Collectieve rechtvaardigheid Wie economische ongelijkheid weer centraal wil stellen, moet niet alleen benoemen wie er profiteert van de status quo, betogen Jacob Boersema en Madeleijn van den Nieuwenhuizen. Ongelijkheid agenderen kan óók gepaard gaan met lichtheid en plezier.
Het WK van 2026 is niet alleen controversieel vanwege het Trump-territorium, maar ook vanwege de historisch hoge prijs van toegangskaartjes. Voor poulewedstrijden zijn ticketprijzen gemiddeld 750 euro, in 2022 nog finaleprijzen. De werkelijke finalekaarten zijn nu minstens tien keer dit bedrag. Het gevolg is dat deze volkssport ontoegankelijk is geworden voor de gemiddelde fan.
Eén van de WK-gastheren, de New Yorkse burgemeester Zohran Mamdani, heeft betaalbaarheid als politiek kernagenda. Je zou dus kunnen verwachten dat hij het WK zou proberen te boycotten. In plaats daarvan prijkten, ter aankondiging van een WK-loterij, vrolijke retro-ogende posters een maand voor het toernooi op bushokjes door de hele stad.
Mamdani had, na maandenlang onderhandelen, concessies los gekregen van FIFA-voorzitter Gianni Infantino. New York mocht duizend tickets voor 50 dollar per stuk verloten. Een gepaste prijs voor een „working class game”, volgens de democratisch socialistische burgemeester. Transport naar het stadion krijg je er gratis bij. Forbes noemde het een „uiterst ongebruikelijke concessie” van FIFA. Mensen voelden zich gesteund én namen vrolijk deel aan de dagelijkse loterij.
Jacob Boersema is socioloog en historicus en geeft les aan New York University. Madeleijn van den Nieuwenhuizen is rechtshistoricus aan de City University of New York.
Het lijkt een gimmick, maar er schuilt een diepere politieke filosofie achter: als economische ongelijkheid mensen buitensluit van collectieve ervaringen, dan is het de taak van de politiek om die ervaringen weer toegankelijk te maken. Zo combineer je het agenderen van ongelijkheid met lichtheid en plezier. De politiek van plezier creëert een positief gemeenschapsgevoel – een overtuigender concurrent voor de gemeenschap van haat dan opgeheven linkse vingertjes.
Nederland kent inmiddels een geraffineerd draaiboek voor de politiek van haat en verdeeldheid. Terwijl tijdens het WK mannenvoetbal in cafés en de koninklijke skybox wordt geklapt, smeulen in Loosdrecht de fakkels nog na. En spreekt Geert Wilders alweer in Brussel, maar ook in het Gelderse Didam over de noodzaak van een asielstop.
Rechts begrijpt al jaren dat mensen niet alleen verlangen naar welvaart, maar ook naar gemeenschap, trots en verbondenheid. Te vaak heeft links die behoefte afgedaan als verdacht (omdat het soms riekt naar nationalisme) of secundair (beleid is waar het echt om gaat), of simpelweg als minder belangrijk dan individuele ontplooiing en emancipatie. Het gevolg is dat radicaal-rechts het monopolie kreeg op gemeenschap en dat organiseerde rond migratiedoem, culturele identiteit en ressentiment.
Het politiseren van economische ongelijkheid, zoals de grote vermogenskloof, vraagt om duidelijke vijanden, schreven we eerder in NRC. Maar wie ongelijkheid weer centraal wil stellen, moet niet alleen benoemen wie er profiteert van de status quo, maar ook laten zien waarvoor een eerlijkere en solidaire samenleving nou eigenlijk is bedoeld.
Een politiek van plezier presenteert betaalbaarheid en economische rechtvaardigheid niet als op zichzelf staande technocratische doelen, maar als middelen tot een vrijer en socialer leven. Dan gaat het niet alleen om goedkopere huur, kinderopvang of treinreizen, maar óók om de gedachte wat mensen dankzij die betaalbaarheid kunnen doen: familie bezoeken, ontspannen bij een buurtfeest langswippen, juichen bij een wedstrijd of tijd hebben om te leren schilderen. Een politiek van plezier prioriteert het collectief en cultiveert de gemeenschap, én schijnt licht op hoe ontspanning en verbinding lijden onder economische ongelijkheid.
Onderzoek laat zien dat vertrouwen in de overheid sterke invloed heeft op de mate waarin ze gebruikmaken van specifieke voorzieningen of toeslagen waar ze recht op hebben. Een politiek van plezier helpt het verloren vertrouwen herstellen. En dat is broodnodig: het vertrouwen staat in zowel de Verenigde Staten als Nederland al jaren onder druk.
Zichtbare verbeteringen zijn een essentieel instrument om vertrouwen te winnen. Mamdani publiceerde onlangs een interactieve kaart met gratis zomeractiviteiten voor families met kinderen, van zwembaden tot publieke bibliotheken met Nintendo switches. Het is een slimme combinatie: concreet werk verzetten voor mensen én hen helpen hun weg te vinden naar leuke en bestaande voorzieningen. De overheid hoeft daarbij niet gepresenteerd te worden als een foutloos instituut, maar het loont om actiever te tornen aan het beeld van de overheid als kwade moloch.
Een ander ogenschijnlijk simpel maar politiek krachtig voorbeeld van een politiek van plezier: Mamdani’s zogeheten pothole blitz. In zijn eerste honderd dagen repareerde zijn stadsbestuur ruim 100.000 kuilen in wegen en op stoepen. Op sommige dagen van die blitz vulden wegwerkploegen ruim 7.000 kuilen. Burgers hoefden geen beleidsnota of begroting te lezen om de effectiviteit te zien – in de avond smeulde het warme asfalt in het lantaarnlicht. In een stad vol duizenden taxichauffeurs, bezorgscootertjes en mensen op City Bikes werd er grijnzend over de actie gesproken. De bijbehorende ludieke sociale mediaposts genereerden binnen enkele dagen honderdduizenden likes.
Het is wat ze in het Engels weleens ‘deliverism’ noemen, of in Mamdani’s woorden: pothole politics. In mooi Nederlands: niet lullen maar poetsen. In Nederland gebeurde onlangs iets vergelijkbaars. Op initiatief van GroenLinks-PvdA (nu Pro) wordt deze zomer een nieuw treinabonnement ingevoerd waarmee reizigers voor 49 euro per maand onbeperkt kunnen reizen in de daluren en weekenden. Geen wereldschokkende hervorming, wel een concreet voorbeeld van hoe betaalbaarheid meer bewegingsvrijheid, ontmoeting en plezier mogelijk maakt. Een welkom energiek begin voor de nieuwe partij, die de afgelopen jaren veel can-do’ism verloor aan een slepend fusieproces.
Een politiek van plezier kantelt daarnaast het hardnekkige stigma dat linkse politiek zuur en elitair is. Waar in de jaren tachtig en negentig nog het beeld bestond van links als intellectueel en activistisch, veranderde dat sinds Fortuyn, gesymboliseerd door de onfortuinlijke zuurtegraad van toenmalig PvdA-leider Ad Melkert. Beschuldigingen van rechts- en extreemrechts over de ‘linkse kerk,’ ‘linkse hobby’s’ en ‘linkse elite’ werden langzaam dominant in de beeldvorming.
Links droeg hier soms zelf aan bij: toen het besluiteloos was over meebuigen of breken en zich vervolgens een irritant drammerige of superieure houding aanmat, of toen het genadeloos meeging in bezuinigingen die hun achterban in de kou lieten staan. Door rechts stigma én eigen keuzes, associëren mensen links niet langer met solidariteit en rechtvaardigheid, maar met een kosmopolitisch elitarisme, losgezongen van de dagelijkse realiteit van het volk. Tijd om deze reputatie al lachend te slopen.
Die reputatie slopen betekent onder andere de ‘rechtsstaat’ en de ‘democratie’ niet uitsluitend te verdedigen in abstracte termen. Zij worden niet overeind gehouden door retoriek, maar door een politiek die ze tastbaar versterkt. En minder hoogdravend moreel veroordelen (hoe vaak kunnen ‘de maskers eraf vallen’?). Zo win je de mensen niet.
Politieke verandering zindert wanneer zij gepaard gaat met plezier, dat hebben activisten ons geleerd. De recente wederopstanding van de Dolle Mina’s roept herinneringen op aan de hoogtijdagen van de feministische tweede golf: van een bezetting van abortuskliniek Bloemenhove – recent schitterend beschreven door Sanne Thierens – tot een huifkar afgeladen met feministen die in 1972 vanaf Limburg zwierend door het hele land trok om handtekeningen op te halen voor legalisering van abortus. Klimaatbeweging Extinction Rebellion ziet plezier als fundamenteel onderdeel van een duurzame, energieke politieke beweging. Zonder brand je op.
Een succesvolle politieke beweging verandert niet alleen beleid, maar ook de sfeer. Wanneer mensen weer geloven dat de toekomst beter kan zijn, ontstaat er iets wat geen verkiezingscampagne kan afdwingen: enthousiasme. Dit wisten zwarte activisten – bijvoorbeeld James Baldwin, Audre Lorde en de Black Lives Matter-beweging – ook. Zij benadrukten dat plezier altijd meer is dan ontspanning: het is ook een vorm van verzet tegen onderdrukking. Het is daarmee een weigering om je beleving en horizon te laten bepalen door onrecht. Plezier in tijden van haat is geen luxe, maar noodzaak.
Een veelgehoorde uitspraak hier op straat en online is: ‘We zitten eindelijk weer op de goede tijdlijn!‘. Dat gaat over meer dan kampioen worden, gewonnen loterijkaartjes of de verlaagde prijs van kinderopvang. Economische ongelijkheid staat weer bovenaan de agenda, vergezeld door de belangrijke vraag: wat is het hogere doel ervan? Het impliciete antwoord is keer op keer: gemeenschap, plezier en kwaliteit van leven.
Achter de brede glimlach van de populaire New Yorkse burgemeester schuilt de diepe overtuiging dat een politiek van plezier het antwoord is op het oprukkend fascisme. Ook hier ligt de opdracht niet alleen in het bestrijden van haat, maar in het bouwen van een aantrekkelijker alternatief. Plezier is dus niet alleen een middel om politieke verandering te bereiken, het is vaak ook een van de eerste tekenen dat die verandering daadwerkelijk plaatsvindt.