Home

Liefhebbers van je favoriete game aller tijden, die vind je gegarandeerd in Tokio. En probeer dan maar eens indruk te maken

Games ontdekken? De gameredactie kiest om de week een (nieuwe) game die aandacht verdient. Maar niet dit keer: deze week draait om de reis van redacteur Frank Rensen naar Tokio, gamehoofdstad van de wereld.

is techredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over digitale autonomie, sociale media en games.

Na een 14 uur lange vliegreis en nadat ik mijn rugtas onder mijn hostelbed heb gelegd, loop ik Akihabara in, Tokio’s electric town. Stel je Times Square voor, maar dan als langgerekte straat, waar maar drie soorten gebouwen lijken te bestaan: Pachinko-gokhallen, nerdwinkels en, alsof ze speciaal voor mij bij elkaar zijn neergezet, gamehallen.

Ik loop de eerste de beste binnen en betreed een soort tech-Narnia. Euforisch verken ik het doolhof van dicht op elkaar gepakte rijen gamemachines, mijn oren suizen door de talloze bliepmuziekjes die elkaar hier al bijna een halve eeuw onafgebroken proberen te overschreeuwen.

Twee spelers zitten naast elkaar, beiden voor hun eigen Battle Garegga-machine. Ik bekijk de linkerspeler, een vrouw van middelbare leeftijd met felblauw haar, die met een joystick een ruimteschip bestuurt. Er komen overdonderend veel vijanden en projectielen op haar af. Haar ogen verraden een zen-achtige focus en ze manoeuvreert dwars door het geweld heen.

Toch loopt haar score achter op die van haar tegenstander. Niet gek, want de jonge gast achter de rechtermachine speelt in ‘twee speler’-modus. Hij scoort twee keer zo veel punten door twee schepen tegelijkertijd te besturen. Alsof hij twee breinen heeft: zijn handen zijn om twee joysticks gewikkeld, zijn linkerduim en rechterpink liggen op de schietknoppen. Hij haalt het einde van het spel zonder geraakt te worden. Welkom in Tokio, denk ik.

Later op de vakantie is het mijn beurt, met het vechtspel Super Smash Bros. Melee, mijn favoriete game aller tijden. Ik had mijn controller ingepakt in de hoop tijdens mijn vakantie een toernooi te vinden en ben zo in een studentenhuis in een buitenwijk van Tokio beland.

Een stuk of tien andere gasten zitten in duo’s achter grote beeldbuis-tv’s. Door het geratel van bliksemsnelle vingers op controllers klinkt het als een redactievloer vol journalisten die rammend op typemachines hun deadlines najagen.

Hier, op een plek waar ik nooit was geweest zonder Melee, speel ik best of three tegen een Japanner van ongeveer mijn leeftijd. Hij heeft speciale handschoenen aan. Ik speel de snelle en lastig handelbare Falco, mijn tegenstander bestuurt Samus, kalm en precies. Ik doe mijn uiterste best zo flitsend mogelijk te spelen, hem te overdonderen met lange, technisch uitdagende combinatieaanvallen.

In het beslissende derde potje heb ik nog maar één leven over, mijn tegenstander twee. Met een wilde aanval lukt het me hem naar zijn laatste leven te brengen. Hij slaakt een kreet van respect. Ik lach terug en probeer de wedstrijd met nog zo’n combo af te ronden. Maar mijn vingers raken in de knoop en ik plaats mezelf overenthousiast in een kwetsbare positie. Weer lacht mijn tegenstander. Met een koele, simpele aanval maakt hij me af.

Ik spring op, sla mezelf lachend tegen het voorhoofd. We wisselen wat woorden, hij in het Japans, ik in het Engels. We verstaan elkaar prima: ‘Good game.’

Super Smash Bros. Melee (2001) voor Nintendo GameCube. Tweedehands te koop voor € 20,- tot € 40,-.

Source: Volkskrant

Previous

Next