Dit is niet de zoveelste defensienota over de versterking van de krijgsmacht, stelt het ministerie van Defensie nadrukkelijk bij de presentatie op vliegbasis Gilze-Rijen. Zij markeert ‘een omslag in denken en doen’. Sleutelwoord is ‘dronificatie’.
is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
De Apache-gevechtshelikopter kan natuurlijk niet ontbreken in het decor waartegen de defensienota van 2026 wordt gepresenteerd, buiten een grote hangar op de helikopterbasis Gilze-Rijen. Ook ander ‘traditioneel’ zwaar materieel ontbreekt niet. Maar de defensienota zelf komt aanrijden op een onbemand voertuig van Milrem Robotics.
De boodschap: de wereld verandert snel, oorlogvoering nog sneller. Daarom zegt deze defensienota ‘een omslag’ te markeren ‘in denken en doen’. Nederland bouwt aan een krijgsmacht die ‘wezenlijk anders is ingericht dan voorheen’.
Oekraïne is daarin een belangrijk ijkpunt, niet alleen vanwege de lessen over moderne oorlogvoering, maar ook vanwege de weerbaarheid van de Oekraïners. Minister van Defensie Dilan Yesilgöz citeert een Oekraïense vrouw die ze ontmoette, die na haar vrijlating na een jaar in Russische krijgsgevangenschap terug wilde naar het front. ‘Ze wilden me breken, maar dat is ze niet gelukt.’
Een pelotonscommandant vertelt dat de opleiding van Oekraïense rekruten grote indruk heeft gemaakt. ‘De mannen en vrouwen die wij trainden zijn geen mensen die ooit dachten soldaat te worden. (...) Ik vraag me vaak af hoe het met ze gaat. Of ze nog leven. Dat weet ik niet.’
De Commandant der Strijdkrachten Onno Eichelsheim onderstreept de urgentie tegenover een gehoor van bestuurders, mensen uit het bedrijfsleven en defensieattachés. ‘Ja, we bouwen hard aan een andere krijgsmacht, maar het moet nog sneller – sneller misschien dan we twee jaar geleden nog dachten bij de vorige defensienota. De kans op onze betrokkenheid bij een grootschalig en langdurig conflict is reëel.’
De belangrijkste les uit Oekraïne, zegt Eichelsheim, is de noodzaak te ‘dronificeren’. Maar de revolutie in het denken daarachter is groter: de traditionele grote platforms worden niet opgegeven. De wens snel meer militairen te rekruteren evenmin. Maar het besef leeft dat dit niet langer volstaat om vijanden af te schrikken, of een conflict te winnen – of dat langdurig vol te houden.
Daarvoor zijn onbemenste systemen cruciaal, net zoals overzicht van het slagveld en het vermogen daardoor sneller en preciezer te kunnen toeslaan dan de vijand. Daarom is vanaf nu het doel om ‘onbemenst waar het kan’ te opereren, ‘met de ambitie dat over vijf jaar meer dan de helft van de operationele effecten met behulp van onbemenste systemen wordt bereikt’.
Die ambitie klinkt als een echo van de Oekraïense ervaring, waar nu circa 90 procent van de vijandelijke militairen wordt uitgeschakeld met behulp van drones.
De krijgsmacht moet ‘wezenlijk anders’ worden ingericht, stelt de defensienota, omdat oorlogvoering fundamenteel verandert. ‘Drones, kunstmatige intelligentie (AI), cyber, ruimte, langeafstandswapens en het elektromagnetisch spectrum bepalen steeds vaker wie sneller ziet, beslist en handelt’.
Er wordt daarvoor fors geïnvesteerd in innovatie – waarbij projecten ook mogen mislukken, zegt staatssecretaris Derk Boswijk. ‘Het lukt alleen als falen mag.’
Eichelsheim laat blijken dat Europeanisering ook op de agenda staat. ‘Van Starlink (het satellietsysteem van Elon Musk, red.) wil je niet afhankelijk zijn. Je moet toewerken naar een systeem waarbinnen je je eigen communicatie met Europese landen binnen de Navo kunt organiseren.’ Nederland gaat daarom ‘tientallen’ satellieten aanschaffen en een ruimtecommandocentrum opzetten.
Oorlog draait ook om ‘massa, productiecapaciteit, voorraden en het vermogen om langdurig vol te houden en continu te blijven aanpassen’, staat in de defensienota. Dat betekent ook, licht Boswijk toe, afspraken met bedrijven om een bepaalde productiecapaciteit gereed te houden die – in geval van bijvoorbeeld een groot conflict – snel kan worden opgeschaald.
‘Defensie kan dit niet alleen’, beklemtoont Yesilgöz. Actieve samenwerking met bedrijven en kennisinstellingen is vereist, maar ook betrokkenheid van de hele samenleving. Over de rekrutering heeft Defensie op dit moment niet te klagen, zegt Boswijk. Stringentere vormen van ‘selectieve opkomstplicht’ kunnen in beeld komen als het dreigingsbeeld daartoe aanleiding geeft.
Bij de ambities worden geen cijfers of aantallen meer genoemd van het materieel dat Defensie gaat aanschaffen. Ook de omslag naar onbemenste systemen te land, ter zee en in de lucht wordt nauwelijks uitgewerkt. Yesilgöz en Boswijk zeggen dit ‘als politici’ moeilijk te vinden, maar de vroegere openheid daarover vinden ze niet meer verantwoord, verwijzend naar de Russische dreiging.
Dat er tussen de ambities en de realiteit nog een kloof zit, wordt erkend in de Defensienota. ‘Er is een tekort aan mensen, voorraden, ondersteuning en wapensystemen’, staat er. ‘De militaire gereedheid, gevechtskracht en het voortzettingsvermogen sluiten nu nog onvoldoende aan op de veiligheidsomgeving en het karakter van de moderne oorlog.’ Deze tekortkomingen moeten snel worden weggenomen ‘om operationele plannen goed uitvoerbaar te maken’.
Het zelfvertrouwen waarmee niettemin de plannen worden gepresenteerd is gebaseerd op twee pilaren: budgettair is het geld beschikbaar gemaakt door het kabinet-Jetten om de komende jaren grote investeringen te doen en te voldoen aan de vorig jaar in Den Haag afgesproken nieuwe Navo-norm.
De andere pilaar is de nauwe samenwerking tussen Nederland en Oekraïne, ook op het gebied van drones. Yesilgöz noemt specifiek het Drone Line-project, een sinds vorig jaar opgebouwd geïntegreerd netwerk van onbemenste systemen dat langs het front in Oekraïne een dodelijke ‘kill zone’ van 10-15 kilometer diepte heeft gecreëerd.
‘Dat project hebben wij in coproductie met Oekraïne opgezet, en het is extreem succesvol’, zegt de minister. ‘Mijn Oekraïense collega Fedorov gaf aan dat onze dronesamenwerking een van de belangrijkste redenen is waarom Oekraïne zoveel meters maakt ten opzichte van Rusland.’
Defensie laat daarnaast ook Nederlandse bedrijven geavanceerde drones voor Oekraïne produceren, waarvan beide landen profiteren, aldus de minister. Maar daar blijft het niet bij. ‘Wij hebben van Oekraïne geleerd dat het slim zou zijn om voor alle defensieonderdelen aparte drone-eenheden te maken. Nu zijn wij het eerste Navoland, voor zover ik weet, dat dit ook doet.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant