat vrolijke sentiment begint vrijdag al vroeg. Uit The Bizarre, een tropische loods met open dak en balkon, klinkt een uptempo Jersey-club-edit van Rihanna’s ‘Rude Boy’. Het komt uit de vingers van de Vlaamse Faisal, de geniale producer achter IJsland, de activistische act met rapper Sef (Yousef Gnaoui) en Abel van Gijlswijk. Faisal staat hoog boven de dansvloer, half verborgen achter planten, zodat mensen minder naar de booth en meer naar elkaar kijken. Dat werkt. Uitpuffen tegen de muur niet, die trilt zo hard dat je zonder pardon terug de dansvloer op wordt geveerd.
Op Nederlandse popfestivals groeide dancemuziek van randprogrammering uit tot een volwaardig programma met grote namen. Indiepop en -rock leverden terrein in, waarover genoeg wordt geklaagd (waar zijn de gitaren?!), maar zo’n breed programma voedt wel de politiek van plezier in de vorm van nieuwsgierigheid en experiment. Ja, misschien zijn Little Simz, The xx en Florence + The Machine geen ‘echte’ headliners, maar daartegenover staat wel een enorme hoeveelheid geweldige, volstrekt eigenzinnige artiesten.
David Byrne op Down the Rabbit Hole.
Nu kan het dan ook alle kanten op: van de Zwolse hiphoplegende Sticks met het Nederlands Philharmonisch Orkest op de main stage, tot de Napolitaanse volkszangeres La Niña bij de kleine, prachtige Bossa Novatent aan de rand van het terrein. Of van de geëngageerde geweldenaren van het Ierse CMAT, tot de Australische synthpopveteranen van Empire of the Sun. Die hebben als sub-headliner een licht gimmick-gehalte, maar het is een scherpe show. Bij megahit ‘Alive’ vervalt het hele veld in een collectief ‘handjes in de lucht.’ De enigmatische Luke Steele, ingepakt in een soort bizonpak met halve maan op zijn hoofd en extravagant geschminkt gezicht, rolt gretig door zijn publiek heen, dat hem met huid en haar opvreet.
Op vrijdagavond trekt de Amsterdamse Bella met haar no-nonsense technoplaten de hele Rex vol. ‘Hyper’ van Pippoosh bijvoorbeeld, en ‘Wanna Get Down’ van Big Miz in een Paperkraft-edit. De Rex is sowieso een topplek, een echte club: een vierkante, pikdonkere loods, met de dj in de hoek in een blokkendoos van speakers. Daaromheen krult een bomvol balkon, aan de overkant een verhoging. De nacht begint dan eindelijk echt.
Eindelijk, want, hoewel intrigerend, staat Tomora, de act van de Noorse Aurora en de Britse Tom Rowlands (een der Chemical Brothers), te vroeg geprogrammeerd. Geweldig hoor, hoe die hoge bogen van de Teddy Widder-tent doen denken aan een gotisch treinstation en hoe de Noorse battlecry van Aurora door merg en been ragt. Alleen is dit muziek voor diep, diep in de nacht, niet voor het laatste daglicht. En ook het geluid was eigenlijk te schel. Dat is de volgende dag gelukkig opgelost, de gitaren van Johnny Marr en band klinken op zaterdag prachtig kraakhelder. Hier staan de oudere, witte mannen te stomen van genot. Gaaf hè?
Als iemand een festival op zijn kop kan zetten zonder dat het festival zelf nog weet waar die kop zit, is het de Canadese electroclash zangeres Peaches. Met zilveren tanden, enorme plateauzolen, een geschoren hoofd met voorop een zwarte dot haar en achterop een geblondeerde mat. Vanaf haar tepels hangen lange zwarte haren. Haar muziek dondert, suist, gorgelt, schuurt, druipt en vervormt. Het publiek weet niet wat het meemaakt.
Peaches op Down The Rabbit Hole
Dat geldt aan de andere kant van het muzikale spectrum ook voor de Londense rapper Little Simz. Die heeft aan een blauwe pet, kaki korte broek, zwarte Adidas Superstars en een belachelijk goeie band genoeg. Vooral bassist Marla Kether maakt indruk. Tijdens ‘Venom’ trekt een breakbeat het veld open, waarna Little Simz achter een dj-booth kruipt en met ‘Mood Swings’, ‘SOS’ en ‘Open Arms’ de Hotot-tent omtovert tot een Londense undergroundclub. Het duurt iets te lang en Little Simz heeft te weinig echte hits om als headliner het hele veld vast te houden. Maar mijn hemel, wat is dit goed. En ook welkom, deze rechttoe rechtaan show, zo strak.
Zo trekt ook op de zaterdag de Japanse dj Yousuke Yukimatsu de pin iets te vroeg uit de granaat. Met kale kop, zonder shirt en bewegend alsof hij in een brandende keuken staat, verzuurt hij hits als MGMT’s ‘Kids’ tot razende breakbeats. Geweldig, maar headliner The xx moet nog beginnen en de helft van het festival staat al in de hoogste versnelling.
En The xx zijn, acht jaar na hun laatste tour, drie ingetogen muzikanten. De esthetiek van Romy, Oliver Sim en Jamie xx is nog altijd een zwart-witte wereld van rook, stoom en felle schijnwerpers. Tracks als ‘Islands’ en ‘Angels’ zijn mooi, ingenieus en uniek, maar ook wel erg delicaat. Als het geheel eindelijk meer vaart krijgt, en het heel toepasselijk begint te miezeren, een enorme X van led-licht boven Jamie naar beneden zakt en de beats erin komen, zijn er best wat mensen vertrokken.
Ach, wie kan het iets schelen? Het hele weekend lang wordt er tussen opwaaiende stofwolken gefeest, gevoetbald, gezwommen, gedronken en gelachen. Opvallend hoe vrolijk het volk hier is. Misschien helpt het dat de organisatie de moed heeft getoond om het aantal kaarten terug te schroeven van vijftigduizend naar tweeënveertigduizend, zonder het terrein kleiner te maken. Daardoor is er licht, lucht en ruimte om alles mee te maken.
Dat ziet ook Josh Lane van soulband Thee Sacred Souls, als hij op zaterdagochtend tijdens zijn hit ‘Running Away’ dwars door het publiek voor het hoofdpodium heen rent. Vrolijk roept hij uit dat Nederland de beste festivals ter wereld heeft. Kijk om je heen en probeer hem maar eens ongelijk te geven. Het is gewoon punk, al die zoetsappigheid.
Little Simz op Down The Rabbit Hole.