Heeft Iran de oorlog tegen de Verenigde Staten en Israël gewonnen? President Trump is het daar bepaald niet mee eens; die eist al van het begin af aan de overwinning op. Maar die indruk van Iraanse winst zou u kunnen krijgen uit internationale analyses van de intentieverklaring (mijn vertaling van het memorandum of understanding, MoU) die 17 juni door de presidenten van Iran en de VS werd ondertekend om een einde te maken aan de oorlog. Ik geef één voorbeeld om te laten zien wat ik bedoel: „De oorlog tegen Iran was een strategische ramp voor de Verenigde Staten en Israël”, las ik op het online nieuwsplatform Middle East Eye.
Hééft Iran de oorlog gewonnen? Nou, tot op zekere hoogte en voorlopig is het Iraanse regime sterker uit de strijd gekomen dan president Trump en premier Netanyahu. Maar er moet nog heel wat overeengekomen worden voor het veertien punten tellende MoU half augustus afloopt en wie weet of het dan niet allang weer oorlog is.
Iran was de underdog tegenover twee véél sterkere militaire machten. En het regime zit er nog steeds. Ja, vooral dankzij Irans ligging, aan de Straat van Hormuz, die het regime in staat stelt de strategische olieroute te sluiten en de wereldeconomie te gijzelen. Maar dat konden zijn tegenstanders weten als ze zich een beetje hadden voorbereid voor ze hun oorlog begonnen. Die Straat van Hormuz lag er al een tijdje.
Maar ik betoog dat Iran de oorlog heeft verloren. Want de negentig miljoen Iraanse burgers zijn ook Iran en die zijn allemaal verliezers.
Terug naar januari, toen het regime massaal protesterende burgers met zelfs voor de islamitische republiek ongekend geweld naar huis schoot. Tussen de 7.000 en 37.000 doden. „KEEP PROTESTING”, loeide Trump op zijn Truth Social, „HELP IS ON ITS WAY”. Te midden van de wisselende doelen van zijn oorlog was regimeverandering in Teheran het eerste – maar snel vergeten – streven. „Ik gaf nooit iets om regimeverandering”, erkende Trump eerder deze maand, en dat geloof ik best. Hij voelt zich het meest thuis bij de autocraten van deze wereld, inclusief de Iraanse.
Dat massaprotest werd losgemaakt door de economische ellende, de dramatische optelsom van wanbeleid, corruptie en een gestage opstapeling van internationale sancties. De oorlog heeft die situatie alleen verder verslechterd. Het regime zit er nog en de burgers betalen de schade. Maar wie bekommert zich vandaag om de Iraanse burgers?
Trump staat Iran nu voorlopig toe olie te exporteren maar dat is niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat. Verder maakt het MoU melding van de vrijgave van bevroren Iraanse tegoeden, van toekomstige opheffing van Amerikaanse en andere internationale sancties en van een wederopbouwplan ter waarde van 300 miljard dollar. Veel te goed voor zo’n schurkenstaat, zeggen critici die mede hieruit opmaken dat Iran heeft gewonnen.
Maar de details zijn vaag. Het is niet bekend van wie die 300 miljard moet komen; niet van Washington in elk geval. Op grote schaal sancties intrekken? Lijkt me sterk. Banken, bang voor straf, willen heel zeker van hun zaak zijn voor ze economische investeringen in Iran financieren. Na de nucleaire deal met Iran van 2015 stonden Europese bedrijven te popelen maar de banken durfden niet en uiteindelijk gebeurde er niets.
Intussen merken de Iraanse burgers hoe hard de prijzen stijgen. Het Iraanse Centrum voor de Statistiek meldde vorige week een inflatie van 88,6 procent op jaarbasis, met nog eens extra omhoogschietende voedselprijzen. Het IMF verwacht dat de economie dit jaar 6,1 procent zal krimpen. Oorlogsschade heeft naar schatting twee miljoen mensen werkloos gemaakt. Er waren al watertekorten; de oorlog heeft dat niet verbeterd. De stroom valt regelmatig uit. Met duizenden arrestaties sinds januari en honderden executies weet het regime nieuw protest te voorkomen.
Hebben de Iraniërs de oorlog gewonnen?