De Amsterdamse burgemeester Femke Halsema heeft zich hevig verzet tegen de invoering van de avondklok tijdens de coronapandemie. Ze zag dat de overheid de burgers kwijtraakte en steeds ‘repressiever’ werd. Toch bleef ze het landelijke beleid uitvoeren.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over de volksgezondheid.
De parlementaire enquêtecommissie corona buigt zich deze week over waarschijnlijk de gevoeligste en in ieder geval meest bekritiseerde maatregel tijdens de pandemie: de avondklok. En dat het oordeel daarover bij sommige hoofdrolspelers niet mild is, blijkt al tijdens het eerste verhoor maandagochtend, waarin de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema als getuige verschijnt.
Halsema was uiterst kritisch op de invoering van de avondklok, waardoor Nederlanders tussen 21 uur ’s avonds en 4.30 uur ’s nachts niet zonder geldige reden de straat op mochten. Vorig jaar zei ze in een interview met de lokale zender AT5 dat ze de maatregel terugblikkend ‘disproportioneel’ en ‘onverantwoord’ vond. Dat ze de maatregel uiteindelijk als burgemeester toch uitvoerde, kwam omdat ze het nationaal gezag niet wilde ‘ondermijnen’.
Met hetzelfde verhaal zit Halsema maandag voor de commissie. Gevraagd naar haar bezwaren tegen de avondklok komt de burgemeester met een rijtje. Ze was om te beginnen ‘principieel’ tegen de invoering. ‘Niet elk doel heiligt alle middelen’, aldus Halsema. ‘Voor mij was de avondklok vrijheidsontneming (...) Het ging mij echt te ver.’ Bovendien geloofde ze niet dat de maatregel effect had. Ze verwijst naar de vele ‘pyjamaparty’s’ die er in de hoofdstad werden gehouden, waarbij jongeren ’s avonds naar elkaar toe gingen om te feesten en door te gaan tot de avondklok was afgelopen. ‘Dat was niet de bedoeling, maar het was wel wat er gebeurde.’
Volgens Halsema was zij niet de enige burgemeester die begin 2021 grote bezwaren had tegen het voornemen van het kabinet om de maatregel in te stellen. In het Veiligheidsberaad, waarin Halsema als een van de voorzitters van de 25 veiligheidsregio’s zitting nam, ontstond zelfs een ‘patstelling’. ‘Het Veiligheidsberaad wilde hier niet mee akkoord gaan’, herinnert ze zich. Het was volgens Halsema het ‘enige moment’ waarop er in het beraad een meerderheid was om een maatregel niet in te voeren.
Ook een presentatie van Jaap van Dissel, toenmalig voorzitter van het Outbreak Management Team (OMT), over de effecten van de avondklok kon Halsema niet overtuigen. ‘Ik heb daar heel grote bezwaren bij gehad’, aldus de burgemeester. Dat zat ook deels in de samenstelling van het OMT. ‘De wetenschappers die daarin vertegenwoordigd waren, deden ongelooflijk hun best, maar er zaten geen gedragswetenschappers.’ Volgens Halsema werd er daardoor geen rekening gehouden met mogelijke gedragseffecten, zoals de pyjamaparty’s. ‘Ik heb daar heel veel moeite mee gehad’.
Toch ging het Veiligheidsberaad, en dus ook Halsema, akkoord met de avondklok. Een deel van het beraad werd wel overtuigd door de cijfers die Van Dissel presenteerde en bovendien bleef het kabinet van plan om de maatregel door te voeren.
Hoewel Halsema haar bezwaren hield, legde ze zich er wel bij neer en voerde ze de avondklok uit. ‘Ik had ook kunnen zeggen: tot hier en niet verder. Ik stap op. Maar dat heb ik niet gedaan’, zegt de burgemeester daarover. Ze heeft dat ook nooit overwogen, omdat ze het uitvoeren van de wet haar ‘plicht als bestuurder’ vond. Bovendien vond ze ‘ruzie binnen het bestuur’ onverantwoord, zeker gezien de polarisatie in de samenleving.
Maar ze vindt de avondklok terugblikkend wel een kantelpunt. De winter van begin 2021 heeft Halsema ‘als de treurigste periode ervaren’ omdat de overheid de bevolking ‘kwijtraakte’. Na bijna een jaar pandemie kwam de nadruk volgens de burgemeester ‘meer op repressie’ te liggen. Halsema ging zich in die tijd steeds meer een 'sheriff' voelen die ‘controle moest uitoefenen op de eigen inwoners’.
Halsema zag de kentering het duidelijkst in de persconferenties. In het begin werd daarin benadrukt ‘dat we het samen zouden doen’. ‘Er was een ongelooflijke solidariteit onder inwoners’, aldus de burgemeester. Maar naarmate de pandemie langer duurde, werden mensen ‘moedeloos en hopeloos’. Diezelfde moedeloosheid zag ze ook bij bestuurders en dat vertaalde zich in repressiever beleid. ‘Er vond een verschuiving plaats naar groter wantrouwen van de eigen bevolking.’
Volgens Halsema zagen mensen ook dat ze ‘gewantrouwd werden’ en leverde dat weer verzet op. ‘Ik zag dat elke zondag op het Museumplein, waar duizenden mensen zich verzamelden uit woede over het coronabeleid’. Als burgemeester moest ze die demonstraties weer aanpakken, omdat de coronaregels zoals de anderhalvemeter-maatregel niet werden nageleefd. ‘We konden niet anders dan die mensen verjagen van het plein. Dat leidde tot woede’.
Ze zag dat de samenleving ‘in tweeën dreigde te splijten’. ‘Ik heb dat als heel ingewikkeld ervaren, omdat je als burgemeester een dubbele rol hebt en ook aan de kant van je inwoners staat’.
Juist het landelijke beleid om bijvoorbeeld te handhaven op de afstandsmaatregel leidde ertoe dat de politie soms hard moest optreden. ‘Hoe meer beperkingen je oplegt aan demonstraties, hoe eerder de politie reden heeft op te treden. Hoe groter het risico op escalatie’, aldus Halsema.
De hardste les van de coronapandemie is volgens Halsema dat Nederland te slecht voorbereid was op een virusuitbraak. ‘En hoe slechter je bent voorbereid, hoe harder je moet ingrijpen’. Met het oog op een volgende pandemie is ze daar ‘bezorgd’ over, omdat ze ziet dat de urgentie nu weg is. ‘Zorg er alsjeblieft voor dat je genoeg bedden hebt, genoeg medicatie, genoeg zorgcapaciteit. Zodat je voorkomt dat jonge kwetsbare mensen zo in hun vrijheid beperkt worden.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant