Home

Een Deense spermabank mikt op Nederlandse donoren met billboards. ‘Nee, die man op de poster is zelf geen donor: dat is een fotomodel’

Zaaddonatie Sinds 2022 heeft Nederland een vestiging van de European Sperm Bank, een Deens bedrijf. Onlangs lanceerde het een campagne met billboards. Gezien de affaires rond artsen die eigen sperma gebruikten, staat volgens ESB transparantie voorop. „We zouden heel graag een Europees register hebben, zodat we zeker weten dat een donor maar bij één spermabank heeft gedoneerd.”

Een billboard van ESB in de metro.

Het oogt als een advertentie voor een sportschool. Een jongeman van nog geen dertig jaar, met donker haar, een oorbelletje en (niet overdreven) gespierde armen onder een shirt met lange mouwen, kijkt met blauwe ogen in de camera. Op de achtergrond een stang met een groot gewicht. Toch geeft het begeleidend schrijven prijs dat het niet over de geneugten van de gym draait: „If you can, help those who can’t –wordspermadonor.nl. Deze advertentie biedt niets aan, deze advertentie vraagt – om zaad, welteverstaan.

„Nee, hij is zelf geen donor, het is een model”, zegt Julie Paulli Budtz, persvoorlichter van European Sperm Bank (ESB), een Deens bedrijf met sinds 2022 een vestiging in Nederland. Een advertentie optuigen rond een donor kán wel, maar is niet makkelijk, in verband met privacy. „Wel hebben we een functie dat je op basis van uiterlijk een donor kan uitzoeken.” Een donor die lijkt op je partner, bijvoorbeeld. De sportschoolsetting van de advertentie is overigens doelbewust. „We adverteren juist in sportscholen. We zoeken gezonde donoren.”

Budtz staat, naast haar collega Katrine Praest, in het lichte keukentje met grote ramen in de dependance op de Leidsestraat in Amsterdam. Daar zit, ingeklemd tussen een sportschoenenwinkel en een winkel met vrouwenkleding, een nisje met een zwarte deur. Een paar trappen leiden naar het kantoor met receptie, enkele bureaus en vergaderruimtes en een laboratorium. Alles heeft glazen wanden en deuren, behalve de vier kamertjes in een aparte gang, met aan het begin twee lampen in de vorm van spermacellen.

Een tank waarin sperma wordt koel gehouden met droogijs.

Een buisje voor sperma.

Een medewerker van ESB in de weer met een spuitje.

‘Beperkte Deense donorpool’

Nederland heeft eigen spermabanken – in sommige fertiliteitsklinieken en ziekenhuizen –, maar die kampen met lange wachtlijsten. En de Deense spermabank verzendt op de dag van de bestelling het bevroren sperma.

De populariteit van de twee Deense aanbieders, ESB en Cryos (geen dependance in Nederland), neemt toe. In 2022 kwam al bijna driekwart van het zaad voor wensouders vanuit het noorden naar hier, in 2012 een kwart. Hier wordt het zaad ontdooid en tijdens een fertiliteitstraject bij een Nederlandse kliniek ingezet.

Ook kunnen klanten van de Deense commerciële aanbieders, anders dan bij Nederlandse aanbieders, een donor kíézen. De site van ESB toont profielen met een bio van de donor, een kinderfoto, lengte, opleidingen en meer. En die informatie willen wensouders wel. Plus, zegt Budtz, het helpt ze een afgewogen beslissing te nemen.

Denemarken, dankzij oprichter Ole Schou van de ándere spermabank Cryos de bakermat van zaaddonatie, is sinds de jaren tachtig marktleider. Voor wensouders door heel Europa biedt donatie uitkomst – bijvoorbeeld ook wanneer lesbische stellen nog niet worden geholpen in hun eigen land. Het heeft geleid tot „fertiliteitstoerisme”, zegt Budtz.

‘Vrouwen in andere landen helpen’

Maar over de wenselijkheid van buitenlands zaad wordt getwist. Biedt een lokale spermabank, of in elk geval een dependance, dan soelaas? Wellicht, alleen is het zaad dat in Amsterdam wordt opgehaald, niet alleen bedoeld voor Nederland. Voorop staat het belang van Nederlandse vrouwen die lokaal zaad willen, stelt Budtz, maar „wat ook meespeelt, is dat we in Denemarken een beperkte donorpool hebben”.

Veel vrouwen willen een donormatch die overeenkomt met hun eigen nationaliteit. Denemarken heeft een overwegend homogene bevolking. „Amsterdam is een heel levendige stad, met veel diversiteit.” ESB hoopt dus in Amsterdam voor een veelvoud aan wensouders in verschillende landen passend zaad te vinden. „Deze donoren kunnen óók vrouwen in andere landen helpen.”

In het laboratorium staan de tanks naast elkaar. In buisjes wordt het sperma met droogijs koel gehouden tijdens het transport. Hier geoogst, in Denemarken opgeslagen, tot een donor is gekozen en het zaad een bestemming heeft – in welk land dat dan ook moge zijn.

Ook het laboratorium is te zien, vanaf de receptie. Het is als een restaurant met open keuken, met de onderliggende boodschap: geen geheimzinnigheid hier, kijk maar: alles is te zien. Behalve dan wat zich afspeelt in die ene gang met vier deuren.

Elk kamertje heeft een andere stoel, allemaal makkelijk afneembaar. Eéntje heeft een schommelstoeleffect. „Elke donor heeft z’n eigen voorkeur.” Van de schermen waarop pornostreamingsdiensten worden aangeboden, wordt volgens de locatiemanager weinig gebruikgemaakt. „Ze pakken toch vaak hun telefoon, hebben we gehoord.”

Niet zomaar binnenlopen

Budtz is zich bewust van het beeld dat over spermabanken heerst. Zeker in Nederland, waar fertiliteitsartsen sperma mengden, maar ook vrouwen zonder dat die het wisten met hun eigen zaad bezwangerden. „Maar mannen kunnen hier echt niet zomaar binnenlopen, een hokje kiezen en dat we [hun sperma] gewoon opnemen in de bank”, zegt ze. „Er gaat een drie tot zes maanden durende procedure aan vooraf, slechts 5 procent wordt uiteindelijk donor.”

Veel van de potentiële donoren vallen af omdat ze onvoldoende actieve zaadcellen hebben. Dat kan te maken hebben met levensstijlkeuzes, zoals roken, drinken of frequent saunabezoek. „Mannen weten vaak niet dat een bezoek aan de sauna zorgt voor een ‘sterilisatie’ van drie maanden.” En zelfs als het zaad in verse staat voldoet, moeten de cellen ook het invriezen en ontdooien weerstaan. En dat is niet vanzelfsprekend.

En dan de donor. Er wordt gekeken naar „medische geschiedenis, drie generaties terug”. Die levert de donor zelf aan, ESB kan dat niet controleren. Aan de hand van diverse gesprekken met „donorcoördinatoren” beoordeelt ESB in ieder geval de consistentie van die informatie. Wanneer alle seinen op groen staan, resteert controle van de overweging: waarom wilde deze persoon donor worden?

Het laboratorium van ESB.

Screeningsproces en ‘vergoeding’

Ook als het motief klopt – mensen willen helpen – moet de schenker nog overzien wat doneren betekent op de lange termijn. „De gemiddelde leeftijd is 27 jaar. De meeste zijn nog studenten. Over zestien jaar, wanneer ze een heel ander leven leiden, moeten ze wel kunnen omgaan met de gevolgen,” vertelt Budtz. Donoren weten dat „een donor verwekt individu” – in Nederland – vanaf zestien jaar toegang krijgt tot de donorinformatie. „Maar ze committeren zich daarmee niet tot het aangaan van een relatie of Sunday night dinners, natuurlijk.”

Budtz en Praest stellen dat de Nederlandse donoren geen vergoeding krijgen, alleen „compensatie voor hun tijd”. Wie zich inschrijft voor „een zaadanalyse”, zoals NRC deed, krijgt direct een mail. Daarin wordt, onder de afspraakbevestiging, die compensatie uitgelegd. „Bij ESB ontvang je een vergoeding voor de tijd die je besteedt aan het helpen van anderen, zelfs voordat je bent goedgekeurd als donor.” Voor het screeningsproces krijgt een donor, indien goedgekeurd, 700 euro; indien afgekeurd een vergoeding voor „de tijd die je hebt geïnvesteerd” – 140 euro per afspraak. Na de goedkeuring staat tegenover elke donatie een vergoeding van 40 euro. „Afhankelijk van hoe vaak je doneert, kun je tot 520 euro per maand ontvangen.”

Dat is wel het extreemste geval: gemiddeld doneren mannen één tot vier keer per maand. En het is niet dat als een man vaker doneert, hij vaker wordt ingezet. „We houden ons aan de family limits per land”, zegt Budtz. In Nederland is het zo dat een donor maximaal bij twaalf gezinnen kinderen voort mag brengen. In andere landen gelden weer andere regels en die sluiten elkaar niet uit. Er is bovendien geen Europees limiet, maar ESB heeft zichzelf wel een maximum opgelegd: per donor mogen „wereldwijd niet meer dan 75 gezinnen” worden geholpen.

Toekomstige kinderen

„We zouden heel graag een Europees register hebben, zodat we zeker weten dat een donor maar bij één spermabank heeft gedoneerd. Wíj weten hoeveel we een donor inzetten en in welk land en laten een donor een contract ondertekenen waarin staat dat ze niet aan andere spermabanken mogen doneren.”

Maar zonder een Europees register weten ze het nooit zeker. Zo heeft de van YouTube bekende Jonathan Meijer naar schatting tussen de 550 en 3.000 kinderen kunnen verwekken. Door te doneren bij elf Nederlandse en diverse internationale spermabanken én door zelf in contact te treden met wensouders. „Deze zaak staat los van ESB”, zegt Budtz. „En het is zeer onwenselijk.”

Het streven is wensouders te helpen, maar óók om rekening te houden met de individuen die aldus worden verwekt, de toekomstige kinderen. „Anoniem donorzaad mag in Nederland niet worden gebruikt en we rekruteren ook niet meer anonieme donoren in Denemarken”, vertelt Budtz. „Maar we horen nog wel veel verhalen over dat verleden. Omdat die veranderingen traag doorwerken.”

Het beeld van nu is gestoeld op gebeurtenissen uit het verleden, denkt Budtz. „We zoeken een balans tussen de behoeften en wensen van donoren, wensouders én de toekomstige door donoren verwekte individuen. Maar alleen de tijd zal ons leren hoe de door doneren verwekte kinderen kijken naar deze kaders.”

Zorg

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next