Migratie Het overgrote deel van mensen in opvanglocaties komt niet in aanraking met de politie. Volgens nieuwe cijfers was 3 procent van alle personen in opvanglocaties betrokken bij een misdrijf. Jongeren, mannen en asielmigranten met weinig kans op een verblijfsvergunning zijn oververtegenwoordigd onder verdachten en betrokkenen bij incidenten.
Mensen nemen deel aan een demonstratie tegen de plannen voor een asielzoekerscentrum (AZC) in Hellevoetsluis, Nederland, op 16 mei 2026.
Vorig jaar werd met 3 procent een klein aandeel van alle mensen in opvanglocaties verdacht van een misdrijf. Bij een agressie- of geweldsincident was 11 procent betrokken. Dit percentage is vergelijkbaar met voorgaande jaren. Dat blijkt uit het jaarlijkse incidenten- en misdrijvenoverzicht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC), dat donderdag verscheen.
In 2025 verbleven in totaal 112.745 personen in opvanglocaties van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) of tijdelijke gemeentelijke opvanglocaties. Het overgrote deel van hen kwam niet in aanraking met de politie.
De bezetting in opvanglocaties van het COA was in 2025 in vergelijking met 2019 ruim twee keer zo groot, een stijging van 109 procent. Deze toename kan worden verklaard door een combinatie van factoren, zoals oplopende wachttijden bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst, een daling in uitstroom van statushouders naar eigen woonruimte vanwege de krapte op de woningmarkt, en een tekort aan opvanglocaties.
Ondanks de sterke groei van de asielopvang is er geen evenredig verband tussen de bezetting en het aantal incidenten of misdrijven, zo blijkt uit het rapport. Sinds 2019 is de gemiddelde bezetting van COA-locaties en tijdelijke gemeentelijke locaties drie keer zo groot. Het aantal geregistreerde incidenten steeg in diezelfde periode minder hard, met een factor 2,5.
Het aantal verdachtenregistraties van misdrijven bleef nog verder achter: dat nam sinds 2019 met 43 procent toe. Op basis van de beschikbare gegevens kan het WODC niet vaststellen waaraan de stijgingen die er wél zijn, moeten worden toegeschreven.
Het aandeel minderjarigen onder verdachten van misdrijven die door de politie werden geregistreerd steeg wel fors tussen 2023 en 2025. In dat jaar betrof het aandeel minderjarigen binnen de groep verdachten van misdrijven 21 procent.
In totaal werden van de 112.745 mensen die in een opvanglocatie zaten 4.780 mensen verdacht van zogeheten vermogensmisdrijven. Dan gaat het vaak over diefstal, verduistering, inbraak en, in ruim een derde van de zaken, winkeldiefstal. Verder valt uit de cijfers op te maken dat van alle misdrijven in totaal 1,7 procent seksueel geweld betrof en 1,3 procent een (poging tot) levensmisdrijf.
Het rapport wijst er nadrukkelijk op dat de cijfers van bewoners van opvanglocaties niet zomaar te vergelijken zijn met die van de algemene Nederlandse bevolking, omdat niet gecorrigeerd is voor verschillen in leeftijd en geslacht tussen beide groepen. Mannen zijn over het algemeen vaker betrokken bij crimineel gedrag. Zo was 97 procent van de verdachte asielmigranten van misdrijven in 2025 man.
Eerder onderzoek toont volgens het rapport aan dat kenmerken zoals leeftijd, geslacht en sociaaleconomische achtergrond een groot deel van de verschillen tussen asielmigranten en andere verdachten in Nederland zouden doen verdwijnen. Het aandeel mannen en jongeren is relatief hoog onder COA-bewoners in vergelijking met de totale Nederlandse bevolking. Een mogelijke verklaring uit eerder onderzoek van het WODC is bovendien dat de kans op een verblijfsvergunning verband houdt met het aantal misdrijven dat wordt gepleegd.
De onderzoekers wijzen verder op een systeemovergang bij het COA in 2025, waardoor meer en preciezere gegevens beschikbaar zijn gekomen. Hierdoor zijn de cijfers over eerdere jaren met terugwerkende kracht naar boven bijgesteld. Ook meldt het rapport dat het Openbaar Ministerie in juli 2025 werd getroffen door een hack, waardoor de systemen maandenlang offline moesten, met vertraging in strafzaken tot gevolg.