Home

Zomerlezen: elke pagina het woord ‘loom’

Tot voor kort wist ik niet wat ‘zomerlezen’ was. Had ik moeten gokken, dan zou ik zeggen: de borden op de route du soleil lezen, of het huurcontract van het vakantiehuis, of een plakkerige menukaart. Maar zomerlezen blijkt een initiatief van de CPNB en houdt in: het lezen van het zomerlezengeschenk, Petit Café du Bonheur van Ilja Gort.

Een oververhitte boekhandelaar overhandigde me stilzwijgend het boekje bij de aanschaf van een ander boek. Ook ik had het warm en verzette me niet. Met een kort knikje namen we afscheid, ik sleepte mezelf naar huis en ging op de bank liggen. Het boek dat ik echt wilde hebben was vrij dik, bij nader inzien te dik om op te tillen in die verzengende hitte. Zo kwam het dat ik ineens aan het zomerlezen was.

Snel, maar minder snel dan anders had ik de truc door. Op elke pagina valt het woord ‘loom’, in elk hoofdstuk tjirpen er cicaden en elke boom is een plataan. Als Ambi Pur Lavendel een boek was, dan was het dit geschenk. De verhaallijn bleek ook bij vijfendertig graden nog goed te volgen. De Nederlandse Fleur Blom koopt min of meer per ongeluk een aftands doch charmant café in een Frans dorp en weet het gehucht ‘met lef en humor’ voor zich te winnen. Lef en humor: twee zaken waar de Fransen dol op zijn, vooral bij brutale Nederlanders. Het café wordt een succes, maar vermoedelijk alleen omdat de plaatselijke petanquespelers het wel gezellig vinden, zo’n jonge Hollandse patronesse.

Op Facebook maakte hoogleraar Nederlandse letterkunde Jos Joosten zich druk om alle „fouten en onvolkomenheden” in deze „zomerprul”, zozeer dat het leek alsof hij onlangs kurk in een fles Gort&Gort moet hebben gehad. In zijn lange post wees Joosten erop dat het nogal vreemd is dat Fleur het koopcontract onder haar neus krijgt geschoven, terwijl het haar irritante vriend Ton is die het bod uitbrengt. Het „allerbizarst” vond Joosten dat Fleur geen Frans spreekt, maar wel hele gesprekken met haar dorpsgenoten voert, God weet in welke taal.

„Suspension of disbelief, Jos”, pufte ik. Door de dystopische warmte kon het me ineens bar weinig schelen. We weten bovendien nou toch allemaal wel dat de CPNB de literatuur in een snikhete auto zou achterlaten om zelf een gekoeld winkelcentrum in te gaan. De letteren gaan eraan, het klimaat gaat eraan, wij gaan eraan. Allemaal samen, probeer er maar de schoonheid van in te zien.

Misschien, dacht ik, had ik een koude Perrier nodig om me weer druk te kunnen maken. Toen ik die achter de kiezen had, bleek mijn grootste bezwaar tegen dit geschenk heel anders dan dat van Joosten. Weer een boek waarin de jonge vrouw, mijn soort, ongelofelijk debiel wordt geportretteerd. Bij de eerste aanblik van het café denkt Fleur (die zichzelf op haar 34ste ‘redelijk goed geconserveerd’ vindt, echt een manier waarop vrouwen over zichzelf nadenken): „Ik houd van oude dingen. Ik heb me vaak afgevraagd waarom.” En als ze bezopen achter het stuur zit (goed ingeburgerd): „Dankzij de verrukkelijke witte wijn voelde ik me een soort Beyoncé.”

Des te grappiger zijn de momenten waarop Gort even vergeet dat zijn hoofdpersonage een onnozele meid is. Ergens tegen het einde verwondert Fleur zich over de ruïne van een Romeinse triomfboog. „Een bouwwerk uit 104 na Christus, dat keizer Trajanus liet oprichten toen zijn legioenen hier neerstreken. Ik stelde me voor hoe soldaten in bronzen harnassen door dit heuvellandschap marcheerden, hun spijkerbeslagen sandalen stampend over de kasseien van de Romeinse weg, terwijl boven hun hoofd de adelaarsstandaarden glansden in de zon.”

Ilja, bel me als je ooit het onzalige plan hebt om weer vanuit het perspectief van een vrouw te schrijven. Voor tien flessen Bordeaux Supérieur help ik je.

Literatuur

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next