Home

Gert Jonkers en Jop van Bennekom staan aan de top van de magazinewereld: ‘Iedereen dacht: what the fuck. Hier wil ik bij horen’

Gert Jonkers en Jop van Bennekom zijn de twee Nederlanders achter de internationaal succesvolle magazines Butt, Fantastic Man en The Gentlewoman. Beiden groeiden ze op als the only gay in the village. „Wraak nemen is een goede leidraad in het leven.”

Gert Jonkers en Jop van Bennekom: „Het zit niet in ons om flaky te zijn. Om niet te leveren.”

„Deze lag hier nog voor je”, zegt Gert Jonkers (59) tegen Jop van Bennekom (55). Hij wijst in zijn kantoor naar een exemplaar van het zevende nummer van Butt, het homotijdschrift dat ze 25 jaar geleden oprichtten. Normaal heeft Butt het formaat van een tablet, maar nummer zeven, zomer 2003, werd zo groot als een krant. Jonkers: „Het hele nummer ging over New York en daar is alles groot.”

Van Bennekom begint te bladeren. „We legden over alle foto’s een raster van puntjes, alsof ze waren opgeblazen”, zegt hij. „Kijk, dit is mijn kont.” Verderop in het nummer staat een interview van Gert Jonkers met ster-ontwerper Marc Jacobs. Dat gesprek ging evenveel over kleding als over fetisj en goede seksclubs in New York.

Het laat zien waarom het tijdschrift meteen een cultstatus had: een combinatie van seks, humor, brutale interviews en gedurfde vormgeving. Ze drukten op mat, roze papier, kozen een typemachine-lettertype, en bliezen het formaat dus een keer op.

Inmiddels mogen Gert Jonkers en Jop van Bennekom zich tot de top van de internationale magazinewereld rekenen. Na Butt (2001) lanceerden ze mannenblad Fantastic Man (2005), de vrouwelijke evenknie The Gentlewoman (2010) en literair magazine The Happy Reader (2014). Alleen die laatste is inmiddels weer verdwenen; uitgeverij Penguin, die ermee haar boeken in de etalage zette, stopte er in 2023 mee. Butt stopte in 2011 op papier, maar kwam in 2022 terug. Het heeft nu een oplage van 15.000.

„Ze hebben een nieuw genre in de modebladen geïntroduceerd, waarin de focus ligt op alledaagse mannen en intellectuelen, en niet op beroemdheden en scharrige modellen”, schreef The New York Times bij het tienjarige jubileum van Fantastic Man. Geen auto’s, horloges en fitnesstips, maar interviews met ‘fantastische mannen’ die Jonkers en Van Bennekom zelf interessant vinden. Mensen uit de mode, zoals Tom Ford of Giorgio Armani, maar net zo vaak van daarbuiten, zoals de Griekse oud-minister Yanis Varoufakis of de Nederlandse ontwerper Karel Martens. Het laatste nummer had drie verschillende covers, met Nederlands elftal-aanvoerder Virgil van Dijk, acteur Pedro Pascal en rapper Fakemink.

Het blad, dat twee keer per jaar verschijnt en een stabiele oplage kent van zo’n 80.000 exemplaren per nummer, oogt simpel en stijlvol, maar nooit saai. Van Bennekom experimenteert met het formaat (het blad was een tijdje vierkant), papier (mat en glanzende pagina’s worden afgewisseld) en opmaak (soms is een pagina gekleurd maar verder leeg).

In The Gentlewoman (oplage 90.000) staan niet de laatste modetrends of roddels over sterren, maar eigenzinnige modereportages, interviews met wereldberoemde kunstenaars als Cindy Sherman, en sporters als Simone Biles. Op de eerste cover stond Phoebe Philo, die zelden interviews gaf, en net haar spectaculaire debuut had gemaakt bij modehuis Céline, op de derde Adèle, op de zevende Beyoncé.

Mannen- en vrouwentijdschriften als GQ, Esquire, Elle en Vogue zijn groter, maar dalen in oplage en autoriteit. De mode-industrie kijkt goed naar wat Jonkers en Van Bennekom doen. De afgelopen twintig jaar zijn ze regelmatig tijdschriften en sites tegengekomen die wel héél erg op Fantastic Man leken, zegt Jonkers. De online modewinkel Mr. Porter, een obscuur Taiwanees kooktijdschrift, een Spaanse glossy, een catalogus van een Zweeds modemerk, het tijdschrift van Harrods, het Londense warenhuis. „Toen wij onze cover veranderden, veranderden zij die ook”, zegt Jonkers. „Hilarisch.” Een enkele keer sturen ze een juridische brief.

Najaar 2025 begon een Chinese versie van Fantastic Man, die in licentie wordt gemaakt. Jonkers, die geen kinderen heeft: „Is dat niet de sensatie van kinderen? Dat je iets van jezelf weg ziet lopen?” Jonkers draagt een donkerblauw T-shirt dat Fantastic Man maakte in samenwerking met Arket, op de achterkant staat ‘Fantasticman’, een zwart-groene Carhartt-trainingsbroek en zwarte Asics. Van Bennekom een zwarte trui en pet en een grijze Carhartt-broek.

De uitgeverij van Jonkers en Van Bennekom heet Top Publishers. Er werken, los van freelancers, vijftien mensen. De uitgeverij heeft een kantoor in Amsterdam, om de hoek bij Carré, en in Londen. Van Bennekom, die ook de vormgeving doet van de campagnes van modehuis Jean Paul Gaultier, werkt meestal in zijn eigen studio in de Jordaan.

Waarom willen grote namen op de cover van Fantastic Man?

Jonkers: „Iedereen wil wel ‘fantastic man’ boven z’n hoofd hebben staan, toch? En omdat ze denken, hoop ik, dat ze goed behandeld worden. Dat er een goede fotograaf en stylist op gezet wordt. Mensen zijn gewoon fan van Fantastic Man. Vroeger hadden we een lijst mensen die we op de cover wilden hebben, maar daar word je ook zouteloos van.”

Van Bennekom: „Op een gegeven moment zijn al je dromen gerealiseerd.”

Zijn er geen mensen die jullie niet hebben kunnen krijgen?

Jonkers: „We konden Karl Lagerfeld nooit krijgen omdat we hem liefst zonder zonnebril wilden fotograferen. Dat wilde hij niet.”

Van Bennekom: „Jammer, want we keken erg uit naar de conversatie. Zijn interviews waren altijd briljant.”

In Butt praatten Jean Paul Gaultier en Martin Margiela onlangs met elkaar over „all the things below the belt”. Hoe strik je Martin Margiela, die nooit in de publiciteit wil, voor een interview over seks?

Van Bennekom: „We kennen al die mensen.”

Jonkers: „Ik wist dat Margiela ooit voor Jean Paul Gaultier gewerkt heeft. Ik sprak hem een keer, en zei: hoe denk je dat we Gaultier kunnen voor Butt kunnen krijgen? Toen zei hij: als ik het doe.”

Gert Jonkers en Jop van Bennekom ontmoetten elkaar in de jaren negentig, toen Jonkers voor Blvd, het lifestyleblad waar hij hoofdredacteur van was, Van Bennekom interviewde over zijn conceptuele tijdschrift Re-Magazine. Toen Jonkers later een nieuwe artdirector zocht, vroeg hij Van Bennekom.

Waarom klikte het?

Jonkers: „Ik denk dat we dezelfde ambitie hadden. Hetzelfde fanatisme. We gaan allebei best ver in het verwezenlijken van iets. Ik denk dat je dat in elkaar herkent.”

Van Bennekom: „Als ontwerper heb ik altijd de behoefte om te werken met tekst. Voor Gert geldt dat andersom. Tekst en beeld zijn twee hersendelen volgens mij, en in de magazinewereld moeten die twee elkaar vinden.”

Jullie groeiden allebei op in de Biblebelt. Gert als jongste van zes kinderen van een dominee.

Van Bennekom: „Gert komt uit een heel progressief gezin, waar muziek werd gemaakt en werd gelezen. Ik kom uit een huis zonder muziek en boeken. Mijn vader was de enige in de familie die geen boer was, hij had een garage. Ik heb mezelf opgevoed met kunst, mode en muziek. Ik was de eerste in de familie die naar het hbo ging, de kunstacademie.”

Waar komt je gevoel voor stijl vandaan?

Van Bennekom: „Dat zit allemaal in mijn homoseksualiteit besloten. In het anders-zijn. Vanaf jonge leeftijd ga je op zoek naar waarom je je anders voelt, en waarom je afwijzing voelt. Vanaf mijn dertiende ging ik met de bus naar Utrecht, de grote stad, om dingen te vinden. Ik vond daar tweedehands kleren en ging er al snel anders uitzien.”

Hebben jullie allebei dat fanatisme meegekregen omdat je the only gay in the village was?

Van Bennekom: „Ja, ik wel.”

Jonkers: „Ja, de behoefte om iets goeds te maken.”

Van Bennekom: „En om wraak te nemen.”

Wraak nemen op wie?

Van Bennekom: „Op al die mensen waarmee ik opgegroeid ben. Waarvan de helft nog in het dorp woont waarschijnlijk. Mijn puberteit was vreselijk. Ik wilde echt weg, naar de kunstacademie, een geweldig leven hebben, allemaal mensen ontmoeten. Dat heb ik vervolgens ook gedaan.”

Jonkers: „Wraak is een goede leidraad in het leven. Ik ben in Otterlo geboren, daarna heb ik in de Noordoostpolder gewoond omdat mijn vader daar dominee werd. Ook niet de leukste plek van Nederland, zeker in de jaren tachtig, toen het nog bruin was van de omgewoelde aarde. Toen naar een buitenwijk in Dordrecht. Als je er anders uitzag – ik verfde op m’n dertiende m’n haar groen of blauw en droeg pakken – kreeg je wel iets naar je hoofd geslingerd. Ik ben niet zwaar gemolesteerd, maar ik ben nog steeds bang voor groepen jongens.”

Van Bennekom: „Het calvinisme ben ik nooit kwijtgeraakt. Dat gaat gepaard met een morele agenda. Volgens mij zijn wij met Fantastic Man en The Gentlewoman editorial magazines aan het redden. We proberen daarom te werken met de beste fotografen en de beste schrijvers, die de meest interessante mensen interviewen. Dat is vaak ook heel vermoeiend.”

Jonkers: „Het zit niet in ons om flaky te zijn. Om niet te leveren.”

Van Bennekom: „We weten heel goed wat we doen en hoe we het doen. Het is niet een soort punk wat we maken, het is allemaal heel gecalculeerd.”

Wat heeft dat met calvinisme te maken?

Van Bennekom: „Let’s look it up.”

Jonkers staat op en pakt de Van Dale uit de kast. „‘Behorend tot de leer van Calvijn.’ Nou, daar worden we niet veel wijzer van.”

Van Bennekom: „Dit is ook calvinistisch: het precies willen weten.”

Jonkers gaat weer zitten. „Laat ik het zo zeggen”, en hij kijkt om zich heen. De muren zijn leeg, op de grond ligt grijsbruin tapijt, in de hoek staat een sobere bank in dezelfde kleur. Omdat Jonkers last heeft van z’n rug, heeft hij een sta-bureau gemaakt van kratten en planken. „We zitten in een kantoor met ouwe zooi. We zijn zuinig. We schreeuwen niet.”

Waarom begonnen jullie in 2001 Butt?

Van Bennekom: „De gays hadden net een vreselijke tijd achter de rug. Door hiv waren veel gaybars dicht gegaan, of ze waren altijd leeg. Ik vond het een hele eenzame tijd. Mensen konden elkaar helemaal niet vinden, het was nog vóór sociale media. Sinds 1996 is hiv goed te behandelen, maar seks bleef krampachtig.”

Jonkers: „Nou ja, beladen. Niet leuk om over te praten.”

Van Bennekom: „De representatie van gays was in die tijd ‘clean’, in homoblaadjes had iedereen een gespierd lijf. Als een soort harnas. En iedereen was 26.”

Jonkers: „Gezond en blakend.”

Van Bennekom: „Anti-ziekte. Daarom zijn we Butt begonnen. Butt is fun. We probeerden terug te kijken op de tijd vóór aids, toen er nog een hele positieve kijk op seksualiteit bestond. En we wilden op zoek naar vormen van homoseksualiteit die nog niet gerepresenteerd werden.”

Jonkers: „En een hele talige vorm van homoseksualiteit. We vonden het leuk om mensen gewoon leeg te laten lopen. Een inspiratiebron was het Amerikaanse blaadje Straight to Hell. Een kleine zine, zwart-wit, heel tekstueel en vol vieze verhalen.”

Van Bennekom: „Vieze tussen aanhalingstekens. Waargebeurde seksverhalen. Dat hebben we overgenomen. De fotografie is ook heel real, we doen bijna geen shoots in een fotostudio. En we werken met fotografen als [de in 2000 met de Turner Prize bekroonde Duitse fotograaf] Wolfgang Tillmans, die bekendstaat om het representeren van reality.”

Hij fotografeerde al voor het eerste nummer. Waarom wilde hij meewerken?

Jonkers: „We vroegen het hem. We hadden zijn faxnummer.”

Van Bennekom: „De naam is goed. Butt. Grappig, maar ook seksueel. Dat heeft veel voor ons gedaan.”

Jonkers: „Het woord ziet er ook goed uit.”

Van Bennekom: „We hebben lang gedaan over dat eerste nummer. Anderhalf jaar volgens mij.”

Jonkers: „Nou, een jaartje misschien.”

Van Bennekom: „Het duurde lang voordat we de juiste toon hadden gevonden. Maar het was meteen een enorm succes. Ook in het buitenland, terwijl mensen het niet konden lezen, het was driekwart in het Nederlands. Maar iedereen dacht: wauw, een tijdschrift op roze papier. What the fuck. Hier wil ik bij horen. En laten we niet vergeten dat Gert modejournalist was.”

Jonkers: „Ik ging pas in 2000 over mode schrijven. Maar ik ging al naar shows en dan ontmoet je gewoon mensen. Als journalist moet je op mensen afstappen. Ik ben best verlegen, maar niet als journalist. Bij de Gucci-show ging ik backstage om Tom Ford een hand te geven. Als ik naast Anna Wintour liep, vroeg ik haar iets. Jop kende ook veel mensen, maar ik kwam veel buiten.”

Van Bennekom: „Al na een jaar, vanaf 2002, werden we uitgenodigd om feestjes te geven in New York en Londen.”

Jonkers: „We boorden een netwerk aan waarvan we niet wisten dat het bestond.”

Van Bennekom: „Wij sloten naadloos aan bij elektroclash, een retro-achtige popsound, ontstaan in de underground queerscene. We zijn nooit omarmd door de mainstream gaywereld, maar de mensen in de mode- en kunstwereld begrepen exact wat we deden.”

Jonkers: „Na drie of vier nummers hadden we bijna geen geld meer. We stuurden Butt op naar Karl Lagerfeld en Tom Ford met een briefje of ze wilden adverteren. Na een paar dagen belde Tom Ford: why do you send me this? I have ’em already. Vervolgens hebben Gucci en Yves Saint Laurent [waar Tom Ford ook ontwerper was] geadverteerd. Met het geld dat op de bank stond hebben we de eerste twee nummers van Fantastic Man gefinancierd.”

Waarom begonnen jullie Fantastic Man?

Jonkers: „We vonden veel bladen enorm saai, met steeds dezelfde rubrieken en formats. En we gruwelden bij het idee van lifestyle, waarbij wordt voorgeschreven hoe je leven eruit zou moeten zien. Wie zegt dat ik een bepaalde tas of crème nodig heb?”

Van Bennekom: „We zochten ook naar een manier om ons netwerk in de mode beter te benutten. In Butt kun je geen heteroseksuele mannen featuren, en schrijven we er niet bij wat iemand aan heeft. Fantastic Man is in zekere zin Butt, maar dan aangekleed.”

In de laatste Fantastic Man ging een schoenenontwerper naakt, en zag ik fotoshoots met twee of drie mannen die elkaar aanraken. Hoe gay is Fantastic Man?

Van Bennekom: „Ik vind Fantastic Man queer. We hebben nu ook een moderedacteur, Gerry, die het interessant vindt als mannen zich seksueel uiten.”

Jonkers: „Maar dat doet vermoeden dat seksualiteit een onderwerp is in het blad. Dat is het niet.”

Waarom stopte Butt in 2011?

„Het was het moment dat sociale media groot werden. Fans gingen hele interviews overtikken en online zetten. We konden geen mensen meer vinden die openhartig wilden zijn, terwijl dat het hele idee is van het blad. Toen we na tien jaar weer terugkwamen, bleek dat helemaal omgedraaid. Mensen waren gewend geraakt om zichzelf online te manifesteren. En veel exhibitionistischer geworden.”

Zijn jullie persoonlijk geïnteresseerd in dat vuige van Butt?

Jonkers: „Perversiteit is een interessante inspiratiebron. Goede smaak is niet interessant. Alleen maar mooie dingen maken is niet interessant.”

Zijn jullie cruisers? Of bezoeken jullie darkrooms?

Van Bennekom: „Mensen denken omdat je Butt maakt je zelf ook een seksuele omnivoor bent. We hebben allebei een lange vaste relatie. Sta ik elk weekend in m’n onderbroek in een club? Nee.”

Niet meer?

„Niet meer.”

Jonkers: „Ik praat zelden over m’n seksleven, dus ook niet in de krant.”

Butt wordt sinds de herstart helemaal gesponsord door het Italiaanse luxehuis Bottega Veneta. Wat betekent dat?

Jonkers: „Zij geven ons geld om het te maken, en met hen kunnen we op plekken als Tokio, Mexico City, New York en Bangkok feesten geven, en lezers ontmoeten.”

Van Bennekom: „Het laat zien dat we veel repressie van ons afgeschud hebben. Dat mensen vrijer zijn. Ook hele grote sterren willen nu graag in Butt.”

Zoals?

Van Bennekom kijkt naar Jonkers: „Mag ik [de Amerikaanse rapper] Frank Ocean zeggen?”

Jonkers: „Oh ja.”

Van Bennekom: „Ja, waarom ook niet, die heeft ons een loer gedraaid: Frank Ocean wil graag in Butt.”

En dat mag wel toch?

Van Bennekom: „Ja, te gek. Maar ja…”

Jonkers: „Ooit hebben we Frank Ocean voor Fantastic Man geïnterviewd. En in het weekend voor we naar de drukker gingen, trokken zijn advocaten het terug, wellicht omdat zijn album nog niet af was. Toen hadden we ineens een heleboel lege pagina’s, en een lege cover.”

Van Bennekom: „En een jaar later werd een van de foto’s die voor het interview was gemaakt de cover van dat album, Blonde.”

Voorheen zeiden jullie dat jullie graag mensen interviewen die niks te verkopen hebben.

Van Bennekom: „Dat is niet helemaal waar meer. We zijn te vaak te vroeg of te laat geweest. Zoals met Kyle Maclachlan, die spraken we voor Fantastic Man een jaar vóór de comeback van Twin Peaks, waarin hij de hoofdrol speelde. Onze cover met Adrien Brody kwam weer exact uit toen hij in 2025 een Oscar won [voor zijn rol in The Brutalist]. Dat was zo perfect dat ik dacht: nu spelen we het spelletje weer te veel mee.”

Jonkers: „Ons werk met Fantastic Man is in vergelijking met twintig jaar geleden veranderd. In plaats van dat je alleen maar een advertentie plaatst, werken we meer met merken samen.” Behalve met Arket presenteerde het blad onlangs ook een kledingcollectie met Mango, en maakte ooit een parfum met het Zweedse Byredo. Een week na het interview zal Fantastic Man een feestje geven met luxemerk MCM in Milaan, een week eerder organiseerde The Gentlewoman een ontbijt met Missoni in Londen. „We zijn steeds meer een creative agency”, zegt Jonkers.

Van Bennekom: „Ik zeg vaak niet meer dat ik een bladenmaker ben, maar dat ik een mediabedrijf heb.”

Tien jaar geleden kregen jullie achter elkaar een burn-out.

Van Bennekom: „We werkten te hard, te lang, te veel.”

Jonkers: „We werken altijd hard, maar er was een tijd dat we héél hard werkten.”

Van Bennekom: „Vooral toen alles overlapte: Fantastic Man, The Gentlewoman, The Happy Reader, we maakten ook een magazine voor modeketen Cos. We werkten nog vanuit Londen, waar het nog meer een ratrace is dan in Amsterdam en je ook nog eens een uur bezig bent om naar huis te komen.”

Jonkers: „Ik had de hele tijd het gevoel dat ik net boven mijn kunnen werkte. Het moest steeds net iets beter, een heel vervelend gevoel. Ik denk dat we dat nu proberen te voorkomen. Ik vond bijvoorbeeld een blad in het Engels editen best zwaar. Dat je de hele tijd denkt: is dit wel echt goed? Nu laat ik dat soort dingen meer aan andere mensen over.”

Van Bennekom: „Ik kan heel snel werken nu. In your fifties heb je het allemaal wat beter op een rijtje, of zo. Ik heb vaak dingen al vijf of tien keer gedaan. Daar geniet ik ook van, van die ervaring.”

Jonkers: „Het is handig om een burn-out gehad te hebben, want die signalen kan je weer herkennen. Sindsdien richt ik me nog meer op de tekst, Jop op het beeld. We zitten minder op elkaars stoel.”

Werken jullie daarom ook in twee aparte kantoren?

Van Bennekom: „Dan ben je niet de hele tijd aan het vergaderen.”

Worden jullie weleens moe van elkaar?

Jonkers: „Tuurlijk word je weleens moe van elkaar. Maar ik word ook weleens moe van Amsterdam, en daar woon ik al m’n halve leven. Ik zou het niet zonder Jop kunnen.”

CVGert Jonkers en Jop van Bennekom

Media

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next