Slavernijverleden In Zeeland wordt op steeds meer plekken stilgestaan bij het grote aandeel van de provincie in de slavenhandel. Tegelijkertijd ervaren vrijwilligers van Keti Koti Zeeland „een laatste stuiptrekking” van weerstand tegen die erkenning.
Bij het Zeeuwse slavernijmonument in Middelburg was een wake om de afschaffing van het slavernijverleden te herdenken.
Zes dames in wit-blauwe gewaden staan op. Het zijn de kleuren van rouw in Suriname. Angélique Duijndam, voorzitter van Keti Koti Zeeland, kondigt de vrouwen familiair aan als „tantes”. Terwijl de zon doorbreekt, beginnen ze het eerste herdenkingslied te zingen.
Opo, opo he, opo gran suma(Sta op, grote mensen)
Mi ab wan tori un kon yere(Ik heb een verhaal dat jullie moeten horen)
Mi afo komopo na African kondre(Mijn voorouders kwamen uit Afrika)
Wi kon begi wi afo(Wij komen bidden tot onze voorouders)
Het is de eerste van tien liederen die de tantes zingen. Ze zijn onderdeel van een avondwake, dinsdag in Middelburg. Zo’n zestig mensen leggen een kaarsje bij het Zeeuws Slavernijmonument. Ze herdenken tot slaaf gemaakte voorouders en het koloniale verleden. Dat gebeurt op meer plekken in Nederland, net als de viering van Keti Koti (gebroken ketenen) deze woensdag, oftewel de afschaffing van de slavernij door Nederland in 1863.
Woensdag leggen de Zeeuwen een krans ter afsluiting van de herdenking bij het Slavernijmonument en vieren daarna feest met optredens op het aangrenzende Abijdplein. Daar ligt ook het Zeeuws museum, waar eerder tentoonstellingen over het slavernijverleden te zien waren. Woensdagavond gaan witte Zeeuwen aan dialoogtafels in gesprek met Zeeuwen van kleur, waar ze telkens drie minuten per spreekbeurt naar de ander luisteren.
Het Slavernijmonument zelf staat op de Balans in Middelburg. Op dat kleinere, ovalen plein stond de stadswaag waarop Zeeuwen goederen wogen. Ernaast staat het oude pakhuis van de Middelburgse Commercie Compagnie, dat in tot slaaf gemaakten handelde. Aan het dok in de buurt werden schepen gebouwd die eeuwenlang naar West-Afrika vertrokken. Daar ruilden Zeeuwen goederen tegen Afrikanen, een kleine 270.000 – bijna de helft van alle door Nederland tot slaaf gemaakten. Ze werden verkocht aan plantage-eigenaren in Suriname en de Nederlandse Antillen. Met suiker, tabak en koffie van de plantages keerden de schepen terug naar het pakhuis in Middelburg.
In datzelfde pakhuis eten twaalf vrijwilligers van Keti Koti Zeeland dinsdagavond samen, voordat de herdenking begint. De meesten zijn nazaten van tot slaaf gemaakten, van Surinaamse, Antiliaanse en/of Indische afkomst. Op hun bordje ligt rijst, sla en kip of kabritu – Antiliaanse geitenstoof. Tijdens het eten spreekt voorzitter Duijndam, in wit gewaad en hoofddoek, van „laatste stuiptrekkingen” in het verzet tegen de erkenning van de Nederlandse slavenhandel.
Er werden liederen gezongen en zo’n zestig mensen legden een kaarsje bij het Zeeuws Slavernijmonument.
Duijndam, nazaat van een Surinaamse tot slaaf gemaakte, ziet stuiptrekkingen bij Zeeuwse gemeentes. Zoals Middelburg, dat de wandeling Cacao, Suiker en Slaven wijzigde in Cacao, Suiker en Mensen. Of de gemeente Vlissingen, die in een stadstijdlijn op de boulevard Abraham Crijnssen wegliet. Hij was de Zeeuwse admiraal die Suriname in 1667 veroverde waardoor de kolonie vijftien jaar eigendom van Zeeland was. „Giftig”, wordt Duijndam van die wijziging en die weglating.
Eerder stuitte Duijndam ook op weerstand in haar woonplaats Vlissingen, waar ze raadslid was. Die stad was in de tweede helft van de achttiende eeuw ‘de onbetwiste hoofdstad van de Nederlandse slavenhandel’, concludeerden onderzoekers vijf jaar geleden. Ondanks verdeeldheid in de gemeenteraad maakte Vlissingen net als Middelburg in 2023 excuses, na Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag. Duijndam liet een slavernijmonument op de boulevard in Vlissingen plaatsen, dat beklad werd en verwijderd door de burgemeester. De gemeenteraad stemde tegen terugplaatsing.
De erkenning van het Zeeuws slavernijverleden is altijd „stapje voor stapje” gegaan, zegt Hannie Kool-Blokland. Na afloop van de herdenking staat ze te kletsen met Siegfried Steglich, als nazaat van tot slaaf gemaakte een van de initiatiefnemers voor het slavernijmonument dat in 2005 in Middelburg werd geplaatst – als tweede stad na Amsterdam. Kool-Blokland was directeur van het Zeeuws archief, om de hoek van het monument.
Het Zeeuws archief, vertelt Kool-Blokland, werkte sinds de jaren vijftig aan een collectie over het slavernijverleden. In de jaren negentig en begin deze eeuw waren de eerste tentoonstellingen in het nabijgelegen Zeeuws museum. „Toen kregen we best veel commentaar. Waarom moeten we dat weten? Waarom is dat nu belangrijk? De weerstand en onbekendheid was groot.”
Tijdens Keti Koti (gebroken ketenen) wordt de afschaffing van de slavernij door Nederland in 1863 gevierd.
Sinds de Zwarte Piet-discussie en de excuses van toenmalig premier Mark Rutte voor de rol van Nederland in de slavenhandel is de aandacht voor dat verleden en het racismedebat weggeëbt, zeggen Kool-Blokland en Steglich, net als vrijwilligers van Keti Koti Zeeland.
„De zwarte bladzijde waar Rutte het over had”, zegt Steglich, moet niet omgeslagen maar gelezen worden. Dat is extra moeilijk, ziet hij, omdat „er veel gaande is in de wereld”. Voor het raam van een huis aan de Balans hangen posters die dat beamen, met teksten als ‘Stop de genocide in Gaza’ en ‘Putin stop the war’ naast een flyer met het programma van Keti Koti in Middelburg. Het slavernijverleden is „geen sexy onderwerp”, zegt Steglich.
Laatste stuiptrekkingen of niet, in Zeeland wordt de boodschap verder verspreid. Voor de avondwake in Middelburg woonde Duijndam de eerste herdenking in Goes bij. Ook daar waren zo’n zestig aanwezigen. Met andere Zeeuwse gemeentes is Duijndam in gesprek.
Sinds vorig jaar is het Internationaal Kenniscentrum Slavernij actief in Zeeland, met Kool-Blokland als kartrekker. De stichting gaat met nazaten van tot slaaf gemaakten, onderzoekers en kunstenaars tentoonstellingen, lessen, trainingen en workshops ontwikkelen, zowel online als op een fysieke locatie. Het liefst in het oude pakhuis van de Middelburgse Commercie Compagnie.
De wake was een moment van reflectie.