Home

Het succes van de Poäng-fauteuil van IKEA is mede te danken aan een ontwerper die daar nooit voor werd betaald

50 jaar De fauteuil die „emotionele rijkdom” moet bieden, is net zo’n IKEA-everseller als de Billy en de Klippan.

Design betaalbaar maken voor de massa. De afgelopen decennia ontwikkelde het in 1943 opgerichte IKEA daarvoor een gouden winkelformule. Aan de basis ligt superefficiënte logistiek. Om opslag- en transportkosten te drukken – lucht opslaan en vervoeren is kostbaar – ging het Zweedse woonmerk steeds meer meubels aanbieden als plat verpakte bouwpakketten. Die stoelen, tafels en stapelbedden moeten klanten zelf uit het magazijn halen en thuis in elkaar schroeven met de bijgeleverde inbussleutel en een woordloos stripverhaal als montagehandleiding. Andere pijlers onder de succesformule: vaste, tot impulsaankopen leidende looproutes door de showrooms en, als lokkertje bij de winkels, spotgoedkope restaurants (Zweedse gehaktballetjes en gratis koffie). De duizelingwekkende omzet van vorig jaar: bijna 45 miljard euro, gerealiseerd in 504 warenhuizen in 63 landen.

Resultaat weegt voor IKEA soms zwaarder dan originaliteit. Het woonmerk democratiseert regelmatig ook andermans ontwerpideeën en is herhaaldelijk beschuldigd van plagiaat. Bijvoorbeeld door het Nederlandse ontwerpersduo Margje Teeuwen en Erwin Zwiers. Zij vonden dat het idee voor hun Prop-lamp met een kap in de vorm van een verkreukeld propje papier door IKEA was gestolen. De rechtbank Amsterdam oordeelde in 2017 dat de later op de markt gebrachte Krusning-lamp van IKEA inderdaad leek op hun ontwerp, maar dat niet vaststond dat het ontwerp was overgenomen. Veel ontwerpers zien af van een juridisch gevecht met een multinational en beschouwen het maar als een compliment als de Zweden hun vondsten kopiëren.

Vaak verandert IKEA net genoeg aan een bestaand ontwerp om het auteursrecht niet te schenden. Neem de Poäng, de fauteuil die dit jaar vijftig jaar bestaat en die met de Billy-boekenkast en de Klippan-sofa tot de eversellers van IKEA behoort. Een stoel die met zijn gemoedelijke uitstraling en zachte schommelbewegingen zowel in een studentenkamer als in de ontmoetingsruimte van een seniorentehuis past.

De Poäng (Zweeds voor ‘punt’, in de betekenis van ‘argument’) heeft een duidelijke voorloper: Fauteuil 406, een ontwerp uit 1938 van de Fin Alvar Aalto (1898-1976), die tot de helden van de designgeschiedenis behoort. Aalto begon honderd jaar geleden te experimenteren met multiplex, plaatmateriaal van gelaagd en verlijmd houtfineer. Onder hoge druk en met stoom boog hij stroken berkenmultiplex tot draagconstructies voor stoelen.

Het frame van de Poäng lijkt sprekend op dat van de 406. De zitting is wel anders: bij de Aalto-fauteuil is die van gevlochten linnen band, bij het IKEA-meubel is het een kussen. Het belangrijkste verschil is de prijs. De door Artek gefabriceerde 406 is te koop vanaf 1.750 euro, de Poäng is er al voor 79 euro. Met bijbehorende voetenbank is de IKEA-stoel 49 euro duurder. Voor zo weinig geld zoveel comfort, het is een zeldzaamheid. IKEA verkocht vorig jaar zo’n anderhalf miljoen exemplaren van de Poäng. In totaal zijn er ruim dertig miljoen verkocht.

Emotionele rijkdom

De bedenker van de Poäng is de Japanse meubelontwerper Noboru Nakamura (1938-2023). Hij ging in 1973 bij IKEA in Zweden werken om meer te leren over Scandinavische meubels. Nakamura wilde een enigszins verende stoel maken, vertelde hij negen jaar geleden in een op YouTube te vinden terugblik op zijn ontwerp. Hij noemde de Poäng een fauteuil die ons niet vastbindt of vasthoudt, maar eentje die emotionele rijkdom biedt. „In de Poäng kunnen we stress of frustratie loslaten door te schommelen. Zo’n beweging heeft betekenis en waarde.”

Net als andere succesnummers van IKEA is de Poäng met de loop der jaren steeds betaalbaarder geworden. Dat komt omdat IKEA aan de stoel is blijven sleutelen, zowel aan de constructie als aan de bekledingsstijlen en houtafwerkingen. Bij de lancering in 1976 heette de stoel nog Poem (gedicht) en werden voor de zitting stalen buizen gebruikt. In 1992 schakelde IKEA over op een volledig houten frame en werd de stoel ook een fractie smaller. Sindsdien kon de stoel plat verpakt en daarom met een forse prijsverlaging aangeboden worden. Hij kreeg toen ook zijn huidige naam.

Handelaren in vintage design bieden oude exemplaren van de Poem tegenwoordig aan voor forse bedragen. Op online marktplaats Selency vraagt een Poolse verkoper bijvoorbeeld 495 euro voor een Poem met kastanjekleurig gecapitonneerd leer.

Nakamura, die in 1978 terugging naar Japan om daar een eigen meubelbedrijf op te richten, bemoeide zich vier jaar geleden nog één keer met de Poäng. Op verzoek van IKEA hield hij toezicht op een nieuwe variant: een versie zonder de kenmerkende hoofdsteun. Bij de lancering zei de Japanner dat deze ‘fauteuil met lage rugleuning’ de sociale dynamiek van het ontwerp verandert: door de actievere zit nodigt die uit tot sociale interactie.

IKEA krijgt weleens het verwijt wegwerpmeubels te maken. Dat kan niet gezegd worden van de Poäng. De fauteuil voldoet ruimschoots aan branchestandaarden voor duurzame meubels. De gebruikte materialen en stoffen staan bijvoorbeeld toe dat gebruikers met een gewicht tot 110 kilo minstens 55.000 keer in de stoel kunnen gaan zitten. De Zweden voelen zich zo zeker van hun zaak dat ze tien jaar garantie geven op de stoel.

Nog een verklaring voor het succes is het kameleontische karakter; de fauteuil is in meer dan honderd varianten verkrijgbaar. Voor de jongsten is er een kinderfauteuil met een kussen met een patroon van apen, krokodillen en andere wilde dieren (49 euro). Wie de standaardversie niet genoeg vindt bewegen, kan kiezen voor de schommelstoel (169 euro). Snobs die zich willen onderscheiden nemen de versie van eikenmultiplex met een extra dik kussen (229 euro, met voetenbank). 

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next