Home

De eerste trekkers rijden alweer naar Den Haag en ook gematigde boeren zijn geschrokken van plannen kabinet: ‘Dit is een koude douche’

Stikstofpakket Boeren zijn geschrokken van de stikstofplannen die het kabinet heeft gepresenteerd. Ze twijfelen tussen meebuigen en actievoeren, zo wordt duidelijk op een informatieavond in Den Bosch en een eerste protestactie in Den Haag. „Zonder hoop kunnen we niet.”

Boeren komen op tractoren aan bij de Tweede Kamer voor een demonstratie tijdens een debat over de aanpak van landbouw, natuur en stikstof.

In een zaal in Den Bosch zitten dinsdagavond honderdvijftig boeren. Zwijgend luisteren ze naar hun voorman, Ger Koopmans, en andere LTO-bestuurders die veel en lang hebben gesproken met de regering. Via een streamingslink luisteren honderdvijftig agrariërs vanaf boerderijen in de regio mee. Het is warm. Ze hebben geprobeerd er alles uit te halen bij de coalitie, zegt Koopmans. Zijn toehoorders moesten eens weten wat er eerst in de nieuwe stikstofplannen stond: in een straal van 1.000 meter rond élk natuurgebied mocht alleen nog biologisch worden geboerd! Dan, had hij gezegd, zou de sector naar de klote gaan.

Nee, dit compromis, houdt Koopmans hen voor, kunnen de veehouders beter accepteren. Het is nog maar het begín van zekerheid over hun toekomst. Maar het is een vertrekpunt. Ze kunnen hun eigen toekomst nog vormgeven als ze meewerken aan stikstofreductie met provincies, gemeenten en waterschappen. „Elke onzekerheid in de plannen is voor ons een kans om ze in te vullen.”

De volgende dag, woensdag rond het middaguur, rijdt een stoet van ongeveer dertig toeterende trekkers onder politiebegeleiding Den Haag in. Veel zijn behangen met omgekeerde Nederlandse vlaggen. ‘Dit akkoord is boerenmoord’, staat er op een plakkaat. ‘De natuur is niet gebaat bij boerenhaat’, op een ander voertuig. Een rij van ruim honderd mensen verzamelt zich voor de Tweede Kamer, waar wordt gedebatteerd over de nieuwe stikstofplannen van het kabinet. Ogenschijnlijk rustig – zoals boerenactiegroepen ook wilden – al meldt de politie later vijf aanhoudingen. Volgens de politie waren het boeren die wilden doorrijden toen ze tot stoppen werden gemaand.

Boeren demonstreren bij de Koekamp in Den Haag tijdens het debat in de Tweede Kamer.

Bij de presentatie van de kabinetsplannen, afgelopen vrijdag, was meteen duidelijk dat het platteland voor een grote verandering staat. Er moet duurzamer worden gewerkt, boeren mogen veel minder stikstof uitstoten (tot ruim 65 procent minder voor boeren in de buurt van beschermde natuur), ze moeten veelal voer van eigen land halen en mest op eigen grond kwijt kunnen. Vooral in zones van 500 tot 1.000 meter rond kwetsbare, soms heel kleine, natuurgebieden, waar duizenden boeren wonen en werken, zullen velen het niet redden. Verhuizen of meedoen aan een uitkoopregeling zijn daar reële opties. Dit alles moet in 2035 tot stand zijn gekomen. De natuur moet er dan beter aan toe zijn.

De grote lijnen waren al duidelijk – maar in de details rust voor veel bedrijven het antwoord op de vraag of ze een toekomst hebben. Dus lagen de afgelopen dagen rekenmachines op keukentafels en in kantoren. En bestuurders van LTO, de grootste boerenbelangengroep, trokken naar vijf zalen in het land, zoals in Den Bosch, om de achterban aan te horen.

‘1.000 meter zones aan onze broek’

Melkveehouder Cyriel Hendrikx, een jonge boer in spijkerbroek, gaat staan, dinsdagavond in Den Bosch. Hij is geëmotioneerd. „Dit is slappe hap, waar LTO nu mee komt. We zijn jokers. We hádden meegewerkt aan plannen om via innovatie de stikstof te reduceren. En nu hebben we zones van 1.000 meter aan onze broek. In de regio Eindhoven ook opeens. Waarom spreken jullie niet veel vaker over zones van 250 meter?” Mensen achter hem knikken. De één zegt: „Dit is een koude douche.” De ander is „zwaar teleurgesteld”. In Brabant zijn relatief veel kleine natuurgebieden waar zo’n zone komt, waar nu nog veel veehouders wonen.

Ger Koopmans reageert: „Wij hébben gepleit voor zones van 250 meter rond de natuurgebieden. Dit is niet wat wíj zeggen, maar wat de regering zegt: zones van 500 tot 1.000 meter. We moeten, u moet, met de provincies zo klein mogelijke zones rond natuurgebieden gaan inrichten en er samen uitkomen.” Boeren in die zones moeten in kleine groepen de pijn gaan verdelen: wie stopt er? Wie verhuist er? Wat kunnen we samen doen? De regering heeft tijd ingebouwd voor boeren om een plan te maken samen met provincies, gemeenten en waterschappen: medio 2028 moeten de zones er dan echt zijn. Komen er geen goede plannen, dan legt de regering maatregelen op.

Koopmans geeft telkens helder antwoord als mensen de zones bevragen: „Elke rechter zegt keer op keer op keer dat de stikstofuitstoot minder moet. Dat gaat niet veranderen.” Een oudere man in de zaal pleit voor inschikkelijkheid: „De politiek kan en wil niet anders. De zonering is hard maar binnen die zones moeten we samen de belangen afwegen.”

Het ministerie gaat ervan uit dat de veestapel in 2035 met 20 procent zal zijn geslonken, zegt Jos Verstraten, voorzitter van de LTO-melkveehouders, tegen de zaal. Omdat innovatie – betere stallen en ander voer – onvoldoende zal zijn om de stikstofdoelen te halen. Er zullen voor stoppers goede uitkoopregelingen zijn, die de veestapel doen krimpen. En de fosfaatrechten die melkveehouders verkopen zullen worden afgeroomd met 30 procent. Dus: als je als melkveehouder je dierrechten wilt verkopen – niet aan naaste familie of aan de overheid – dan verlies je 30 procent, waardoor de gehele veestapel ook krimpt.

Een jonge boer in de zaal spreekt zich tegen het einde van de avond uit: „Ze zeggen dat we moeten innoveren, stoppen of verplaatsen. Maar verplaatsen, waarheen? Ik denk inmiddels aan emigreren. Want als je 3.600 boeren moet verplaatsen, dan wordt dat ingewikkeld.”

Rekenen en protesteren

De trekker van Jacob Voornkamp uit Lochem is woensdag als eerste in Den Haag. Hij heeft keihard een playlist met boerenmuziek op staan: ‘Waarom moet ik ááálles verliezen?!’ klinkt het. Voornkamp is eigenaar van een loonbedrijf, zijn mensen (zo’n vijftig) werken voornamelijk voor boeren. Hij vindt dat de kabinetsplannen „enorm uitglijden” en het platteland „kapotmaken”. Voornkamp denkt dat veel boeren het niet gaan redden, en daarmee ook veel loonwerkers, veeartsen, voederbedrijven en anderen in de agrarische sector. „Dit ga je voelen in hele boerengemeenschappen, die verdwijnen en die cultuur komt niet meer terug”, zegt hij.

In de rij voor de Tweede Kamer zijn veel mensen boos, weinigen willen zeggen hoe ze heten, sommigen vinden dat er überhaupt geen stikstofprobleem is en hebben daarom het idee dat de maatregelen sowieso onzin zijn.

Mona Keijzer (Groep Keijzer) in gesprek met boeren bij de ingang van de Tweede Kamer, voorafgaand aan het debat.

Linda Markus, bestuurslid van belangenvereniging Agractie, die een melkveebedrijf heeft met tachtig koeien in een Utrechts veenweidegebied, is enorm geschrokken van het ‘stikstofpakket’. Ze is bang voor een „halvering van de veestapel”. In Utrecht was al eerder een stikstofplan gepresenteerd door het provinciebestuur. Toen ze doorrekende wat dat voor haar bedrijf zou betekenen, kwam ze uit op „37,5 koe” die ze zou kunnen houden – „dan heb ik geen bedrijf meer”.

Deze dag doet haar goed, de onderlinge steun is enorm, maar vanavond als ze de koeien weer op stal zet, weet ze uit ervaring, dan „vloeit er wel een traantje”. Ze kan alleen maar hopen dat de plannen nog worden afgezwakt of teruggedraaid: „Zonder hoop kunnen we niet.” Maar Pro heeft al laten weten de plannen alleen te steunen mits er níets wordt afgezwakt.

‘We vragen niet het onmogelijke’

In de Kamerbrief van minister Jaimi van Essen (Landbouw, D66) staat dat veel wordt gevraagd van boeren, „maar niet het onmogelijke”. Linda Versteeg, die eerder in NRC vertelde over haar boerderij op de grens van Utrecht en Gelderland, dacht dat eerst ook, maar toen ze ging rekenen veranderde dat beeld.

Versteeg en haar man hebben 135 melkkoeien en 1.300 vleesvarkens, dicht bij beschermd natuurgebied Het Binnenveld. Ze hebben meer dan 100 hectare land. Alle voer voor de dieren halen ze van eigen land, bijna alle mest kunnen ze kwijt op eigen grond – in principe komt dat in de buurt van wat het kabinet wil (‘grondgebonden boeren’). Maar dan die uitstootnormen. In de Kamerbrief ziet dat er zo uit: „Bedrijfsspecifieke emissienorm van 0,164 kg NH3 (ammoniak) en 92 kg CO2-eq uit stallen en mestopslag per fosfaatrecht.”

Als díé maatregel ervan komt, moet hun bedrijf op de schop, zegt Versteeg. „We komen 4.000 kg fosfaatrechten [hoeveel mest je bedrijf mag produceren] tekort. Rekenen we dat door met de prijzen van nu, dan kost ons dat 1 miljoen euro. Dat gaan we nooit bij elkaar krijgen”, zegt Versteeg. Ze ziet eigenlijk maar één optie: koeien naar de slacht brengen om ammoniak te reduceren. En wel zoveel dat ze waarschijnlijk geen winstgevende boerderij meer overhouden.

Zo zijn de zorgen groot, al blijft de sfeer rustig. Farmers Defence Force, dat bekendstaat als de radicaalste boerenactiegroep, liet dinsdag in een blog weten dat het onder de achterban gaat peilen of er bereidheid is tot nieuwe, grootschalige protesten. Erik Luiten, voorman van Agractie, zei dat het een „hete, onvoorspelbare zomer” kan worden als de plannen niet veranderen. Linda Markus wil in Den Haag eerst „vreedzaam” naar het debat luisteren – „je kunt echt prima met de boeren praten”, zegt ze.

Landbouw en veeteelt

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next