Home

Vroeger bestonden ook in de oorlog elementaire menselijke grenzen. Hoe anders is dat nu

is huisarts en schrijver.

Hij had al bijna 24 uur onafgebroken geopereerd. Buiten het ziekenhuis vormden geweerschoten, brekend glas, gierende banden en geschreeuw een constante achtergrondruis, maar op de operatiekamer zelf heerste een geconcentreerde stilte. Op de operatietafel lag een jongen van slechts 19 jaar. Een kogel had zijn bovenarm doorboord en het bot grotendeels versplinterd. Het team werkte nauwgezet door, de chirurg was vastbesloten om zijn arm te redden.

Ineens vliegen de deuren open. Twee gewapende mannen stormen binnen. Een van hen houdt het zorgpersoneel onder schot, terwijl de ander naar de operatietafel loopt, zijn pistool richt en meerdere kogels afvuurt op de weerloze patiënt. Even snel als ze verschenen, verdwijnen de mannen weer. Het zorgpersoneel zit gehurkt en ineengedoken tegen de muur. Niemand zegt iets, niemand verroert zich. De chirurg houdt zijn instrumenten in twee gebalde vuisten vast. ‘No’, zegt hij. Eerst zacht. Dan, harder. ‘No, no. This cannot be. This is not right.’

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Terwijl ik met buikpijn naar het aangrijpende verhaal van deze collega luister, realiseer ik me hoe ontwrichtend dit is voor zorgverleners. Niet alleen door de emotionele en fysieke uitputting die het met zich meebrengt, maar vooral omdat het iets fundamentelers aantast: het vertrouwen dat er grenzen bestaan die zelfs in oorlogstijd niet worden overschreden.

In de Eerste Wereldoorlog had je iets wat ze ‘loopgraafmoraal’ noemden: een ongeschreven, wederzijds gentlemen’s agreement tussen vijandelijke soldaten die elkaar in kwetsbare situaties bewust ontzagen, zoals tijdens het ophalen van gewonden. Zelfs midden in die meedogenloze oorlog bestonden elementaire menselijke grenzen. Hoe anders is dat vandaag de dag.

Tien jaar geleden nam de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties unaniem Resolutie 2286 aan. De boodschap was helder: ziekenhuizen, ambulances, patiënten en zorgverleners mogen nooit doelwit zijn in een oorlog. Het was eigenlijk een bevestiging van wat in het internationaal humanitair recht al decennialang is vastgelegd. Tien jaar later is de conclusie verdrietig pijnlijk. In een gezamenlijke verklaring schreven de Wereldgezondheidsorganisatie, het Internationale Comité van het Rode Kruis en Artsen zonder Grenzen: ‘Vandaag vieren we geen succes. We markeren een absolute mislukking.’

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zijn wereldwijd al meer dan 7.500 aanvallen op de gezondheidszorg gedocumenteerd. Alleen al in 2025 kwamen 1.168 zorgverleners om het leven en raakten bijna 2.000 anderen gewond. In 2024 werden meer dan 1.100 medische voorzieningen beschadigd of vernietigd, een verdubbeling ten opzichte van het jaar ervoor.

In Syrië, Soedan, Oekraïne, Somalië, Myanmar, Jemen, Gaza. De locaties verschillen, maar het patroon is hetzelfde: zorg onder vuur. Niet als nevenschade van oorlog, maar als bewuste militaire strategie. Een van de meest gruwelijke vormen vind ik de zogenoemde double-tap strike. Eerst volgt een aanval. Vervolgens wordt gewacht tot ambulancemedewerkers, artsen, verpleegkundigen en journalisten ter plaatse zijn om slachtoffers te helpen en verslag te doen. Daarna volgt een tweede aanval op exact dezelfde plek.

Deze aanvallen richten zich dus niet alleen op gebouwen, maar ook op het vertrouwen waarop zorg is gebouwd. Het vertrouwen dat een ambulance hulp brengt, dat een ziekenhuis bescherming biedt en een arts een patiënt kan behandelen zonder zelf gevaar te lopen. Wanneer dat vertrouwen wegvalt, zoeken gewonden geen hulp meer, verlaten zorgverleners conflictgebieden en worden Rode Kruis-emblemen op ambulances afgeplakt: wat ooit een beschermend schild bood, is een schietschijf geworden.

Zoals gezegd is de wet duidelijk: ziekenhuizen en zorgverleners hebben onder het internationaal humanitair recht een beschermde status. Alleen onder uitzonderlijke omstandigheden kan die bescherming vervallen. Ontbreekt een van de voorwaarden, dan is een aanval illegaal en dus een oorlogsmisdaad.

Het probleem is dus ook niet dat de regels ontbreken, maar dat ze worden geschonden zónder dat dat iemand daarvoor ter verantwoording wordt geroepen, zonder dat er consequenties tegenoverstaan. Het gevolg is een toenemende uitholling van het humanitair recht en een zorgwekkende morele verschuiving in wat in oorlog nog als ‘toelaatbaar’ wordt gevonden.

Daarom klinkt de reactie van de chirurg ver door, tot buiten die operatiekamer. ‘This is not right.’ Op dat moment een uitroep van verbijstering, maar vooral een markering van een grens die zelfs, nee vóóral in oorlogstijd niet overschreden mag worden.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next