Regisseur Christiane Jatahy verplaatst Ibsens laat-19de-eeuwse zedenschets Een vijand van het volk naar een hedendaagse rechtszaal, met willekeurig gekozen toeschouwers als jury.
schrijft voor de Volkskrant over theater.
Goed nieuws voor dokter Thomas Stockmann: Amsterdam heeft hem afgelopen donderdag vrijgesproken. Na een twee uur durende zitting stemden acht van de elf juryleden voor zijn onschuld: niet langer wordt hij beschouwd als paria, als vijand van het volk.
Dat is de uitkomst van de wereldpremière van A Trial – After Enemy of the People, de nieuwe voorstelling van de gerenommeerde regisseur Christiane Jatahy en steracteur Wagner Moura (Narcos, The Secret Agent). Deze bewerking van Ibsens politieke zedenschets Een vijand van het volk (1882), die later deze zomer ook de grote internationale kunstenfestivals in Avignon en Edinburgh aandoet, gold als een van de belangrijkste theaterpremières van de afgelopen editie van het Holland Festival.
Met haar ingrijpende moderniseringen van toneelklassiekers is de Braziliaanse Jatahy een terugkerende gast op het toonaangevende festival. Het verbaast niet dat haar werk hier succes heeft: Nederland kent een rijke traditie als het gaat om rigoureuze bewerkingen van de theatercanon.
Dat zet Jatahy op voorsprong én op achterstand: het is hier niet per definitie enorm grensverleggend als klassieke personages figureren in sterk geactualiseerde stukken die volstrekt anders verlopen dan oorspronkelijk. Leveren al die ingrepen iets op?
Ibsens stuk draait om de gerespecteerde dokter Thomas Stockmann, die ontdekt dat het water in het plaatselijke kuuroord ernstig vervuild is en die informatie openbaar maakt. Dat zet kwaad bloed: het dorp is sterk afhankelijk geraakt van de toeristenstroom die het kuuroord oplevert. De dokter wordt, om het in hedendaagse termen te zeggen, gecanceld.
En daar komt Jatahy om de hoek. Zij geeft Thomas de kans op eerherstel, in de setting van een openbare rechtszaal. Als aanklager vindt hij zijn broer en voormalig burgemeester Peter (een ijzige Danilo Grangheia) tegenover zich. Ter plekke worden elf toeschouwers uit de zaal gekozen, die op het podium plaatsnemen, Stockmann mogen bevragen en uiteindelijk zullen stemmen: blijft hij de vijand van het volk, of wordt hij gerehabiliteerd?
A Trial volgt het verloop van een rechtszaak, met korte pleidooien, ingebrachte bewijsstukken en verhoren. Experts worden ingebeld, vermeende slachtoffers komen op video voorbij, een privé-opname van een familiefeest zet de verhoudingen op scherp.
Zoals gebruikelijk combineert Jatahy theater met film, ditmaal aangevuld met aimabele interacties met de zaal en interactieve scènes waarin de juryleden de beklaagde bevragen. Moura is zichtbaar in zijn element in deze intermezzo’s: met lenig, onvoorspelbaar spel laat hij andere kanten van zijn acteurschap zien dan in zijn filmwerk. Prachtig laat hij zijn personage, zowel in de improvisaties met de juryleden als in confrontaties met zijn broer, steeds vaker zijn zelfbeheersing verliezen.
Via Ibsen laat Jatahy fijntjes zien hoe snel nuance en redelijkheid uit het publieke debat kunnen verdwijnen en hoe onderbuikgevoelens dan het gesprek overnemen. Thomas noemt zijn broer antidemocratisch, fascistisch en uiteindelijk ronduit liefdeloos. Voor Thomas zijn winst en markt niet belangrijker dan mensenlevens. Maar, riposteert zijn broer, die mensenlevens bestáán bij de gratie van winst en markt. Schrijnend – en actueel! – hoe polarisatie hier ook gezinnen uit elkaar trekt.
De rechtszaakstructuur haalt geregeld vaart en spanning uit het stuk, maar biedt ook interessante accenten. Ibsens toneeltekst gaat expliciet over de vertroebelde waarheid, waarin feiten zijn gereduceerd tot ‘versies’ – tegenwoordig noemen we dat nepnieuws. Jatahy speelt slim met dat gegeven, bijvoorbeeld als Thomas’ broer een handig gemonteerd audiofragment als bewijsstuk aanvoert. Ook de vele videofragmenten tonen een gekaderde, afgebakende en dus subjectieve werkelijkheid: geen waarheid.
De wat omslachtige setting met die ter plekke gekozen jury benadrukt hoe waarheidsbevinding voor een groot deel een enscenering is, waarin slimme retoriek, politieke belangen en maatschappelijk sentiment geregeld prevaleren boven droge feitelijkheid en medemenselijkheid. Zo tuigt Jatahy een heel concept op, om dat vervolgens slim te kunnen ondermijnen.
Terecht bevraagt Thomas uiteindelijk de waarde van de uitspraak. Vrijspraak verandert niets aan hoe hij over zichzelf denkt, hooguit over anderen en de wereld waarin hij leeft. Ongeacht de uitkomst: de gedeelde waarheid heeft in deze zaak verloren.
Ibsen is in
De laat-19de-eeuwse psychologische drama’s van Henrik Ibsen (1828-1906) zijn dit seizoen vaker rigoureus naar het heden gehaald. Toneelschuur Producties bewerkte begin dit jaar Hedda Gabler, met als titelpersonage een moderne vrouw van kleur in een links-progressieve wereld.
ITA bracht onlangs een adaptatie van Bouwmeester Solness. Ibsens megalomane architect in existentiële crisis werd in deze bewerking van regisseur Rebecca Frecknall een vrouw (gespeeld door Marieke Heebink). De Haagse theatergroep House of Rat bewerkte hetzelfde stuk: Mijn architect ging afgelopen donderdag gelijktijdig met Jatahy’s A Trial in première en is tot begin oktober te zien.
Theater
★★★★☆
Naar Henrik Ibsen. Door Christiane Jatahy en Wagner Moura
25/6, Holland Festival, Internationaal Theater Amsterdam. Daar t/m 28/6
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant