Voor het olympisch schaatsen dat in 2030 in Heerenveen wordt verreden, is 37,5 miljoen euro aan overheidsgeld uitgetrokken. Het grootste deel, 30 miljoen euro, komt van het Rijk.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Het Nederlandse kabinet maakt 30 miljoen euro vrij voor het olympisch schaatstoernooi dat in 2030 in Thialf zal worden verreden. Dat vertelde Mirjam Sterk (CDA), minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, maandagavond op de Friese ijsbaan. ‘Dit is een eenmalig bedrag voor een evenement dat enorme uitstraling heeft.’
Naast het Rijk dragen ook de lagere overheden bij. De gemeente Heerenveen maakt volgens Sterk 2,5 miljoen euro vrij en de provincie Fryslân 5 miljoen. In totaal dus 37,5 miljoen aan overheidsgeld, maar dat is volgens de sportminister goed besteed.
‘Dat we iets wat zo in ons DNA zit, namelijk het langebaanschaatsen, nu mogen organiseren, doet iets met ons land. Dat verbindt. En we hopen natuurlijk dat het een economische impuls geeft voor deze regio, maar ook voor heel Nederland.’
Het sentiment wordt gedeeld door degenen die maandagavond Sterk flankeren achter de lange tafel. De vertegenwoordigers van schaatsbond KNSB, sportkoepel NOCNSF, gemeente, provincie en Thialf reageren allen even verheugd op het nieuws dat na het Internationaal Olympisch Comité (IOC) nu ook de ledenraad van de Franse olympische organisatie akkoord is gegaan met de toewijzing van het olympisch schaatsen aan Heerenveen.
Buiten, voor de ingang van de ijsbaan, wappert een forse tricolore; binnen wordt tussen het Nederlands en de enkele Friese zin ook zo nu en dan een woordje Frans gesproken. En in het Engels vertelt, via een videoverbinding, de voorzitter van het Franse organisatiecomité, Edgar Grospieron, waarom voor Thialf is gekozen. ‘Dat is simpelweg the place to be als het om langebaanschaatsen gaat.’
Dat mag in de ogen van velen zo zijn – Thialf geldt als een van de best geoutilleerde ijsbanen ter wereld – toch toonden tijdens de afgelopen Winterspelen in Milaan juist schaatsers zich kritisch over het voornemen van de organisatie om de Spelen niet in Frankrijk te houden.
Jenning de Boo vatte het op als een teken dat het schaatsen onvoldoende meetelt. ‘Maar we zijn met langebaanschaatsen gewoon een olympisch onderdeel. En groot genoeg. Dus ik zeg: fiks het’, zei hij in februari.
Ook de Tsjechische olympisch tienkilometerkampioen Metodej Jilek vond het niks: ‘We zouden de olympische atmosfeer missen. Het zou voelen als een normale wedstrijd, als een of andere wereldbekerwedstrijd.’
Volgens Douwe de Vries, voorzitter van de atletencommissie van schaatsbond KNSB, leven dergelijke bezwaren nog altijd. De Vries, die zelf nooit de Winterspelen haalde, zou er in zijn actieve schaatsloopbaan net zo tegenaan hebben gekeken, zei hij. ‘Je wil als sporter in het hart van de Spelen zitten, maar het IOC wil natuurlijk ook dat het duurzaam kan.’
En dat kon niet in Frankrijk, oordeelde de organisatie. Er is geen bestaande ijsbaan om te benutten en een nieuw te bouwen complex zou duur zijn en, zoals in het verleden vaak gebeurd is, na de Spelen hoogstwaarschijnlijk ongebruikt blijven. Dus snapt De Vries de keuze wel, zeker omdat de enige andere optie, Turijn, al eerder was afgevallen wegens te hoge kosten.
‘Ik heb ook geprobeerd de sporters dat perspectief te bieden’, zegt hij. ‘Het zal anders voelen en de hele sportgemeenschap zal eraan moeten wennen. Maar volgens mij zou dit vooral een uitnodiging moeten zijn om er iets fantastisch moois van te maken.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant