Home

Elke generatie krijgt de nachtmerrie die bij haar past

Generatiekloof Massaal rukt Gen Z uit naar de bioscoop voor de horrorfilm Backrooms. Het doet Sarah Meuleman denken aan The Matrix, de film die zo van invloed was op haar generatie. Vergelijk beide nachtmerries, en zie hoe fundamenteel de angst in 25 jaar verschoven is.

Scène uit de horrorfilm ‘Backrooms’.

‘Hello? Hello? Can anybody hear me?’

Wanhopige woorden aan het begin van de psychologische horrorfilm Backrooms. We kijken door de camera van een jongen die dwaalt door een lege ruimte. Hij roept, maar niemand antwoordt. Alles om hem heen ademt verlaten kantoorbanaliteit: groezelig tapijt, zoemende tl-buizen, systeemplafonds. De muren om hem heen zijn geel; geen monter citroengeel, maar de viezige, vermoeide tint van oud papier en bedorven boter.

De ironie is haast te mooi om waar te zijn. Een jongen roept door een lege ruimte of iemand hem kan horen en lokt daarmee miljoenen naar de bioscoop. Vooral Gen Z rukte de afgelopen weken massaal uit om de film te zien. Niet thuis achter de laptop, niet eens op de smartphone, maar in het donker van de filmzaal. Ouderwets griezelen. Samen.

Sarah Meuleman is auteur en scenarioschrijver.

In het openingsweekend eind mei bracht Backrooms wereldwijd 118 miljoen dollar op. De toen twintigjarige Kane Parsons werd de jongste regisseur ooit met een nummer 1-debuut in de Verenigde Staten. Daarmee bereikte de film iets uitzonderlijks. Juist in een tijd waarin Hollywood zich suf zoekt naar manieren om jonge kijkers naar de bioscoop te krijgen, bewijst Backrooms dat het kan.

De hype begon dan ook niet in Hollywood, maar ergens in de krochten van het internet. In 2019 verscheen op een forum een anonieme foto van een gelige kantoorruimte. Het beeld werd instant ‘creepypasta‘, een digitale horrorlegende die online wordt aangevuld en doorverteld. Denk aan hoe ooit griezelverhalen rond het kampvuur werden gedeeld – maar dan zónder kampvuur en zónder verhaal. Want Backrooms is horror zonder monster. Nachtmerrie zonder plot.

Herkenning

Alles draait om die ene, verlaten plek. Eén beeld, miljoenen schermen, en een hele generatie die onmiddellijk iets herkende. Dat is veelzeggend. Wie Backrooms alleen ziet als het zoveelste bewijs dat internetcultuur de bioscoop heeft overgenomen, mist volgens mij iets essentieels. De film is niet groot geworden ondanks zijn leegte, maar dankzij die leegte.

Het fenomeen kwam me bekend voor. Toen ik zo oud was als de Gen Z’ers nu, was er ook zo’n blockbuster waar iedereen het over had. Een film die niet alleen werd bekeken, maar haast beleden. Het jaar was 1999. Die film heette The Matrix.

Natuurlijk waren er grotere blockbusters dat jaar; kaskrakers met lichtzwaarden, sprekend speelgoed en bovennatuurlijke twists. Maar The Matrix deed iets zeldzaams: hij gaf taal aan een angst die in de lucht hing. Voor miljoenen kijkers was The Matrix meer dan een griezelige fantasie. Het was een openbaring.

De angsten van een generatie verraden vaak meer over een tijdperk dan haar dromen of ambities. Filmtheoreticus Siegfried Kracauer schreef in zijn boek From Caligari to Hitler dat films de mentaliteit van een samenleving directer weerspiegelen dan andere kunstvormen. Juist omdat film een massamedium is, laat het volgens hem zien welke angsten onder de oppervlakte leven. Wie wil weten waar een generatie bang voor is, moet kijken naar de beelden die haar massaal aanspreken. Charlie Chaplin die in Modern Times (1936) door de fabriek wordt opgeslokt. The Terminator (1984) waarin een machine zich tegen haar maker keert. En The Matrix, gevoed door millenniumkoorts, globalisering en het begin van internet. Ergens in die nieuwe wereld van digitale mogelijkheden groeide een onrust dat de computer geen apparaat meer was, maar een poort tot een parallelle werkelijkheid.

Het beeld uit The Matrix dat me altijd is bijgebleven: hoofdpersonage Neo, de messias van de slapende mensheid, ontwaakt in een duistere ‘pod’. Als hij om zich heen kijkt, ziet hij een mensenakker vol lichamen, vastgeklonken aan apparaten. Elk in een eigen capsule, maar allemaal verbonden met één machtig systeem dat ze een werkelijkheid voorliegt. De nachtmerrie van The Matrix is in wezen de angst voor misleiding: wat als alles wat wij ervaren wordt aangestuurd door een kwade genius die ons, zonder dat we het weten, bedwelmt en bespeelt? Een angst die zich nestelde in een generatie die volwassen werd in een wereld met televisie, reclame, kantoortorens, politieke scepsis en beginnende digitalisering. De buitenkant was welvarend en beheersbaar, maar daaronder school het vermoeden dat iemand anders aan de knoppen zat: de overheid, de media, grote bedrijven, of de technologie zelf.

Die horror is fundamenteel anders dan in Backrooms. Meteen valt op hoe het hele visuele landschap is verschoven. De wereld van Backrooms oogt in eerste instantie zachter, vriendelijker. Geen metalen omgeving gespeend van zonlicht, maar helverlichte, gele gangen die zonnig lijken, maar dat niet zijn. In Backrooms geen zwarte leren jassen, geen cyberspace met glanzende code, maar een ‘achterruimte’ van de werkelijkheid. Geen grauw schip, maar een locatie die eruitziet alsof ze ooit door een facilitair manager is bedacht, daarna door een algoritme is uitgebreid en vervolgens door iedereen is vergeten.

‘Liminale ruimtes‘ worden ze genoemd: overgangsruimtes die nergens echt beginnen of eindigen en die hun oorspronkelijke functie hebben verloren. Een lege school in de vakantie. Een supermarkt midden in de nacht. Een vliegveld zonder reizigers. De wereld als verlaten bedrijfsetage. En precies die leegte lijkt Gen Z de stuipen op het lijf te jagen.

Fundamenteel verschil

Vergelijk deze twee nachtmerries, en je ziet hoe fundamenteel de angst in een kwart eeuw verschoven is. Gen X leefde nog in een wereld waarin de structuren zichtbaar waren. Je kon boos zijn op de overheid, op de media of de grote bedrijven. Er was nog een tegenstander en op zijn minst de illusie van een keuze. Denk aan de beroemde sleutelscène waarin rebellenleider Morpheus Neo uit zijn schijnwerkelijkheid wil bevrijden en hem laat kiezen tussen een rode en een blauwe pil: rood voor de harde waarheid, blauw voor de comfortabele illusie.

Vijfentwintig jaar later is er geen sprake meer van een keuze. De backrooms bieden niets dan complete desoriëntatie, een doolhof van kamers met spaarzame objecten die enkel nog verwijzen naar de functie die ze verloren hebben, als voetnoten naar een werkelijkheid die niet langer bestaat.

Ook de toegang tot beide werelden verschilt fundamenteel. Op The Matrix werd je aangesloten met een dik, metalen snoer. De illusie had een tastbare ingang. Maar de samenleving raakt steeds meer ‘ontsnoerd’ en Clark, hoofdpersonage in Backrooms, glijdt naar binnen door een vloeibare muur, en later een rechthoekige omtrek die doet denken aan een smartphonescherm. Achter die rechthoek ligt een oeverloze wereld waardoor je scrollt en dwaalt, terwijl de beelden blijven komen en de tijd ongemerkt verstrijkt.

Ergens was de paranoia van The Matrix troostrijk. Want als er een rode pil bestaat, dan is ontwaken mogelijk. Als alles een leugen is, bestaat er ook een waarheid. Als er een gevangenis is, zit er ergens een deur. The Matrix veronderstelde nog een richting en een betekenis.

Zet daar de botergele horror van Backrooms tegenover, een film zónder rode pil. Geen Morpheus. Geen diepere waarheid achter de wand. Je valt niet uit de schijnwerkelijkheid in de werkelijkheid, je valt uit de werkelijkheid in iets wat nog veel leger is. Er is geen sluitende mythologie. Geen eenduidige verklaring voor de ruimte, de wezens of de regels. Alles lijkt een aanwijzing, maar niets vormt een verhaal.

Waar The Matrix draait om verzet tegen een allesomvattend systeem, een technologische schijnwereld die mensen gevangenhoudt terwijl ze denken vrij te zijn, toont Backrooms juist de schrijnende afwezigheid van elke systematiek. Dat is niet toevallig. De wereld van Gen Z wordt niet gedomineerd door één mechanisme, maar door een wirwar van algoritmes, platforms, notificaties en digitale omgevingen. Werk, vriendschap, entertainment, dating, nieuws en identiteit lopen voortdurend door elkaar. Alles is verbonden, maar juist daardoor voelt niets meer centraal.

Geen internetgril

De nachtmerrie van The Matrix is manipulatie. De nachtmerrie van Backrooms is uitzichtloosheid. Niet de angst dat iemand ongemerkt aan de knoppen zit, maar de angst dat er niemand aan de knoppen zit. Er is geen meesterplan, alleen infrastructuur. Geen complot, maar leegte. Geen kwaadwillende god, maar een doods gebouw. Dat maakt van Backrooms een griezelig precieze echo van de werkelijkheid van Gen Z, een generatie die opgroeit in een tijd waarin online en offline voortdurend door elkaar lopen. Waarin het internet geen portaal is, maar een klimaat. Je stapt er niet in. Je ademt het.

In The Matrix bestond nog de dramaturgische luxe van schuld: de machines voerden uit. De Agents bewaakten. De mensheid sliep. De film had een haast religieuze structuur: zondeval, openbaring, verlossing. Backrooms weigert die structuur en speelt daarmee haarfijn in op het onderbuikgevoel van de tijd: de angst dat we stuurloos dolen door een ruimte die ons herinnert aan wat ooit was, terwijl de toekomst niet als een belofte verschijnt, maar als iets waaruit de mens langzaam verdwijnt.

Backrooms is zeker geen toevallige internetgril, maar een symptoom van een generatie voor wie de diepste angst niet langer misleiding is, maar betekenisverlies. Er is geen kwade genius. Geen messias. Alleen licht dat blijft zoemen. Leeg kantoortapijt. En een bange stem die roept. Niet uit angst dat er een monster om de hoek staat, maar uit angst dat er misschien helemaal niemand ís.

Film

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next