Het slim gecomponeerde verhaal toont de verborgen gevolgen van de monsterklus voor onzichtbare werkers wereldwijd. Alleen jammer van die ene onsubtiele plotlijn.
is chef-kunst van de Volkskrant. Ze schrijft over toneel, film, series en popcultuur.
Een van de verdrietigste voorstellingen die je ooit hebt gezien, zo omschreef de Volkskrant de voorstelling Saigon. Die beeldschone productie van de Franse regisseur Caroline Guiela Nguyen, op het Holland Festival 2018, was een schitterend vormgegeven, fijngeschilderde migratiegeschiedenis, waarin diverse intergenerationele verhaallijnen knap werden verknoopt tot een rijkgeschakeerd tapijt van postkoloniale pijn.
In de al even ambitieuze voorstelling Lacrima brengt Nguyen opnieuw uiteenlopende levens samen, dit keer rond een gezamenlijk prestigeproject. Het fictieve Parijse modehuis Maison Beliana maakt in het grootste geheim de trouwjurk van een Britse prinses. Acht maanden tijd is er, om onder meer het beroemde alençonkant van een historische sluier te restaureren en 250 duizend parels op de sleep te borduren.
Terwijl de deadline nadert, zien we de druk toenemen in de Parijse ontwerpstudio, de kantwerkplaats in Alençon en het borduuratelier in Mumbai, terwijl de gekwelde medewerkers via schermen met elkaar in contact staan. Die opzet toont terloops de neokoloniale verhoudingen binnen de hyperkapitalistische wereld van de haute couture. En net als in Saigon ziet alles er verbluffend uit, met als betoverend vertrekpunt het Parijse atelier, waar paspoppen getooid met tule fraai worden omkranst door meterslange banen witte stof. De sereniteit in scherp contrast met de snelkookpan.
Het slim gecomponeerde geheel toont de verborgen gevolgen van de monsterklus op werkers wereldwijd. Handig schakelt Nguyen van het zware handwerk in Alençon naar het magazijn in Mumbai, waar de stille Abdul stoïcijns parel na parel rijgt. In een traag tempo, op ernstige toon, werpt Lacrima zo licht op de wereld achter het sprookjeshuwelijk. De droomjurk van de prinses wordt voor alle anderen algauw een nachtmerrie.
Enerzijds is dit een liefdesverklaring, aan oude ambachten en traditie, aan handwerk, precisie en toewijding. Anderzijds een aanklacht: tegen westerse grootmachten die nog altijd parasiteren op de kunde in voormalige koloniën. De rijke opdrachtgevers zien we alleen via schermen, alle arbeiders zijn fysiek op toneel. Hun lichaam is het kapitaal en voor virtuele werkgevers maken ze het kapot. Nguyen beklemtoont die thema’s niet onnodig, ze toont ze simpelweg. En die subtiele weergave werkt.
Helaas voegt ze ook een minder subtiele plotlijn toe, rond het Parijse atelierhoofd Marion en haar gezin, bestaande uit een agressieve echtgenoot en een getroebleerde puberdochter. Je kunt vraagtekens plaatsen bij de achteloze manier waarop ‘eerstewereldleed’ en ‘derdewereldleed’ hier worden gelijkgeschakeld, maar als het overtuigend was gedaan had die twijfel kunnen wijken.
Nu krijgen we helaas platte sjablonen voorgeschoteld: schurk van een vent, hysterische puber, aangezet met eenzijdig spel dat rechtstreeks op de uitbarsting afstevent. Als centraal drama leidt deze verhaallijn de aandacht af van veel interessantere personages in Alençon en Mumbai. Dat is zonde, want de kalme zwijgzaamheid van borduurwerker Abdul, die tijdens het opstikken van zijn parels langzaam zijn zicht verliest, is onvergetelijk.
Toneel/Holland Festival
★★★☆☆
Door Théâtre national de Strasbourg. Regie Caroline Guiela Nguyen. Met Maud le Grevellec, Vasanth Selvam, Dan Artus.
24/6, Theater de Meervaart, t/m 26/6.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant