Home

Opinie: Minister, onderzoek nou eens of Nederlanders betrokken zijn bij misdrijven in Gaza

Misdrijven van Hamas worden, terecht, scherp veroordeeld en Nederlandse betrokkenheid zou zeker worden onderzocht. Waarom dan niet als het gaat om mogelijke betrokkenheid van Nederlanders in dienst van het Israëlische leger bij ernstige misdrijven?

Onlangs publiceerde onderzoeksjournalistiek platform Investico een onderzoek waaruit blijkt dat zeker 645 Nederlandse paspoorthouders in het Israëlische leger dienen en dat sinds oktober 2023 meer dan twintig Nederlanders naar Israël zijn uitgereisd om dienst te nemen in het Israëlische leger. De betekenis van die cijfers raakte me diep.

Maar nog dieper raakte mij de reactie van minister van Justitie en Veiligheid, David van Weel. Op 10 juni stelde de minister in een debat met de Tweede Kamer dat er ‘geen enkel signaal’ is dat aanleiding geeft tot onderzoek. Hij stelde bovendien dat dienen in het leger van deze ‘bevriende natie’ fundamenteel anders is dan deelname aan Islamitische Staat (IS).

Over de auteur
Angélique Eijpe is oud-diplomaat en als jurist gespecialiseerd in internationaal recht en mensenrechten. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Die redenering raakt aan een fundamentele vraag: gelden internationale normen voor iedereen, of alleen voor wie Nederland als tegenstander beschouwt? Maakt het voor slachtoffers uit of een bom, kogel of marteling afkomstig is van het Israëlische leger, of van IS? Bestaat er zoiets als ‘beschaafde’ tegenover ‘barbaarse’ oorlogsmisdaden? Het internationale recht kent dat onderscheid niet. Het kan niet anders dan dat de minister van Justitie en Veiligheid dat ook weet.

Sympathie voor bondgenoot

Of een daad als oorlogsmisdrijf kwalificeert, wordt niet bepaald door de vlag waaronder die wordt gepleegd, noch door de aard van de relatie die Nederland met een staat heeft, noch met de sympathie die een regering voor een bondgenoot voelt. De relevante vraag is: zijn er aanwijzingen voor betrokkenheid bij strafbare feiten: aanvallen op burgers, mishandeling, gedwongen verplaatsing, marteling, uithongering of andere ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht?

Juist daarom is Van Weels uitspraak dat er ‘geen enkel signaal’ is, zo ernstig. Er zijn immers talloze rapporten, onderzoeken en verklaringen van mensenrechtenorganisaties, internationale instellingen en hulpverleners over ernstige schendingen in Gaza, de Westoever en Zuid-Libanon.

Dat betekent niet meteen dat iedere militair individueel verantwoordelijk is. Maar het betekent wél dat de Nederlandse overheid zich niet afzijdig kan houden terwijl eigen burgers deel uitmaken van een strijdmacht die van grootschalige en ernstige wreedheden wordt verdacht.

Tientallen familieleden verloren

Voor mij is dit meer dan een juridisch of geopolitiek vraagstuk. Mijn kinderen hebben tientallen familieleden verloren in Gaza. Hun oma werd al in 2014 gedood bij een Israëlisch bombardement, samen met onder anderen hun tante en 12-jarig neefje. Een nichtje werd in oktober 2025, na het staakt-het-vuren, samen met haar man en twee jonge kinderen gedood. Een neefje kwam vorig voorjaar om bij een droneaanval. Een tante en een 1-jarige neefje werden in november 2023 gedood door een bombardement.

Andere kinderen uit de familie leven nog, maar liggen al maanden met ernstig en blijvend lichamelijk letsel in ziekenhuizen in Amman en Beiroet – zij zullen waarschijnlijk nooit meer zonder intensieve zorg kunnen. Inmiddels zijn vier generaties vrouwen binnen de familie van mijn kinderen weggevaagd: hun oma, hun tante, hun nichtje en haar dochtertje. Het trauma zal nog generaties lang doorwerken, ook als het geweld vandaag zou stoppen.

Tegen deze achtergrond dringt zich een ongemakkelijke vraag op: als dit een Joods-Israëlische familie was geweest, met dezelfde band met Nederland, hoe zou het kabinet zich dan hebben opgesteld? Zou een minister spreken over een ‘bevriende natie’ en wegens een verondersteld gebrek aan ‘signalen’ geen onderzoek laten doen? Onmogelijk.

Terecht veroordeeld

Misdrijven van Hamas worden, terecht, scherp veroordeeld. Bij het kleinste vermoeden van betrokkenheid van een Nederlander bij de militaire tak van Hamas zou de Nederlandse overheid zonder twijfel onderzoek doen. Waarom geldt die vanzelfsprekendheid niet evenzeer als het gaat om mogelijke betrokkenheid van Nederlanders in dienst van het Israëlische leger bij ernstige misdrijven in Gaza, Zuid-Libanon of op de Westelijke Jordaanoever?

Deze situatie raakt direct aan de geloofwaardigheid van Nederland als rechtsstaat. Universele normen zijn alleen universeel als zij ook gelden wanneer toepassing politiek ongemakkelijk is. De huidige opstelling is niet alleen schadelijk voor slachtoffers en nabestaanden. Zij geeft de samenleving ook het signaal af dat de Nederlandse staat bewust discrimineert, waarbij voor vergelijkbare ernstige feiten verschillende maatstaven worden gehanteerd, afhankelijk van wie ze pleegt.

Onafhankelijk onderzoek

Wat Nederland nodig heeft, is onafhankelijk en grondig onderzoek naar de vraag of Nederlandse burgers betrokken zijn geweest bij internationale misdrijven in Gaza. En zo ja: op welke manier? Pas met die informatie kan de minister eventueel concluderen dat er geen aanleiding is voor verder onderzoek.

Nederland heeft de plicht om mogelijke internationale misdrijven te onderzoeken en te vervolgen en beschikt over wetgeving en instituties die daarvoor bedoeld zijn. Die instrumenten mogen niet alleen worden ingezet wanneer dat goed uitkomt. Het moet, altijd.

Ik heb bij zowel de minister van Justitie en Veiligheid als bij het Openbaar Ministerie aangedrongen de wet toe te passen en onderzoek in te stellen.

De tijd dat Nederlanders zonder serieuze toetsing en zonder vrees voor consequenties van betrokkenheid bij oorlogsmisdaden in vreemde krijgsdienst van deze ‘bevriende natie’ kunnen treden, moet definitief voorbij zijn.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next