Home

Drama rond museumdirecteur Donker staat voor groter probleem in cultuursector

Fotomuseum Van Atria tot het Nederlands Fotomuseum en van Internationaal Theater Amsterdam tot Museum de Fundatie: de lijst van culturele instellingen waar een raad van toezicht (zichtbaar) botst met een directeur wordt steeds langer. Hoe komt dat? Maar vooral: hoe nu verder?

Het nieuwe Nederlands Fotomuseum in Pakhuis Santos te Rotterdam.

Het eerste wat er bij Kaouthar Darmoni door het hoofd schoot toen ze deze week hoorde dat Birgit Donker, oud-directeur van het Nederlands Fotomuseum, in het gelijk was gesteld door de rechter: ik hoop zó dat ze vreugde voelde. De raad van toezicht (rvt) van het museum heeft volgens de rechtbank van Rotterdam „ernstig verwijtbaar” gehandeld. Niet alleen bij haar schorsing, in juni 2025, maar ook bij het onderzoek naar én het ontslag van Donker.

Zelf voelde Darmoni (57) geen vreugde toen het Amsterdamse gerechtshof in de zomer van 2025 oordeelde dat het kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis Atria haar in 2022 „volkomen misplaatst” had ontslagen als directeur en „ernstig verwijtbaar” had gehandeld, onder meer door het verspreiden van privé-informatie en het gebruik van heimelijk gemaakte beelden. „Ik voelde niks”, zegt ze. „Ik zat nog in de overlevingsmodus.”

De paralellen tussen de zaak-Donker en de zaak-Darmoni vallen op. Beide oud-directeuren botsten met hun raad van toezicht, die bij de rechter geen bewijs kon leveren voor de aantijgingen die tot het ontslag leidden: in het geval van Donker dat ze twee medewerkers had proberen te beïnvloeden bij een medewerkersonderzoek en informatie had achtergehouden, in Darmoni’s geval dat ze een tevredenheidsonderzoek had gemanipuleerd, fraude met haar cv had gepleegd en (seksueel) grensoverschrijdend gedrag naar medewerkers had vertoond. Beide vrouwen kregen een schadevergoeding: Donker 400.000 euro, Darmoni 200.000.

De gevolgen van wat Darmoni „psychische marteling” noemt zijn groot. Ze wordt nog altijd behandeld voor een posttraumatische stressstoornis (PTSS), en ook haar zoon, die zestien was toen zij ontslagen werd, heeft het heel moeilijk gehad. Op het schoolplein kreeg hij te horen dat zijn moeder ‘een sletje’ was die ‘in haar string’ op het werk verscheen – een detail uit een artikel van de Volkskrant, dat Darmoni als „sensationele onzin” typeert. Dat haar familieleden in Tunesië hun huizen en grond verkochten, zodat zij de ruim twee ton aan advocatenkosten kon betalen voor meerdere kort gedingen en hoger beroepen noemt Darmoni „even ontroerend als pijnlijk”, net als het feit dat vrienden een inzamelingsactie startten omdat ze door de aard van het ontslag geen recht had op een uitkering. „Maar je kind zien lijden, er is niets ergers dan dat”, zegt ze.

De culturele en maatschappelijke schade is ook groot. Zo moeten de culturele instellingen niet alleen tonnen aan schadevergoeding betalen, maar maakten zij ook kosten voor advocaten, plaatsvervangers, communicatie, onderzoek en wervingsbureaus. In het geval van het Fotomuseum moest de heropening in het nieuwe Pakhuis Santos door het ontslag van Donker maanden worden uitgesteld, met alle kosten van dien. Om hoeveel geld het precies gaat wil het museum na vragen van NRC niet zeggen, maar feit is dat de kosten moeten worden opgehoest door een instelling wier financiering gestoeld is op publieke subsidies en fondsen. Geld dat bedoeld is voor culturele doeleinden, niet om brokstukken van een uit de hand gelopen conflict op te ruimen.

Atria, het Nederlands Fotomuseum, Theater Muzenval, Museum de Fundatie, Internationaal Theater Amsterdam, Noordbrabants Museum: de lijst met culturele instellingen waar het (zichtbaar) uit de hand loopt tussen rvt en directeur wordt steeds langer. Hoe komt dat? Maar vooral: hoe nu verder?

Bouw een rem in

Verreweg de meeste culturele instellingen zijn stichtingen met een directie aan het hoofd en een rvt van zo’n vijf tot zeven leden voor het toezicht op de leiding van de instelling. De samenwerking kan per instelling verschillen, maar over het algemeen komt de directeur zo’n vijf keer per jaar met een rvt samen. De machtsverhoudingen zijn sinds 2021 wel veranderd, want met de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) kregen de rvt’s ‘het laatste woord’, waardoor de rechtspositie van bestuurders verslechterde. Wordt een bestuurder ontslagen door de rvt, dan kan dat door de nieuwe wet niet meer worden teruggedraaid, óók niet als de rechter oordeelt dat het ontslag onrechtmatig was.

De WBTR heeft „de gezonde verhoudingen tussen bestuur en raad van toezicht beïnvloed”, schrijven Sjarel Ex en Jaap van Manen in het begin dit jaar gepresenteerde rapport Toezicht in evenwicht, een vervolg op De onraad van toezicht, over de pijnpunten van besturen in de cultuursector. De twee waren elkaars directeur en toezichthouder toen Ex nog directeur van Museum Boijmans Van Beuningen was. In hun nieuwste rapport willen ze rvt’s én directeuren concrete handvatten bieden. Hun centrale punt: bouw een rem in, zodat áls het misgaat er tijd gewonnen kan worden.

In de week dat de rechtbank zich uitsprak over Donker, sprak NRC met Ex en Van Manen. „Als je naar het Fotomuseum kijkt”, zegt Ex, „dan zijn er wel zes stakeholders die hun vinger hadden kunnen opsteken maar dat niet hebben gedaan, waaronder de gemeente Rotterdam en het Cultuurfonds”. Volgens Van Manen bleven stakeholders ook achter de feiten aan bleven lopen, omdat de rvt van het Fotomuseum „op hol sloeg”, en voor er echt ingegrepen kon worden Donker al had ontslagen. „Het is belangrijk dat er allerlei waarborgen komen om meer tijd te kunnen nemen. Door een derde partij erbij te betrekken, bijvoorbeeld een geschillencommissie. Als het ontvlamt wil je kunnen bijsturen, dat kan een preventieve werking hebben.”

Volgens Ex is het belangrijk dat er afspraken worden gemaakt „als het nog gezellig is”, want „niemand begint als directeur of lid van een rvt met kwade bedoelingen, maar zoals we de afgelopen tijd hebben kunnen zien kan het snel misgaan als ze tegenover elkaar komen te staan”.

Een paraplu of bliksemafleider

In zijn tijd als voorzitter van de raad van toezicht van museum De Fundatie (2015-2023) merkte Roger van Boxtel hoe belangrijk onafhankelijke gesprekken met medewerkers zijn. In de periode voordat directeur Ralph Keuning in 2022 werd ontslagen vanwege zijn confronterende manier van leidinggeven, drong daarvan niets door tot de rvt. „Het gevoel leefde dat de rvt meer van de directie was dan van het personeel”, zegt Van Boxtel. „In plaats van hun klachten met ons te delen stapten medewerkers naar de media. Frustrerend, maar het wees me nog eens op het belang van waarborgen, procedures en regels.”

Bij de culturele organisaties waar hij nu bestuurslid of toezichthouder is, zal zo’n drama zich niet snel ontvouwen, zegt Van Boxtel. Bij Amsterdam Sinfonietta bijvoorbeeld, wordt de raad van toezicht om het jaar door een extern bureau tegen het licht gehouden: hoe is de relatie met het personeel en de directie? Van Boxtel: „Zeker bij kleine, kwetsbare organisaties waar medewerkers lang en dicht op elkaar werken, is het belangrijk dat een raad van toezicht geregeld contact heeft met de personeelsvertegenwoordiging, zodat zorgwekkende signalen vroeg worden opgepikt.”

Vooral nieuwe toezichthouders doen er goed aan zich door ervaren toezichthouders te laten bijpraten, zegt Van Boxtel. Je laten bijscholen over ontwikkelingen op het gebied van good governance is geen overbodige luxe. „Het is prachtig voor toezichthouders in de culturele sector om mee te genieten bij voorstellingen en exposities, maar uiteindelijk gaat het om organisaties met belangen. Je begint als toezichthouder vaak met mooi weer. Dat kan lang aanhouden, maar op een gegeven moment breekt het onweer los. Als je dan geen voorzieningen hebt getroffen – een paraplu of bliksemafleider – kunnen grote problemen ontstaan.”

‘Culturele governance code’

Vier dagen vóór de rechterlijke uitspraak in de zaak van Donker tegen het Fotomuseum werd de nieuwe Governance Code Cultuur gepresenteerd, die vanaf 2027 de norm moet worden. Initiatiefnemer Titia Haaxma, directeur-bestuurder van kennisplatform Cultuur+Ondernemen, vertelt dat de zaak haar – buiten de nieuwe governance code om, aan het denken zette. „Ook wij zijn een stichting, ook ik heb te maken met een rvt. Die samenwerking gaat goed, maar ik heb toch mijn arbeidsovereenkomst erbij gepakt.” Veel arbeidsovereenkomsten van directeuren stammen nog van vóór 2021, toen directeuren zich beter beschermd voelden door de wet. Haaxma: „In de overeenkomst kun je allerlei zaken afspreken, zoals mediation of een exitregeling. Dat gesprek ben ik nu met mijn rvt aangegaan. In de cultuursector hebben we als stichtingen een been bij te trekken.”

Nieuw in deze culturele governance code is bijvoorbeeld de conflictregeling, waarin directeuren met rvt’s afspreken hoe om te gaan met conflicten. Net als Ex en Van Manen zegt Haaxma dat dit moet worden vastgelegd als er nog geen vuiltje aan de lucht is. „De verhouding tussen bestuurder en rvt is kwetsbaar, dus moet je het dak repareren als de zon schijnt. Het gaat uiteindelijk om menselijk gedrag.” De nieuwe code heeft ook oog voor ‘rolzuiverheid’. Raden van toezicht en bestuurders moeten hun rol en verwachtingen bespreken. Zo voorkom je conflicten waarbij de rvt op de stoel van een bestuurder gaat zitten óf een bestuurder de rvt voor de voeten loopt.

Onder andere naar aanleiding van de berichtgeving over de perikelen bij het Nederlands Fotomuseum, komt vanuit de culturele sector een steeds grotere vraag naar toezicht op de toezichthouders. In hun rapport stellen Ex en Van Manen een ‘geschillenhuis’ voor, een derde stem, zoals de Eerste Kamer dat in de politiek is.

„Toezicht op het toezicht”, dáár moet ook volgens Darmoni de oplossing voor de huidige problemen worden gezocht. „Want het is toch ongelooflijk dat mensen als mevrouw Donker en ik zwaar beschadigd raken, terwijl de rvt-leden geen verantwoording hoeven af te leggen?” Er moet volgens haar ook meer aandacht komen voor de kwetsbare positie van vrouwelijke leidinggevenden, „met name van kleur”, die culturele organisaties proberen te moderniseren en professionaliseren. Ze heeft zelf ervaren hoe belangrijk het is dat je dan ruggensteun krijgt van je raad van toezicht, zegt ze. In de twee jaar na haar aantreden werkte ze goed met de rvt samen, maar toen er nieuwe leden aantraden kregen haar plannen om Atria inclusiever te maken, en de seksualiteit en eigenwaarde van vrouwen beter over het voetlicht te brengen, geen bijval meer. Zeker nadat ze in een kritische brief aan de nieuwe rvt liet weten dat ze meer professionaliteit en visie verwachtte.

Ook Haaxma volgt de toezicht-op-toezichtdiscussie. De Raad van Cultuur bracht een advies uit waarin de oprichting van een toezichthoudend orgaan op de lange baan is geschoven. Ook in de nieuwe governance code is dit niet meegenomen. „Op dit moment is het gesprek hierover nog bezig. Het is complex, een nieuw instituut dat moet worden opgezet. Wie gaat dat doen? Hoe ziet dat eruit? Dat is gewoon te groot en te weinig uitgekristalliseerd om dat nu zomaar erin te fietsen”, zegt ze, maar het is goed dat het gesprek in de sector wordt gevoerd. „Toen we met de nieuwe code aan de slag gingen, stonden de meningen veel meer tegenover elkaar. Ik merk dat er nu meer overeenstemming is dat het over cultuur en gedrag moet gaan, eerder dan: meer regels.”

Er is veel te winnen voor de sector, voor de gewezen directeuren is er vooralsnog vooral verlies. Kaouthar Darmoni, die het vaker moeilijk heeft tijdens het gesprek, vertelt dat ze zich pas sinds kort wat meer kan ontspannen. Ze houdt zich meer op de achtergrond dan voorheen, en concentreert zich op de (dans)trainingen, lezingen en workshops die ze vanuit haar bedrijf Feminine Capital geeft over vrouwelijk leiderschap, sensualiteit en gendergelijkheid. Een positie als die bij Atria ambieert ze niet langer. „Je naam is besmet”, zei een headhunter tegen haar. „In de culturele sector blijven mensen je zien als die frauduleuze baas zonder diploma’s die in haar string over de werkvloer loopt.”

Cultuurbeleid

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next