Heb je ooit van het gezegde gehoord dat als je vijf ratten tegelijk wil vangen je kansloos bent, terwijl je één rat vast wel zou vangen? Ik weet niet waar ik het ooit gehoord heb, maar wat ik wel weet is dat dit de premisse zou kunnen zijn als er een novelle geschreven zou worden over mijn afgelopen halfjaar. 2026 gaat voor mij anders dan ik me voorafgaand had voorgesteld. Ik ben met heel veel bezig deze dagen, te veel eigenlijk. In ieder geval meer dan ik aankan. Wel moet ik zeggen dat het allemaal wenselijke dingen zijn die mij bezighouden. Op wat enkele kwesties na is er niets gaande in het nu van mijn libi waar ik tegenop zie. Sterker nog, de dingen die mijn agenda vandaag de dag rijkelijk vullen zijn tori’s waar ik een jaar of tien geleden nog van droomde. Ik heb schrijfdeadlines die ik soms op het randje haal maar vooral mis, sta met tien tenen in de streetwear-industrie te ondernemen, ben executive producer van een aanstaand muziekalbum, en heb twee boekcontracten ondertekend maar nog niet eens een half manuscript – om een paar dingen te noemen.
Dat alles startte begin 2015, toen ik een dagboek begon waarin ik mezelf en de dagen die passeerden analyseerde met het oog op de shit die ik aspireerde. Ik was zo’n jonge gedreven flapuit die meer sprak over wat hij wilde doen dan het daadwerkelijk te doen. Middels dat dagboek hield ik mezelf verantwoordelijk, waardoor ik innerlijk een druk liet opvoeren die alleen overwonnen kon worden door gewoon te beginnen.
Vanaf het moment dat het doen de overhand begon te krijgen veranderde alles, en tot de dag van vandaag leef ik binnen deze constructieve samenloop van wenselijke veranderingen. Ik kan me nog goed herinneren dat ik toentertijd in een enthousiaste bui aan een neef van me ging uitleggen wat ik allemaal wilde doen later, en hij „be careful what you wish for” zei, alsof ik die motherfucker niet net luid en duidelijk uitlegde hoe m’n leven zou moeten gaan. Hoe bedoel je be careful, ik zeg toch dat ik dit wil en ga doen! Geloof je me niet ofzo?! Een decennium later begrijp ik pas wat hij bedoelde.
Ik zie al een paar maanden door de bomen het bos niet meer. In kaart brengen wat er allemaal speelt kost me evenveel tijd als het doen wat er gedaan moet worden, waardoor ik al een tijdje van dag tot dag in een soort ad-hocmodus leef. Op mijn columns na die ik voor dit magazine schrijf heb ik niets geschreven en amper gelezen. Wat ik wel heb gedaan is een zes weken durende crash course geven vanuit mijn eigen Smibanese University, waarin ik een groep studenten (lees: deelnemers) zakelijk inzicht bijbreng vanuit een Smibologisch oogpunt. En dan zit je daar, allerlei adviezen te verkondigen alsof je het zo goed weet. Kappen met mij, man.
Het moet even anders, dus gaat er ook hier wat veranderen. Voor nu is dit mijn laatste column na vier jaar consistent te hebben geschreven voor de tofste krant, de krant voor de weldenkende mens. Voor mij is het nu zaak om weer de persoon te zijn die ervoor zorgde dat ik begon met schrijven voor NRC, de persoon die wel strak op iedere deadline zat. Ik moet weer even terug naar de basis, terug naar de fabrieksinstellingen. Want nu word ik eerder geleefd, dan dat ik de regie in handen heb. En precies dit is allesbehalve de bedoeling in mijn Smibologische bestaan. Dus tot ziens beste lezer, we treffen elkaar vast wel weer in de nabije toekomst. Maar voor nu! Peace out!