Alle seinen staan op groen voor de komst van het olympische schaatsen naar Heerenveen. Maandag valt het definitieve besluit. Horecaondernemers en bestuurders zijn enthousiast, maar sporters hebben gemengde gevoelens.
is verslaggever van de Volkskrant.
Als er één plek is waar mensen zich verheugen op de hoogstwaarschijnlijke komst van de Winterspelen naar ijsstadion Thialf, dan is dat schaatscafé It Houtsje in Heerenveen. Eigenaar Marjanne Fransen (33) straalt als ze vertelt over haar plannen voor 2030: ‘Daar ga ik een spandoek van 7 meter breed ophangen’, zegt ze, terwijl ze wijst naar de gevel van de eerste verdieping van haar pand. ‘Met de tekst ‘It Holland Houtsje’.’
Het officiële Holland House, dat tegenwoordig Team NL Huis heet, is al 34 jaar de plek waar tijdens de Spelen de prestaties van Nederlandse sporters worden gevolgd en gevierd. In It Houtsje gebeurt iets vergelijkbaars: elke schaatswedstrijd is er te zien op beeldschermen en tv’s, en topschaatsers en supporters komen er graag – ook voor informele huldigingen.
De volgende Winterspelen zijn in de Franse Alpen. Maar Frankrijk heeft geen geschikte overdekte ijsbaan voor langebaanschaatsen en wil geen nieuwe baan bouwen, dat zou niet duurzaam en rendabel zijn. Zo kwam Heerenveen in beeld als alternatief. Het Internationaal Olympisch Comité is al akkoord gegaan. Als de ledenraad van het Franse organisatiecomité dat maandag ook doet, is het officieel.
Het zou voor het eerst zijn dat een deel van de Winterspelen plaatsvindt in Nederland, en voor het eerst in 102 jaar dat er hier olympische sportwedstrijden zijn. Omdat het zo’n grote stap is, willen de meeste (sport)bestuurders er nu niet op vooruitlopen. Maandagavond geven ze een persconferentie in Thialf.
‘Ik zou het superleuk vinden als het doorgaat’, zegt caféhouder Marjanne Fransen. ‘Met zo’n evenement zetten we onszelf op de kaart. Hoe leuk is dat, als dorp met dertigduizend inwoners? Met z’n allen gaan we er een groot feest van maken.’
It Houtsje lijkt wel een museum, met tal van schaatsmemorabilia, zoals het goudkleurige schaatspak waarin de Amerikaan Eric Heiden als eerste en enige schaatser vijf gouden olympische medailles won, in 1980. Aan het plafond hangen ruim zeshonderd Friese doorlopers, op de muren prijken foto’s van kampioenen in Thialf.
Een van hen is Rintje Ritsma (56), die viermaal een WK allround won, zes Europese titels pakte, en twee zilveren en vier bronzen olympische medailles. Als schaatsende Fries was hij vaak in Heerenveen. ‘Toen ik er als jongen van 8 of 9 schaatste, was het nog een buitenbaan, met juten zakken gevuld met stro als beveiliging naast de buitenbochten’, zegt hij via de telefoon. ‘Als de Spelen daarnaartoe komen, is dat heel bijzonder.’
Ritsma is bondscoach van de Nederlandse schaatsploeg. ‘Daarom kijk ik vooral naar het grotere plaatje, en zeg ik dat het voor de meeste schaatsers niet leuk zou zijn als dit gebeurt. Jammer, zelfs. Op deze manier drijven we namelijk steeds verder af van de olympische gedachte dat alle sporters samen in één dorp zitten. Dat maakt de Spelen zo speciaal.’
Er zal in Heerenveen een olympisch dorpje worden gebouwd voor de schaatsers, op 1.500 kilometer afstand van alle andere atleten. ‘Dat is niet hetzelfde’, zegt Ritsma. ‘Daar komt bij dat veel Nederlandse schaatsers, van wie de meesten in Heerenveen wonen, er waarschijnlijk voor zouden kiezen de Spelen te beleven vanuit hun eigen huis. Daar hebben ze het beter dan op zo’n klein kamertje.’
De Spelen zouden wel goed nieuws zijn voor Thialf, denkt de bondscoach. Het ijsstadion draait sinds kort weer zwarte cijfers, na jaren waarin flinke verliezen zijn gemaakt. ‘Dit zou de financiële ruimte bieden om Thialf te blijven perfectioneren, als snelste laaglandbaan ter wereld.’
Het is ook een enorme kans voor Noord-Nederland, stelt Evert Jorritsma (42), directeur-bestuurder van Topsport Noord, een organisatie die topsporters faciliteert. Er liggen al plannen voor de bouw van trainingsfaciliteiten voor andere olympische sporten, zoals curlen, skeleton, bobsleeën, ijshockey en shorttrack.
Jorritsma: ‘Dit zou hét moment zijn om aan te haken op het momentum en fors te investeren. Dan zou het logisch zijn als het Rijk vooroploopt, met zo’n internationaal evenement. Laten we er met z’n allen voor zorgen dat we hier twintig jaar plezier van hebben, in plaats van na twee geweldige weken de boel op te ruimen en te zeggen: dit was mooi, maar nu zijn we terug bij af.’
Café It Houtsje bestaat sinds 1990. Het was een initiatief van Tom Mulder (65), die het vorig jaar heeft verkocht aan Fransen, zijn bedrijfsleider. ‘Wie had ooit gedacht dat It Houtsje ooit vol zou zitten met deelnemers aan de Spelen in Thialf?’, zegt Mulder. ‘Dat is toch prachtig?’
Hij zit vol anekdotes. ‘Ik weet nog dat de Noor Johann Olav Koss hier kampioen werd, begin jaren negentig. Die stond op de tafel te dansen, tussen allemaal feestende Noren en Nederlanders. Vlak boven zijn tafel hing een wiebelige beamer, dus ik zei: ‘Als je van de tafel komt, geef ik je een biertje.’ Toen kwam Koss elk kwartier terug: ‘Mag ik nog een biertje, anders ga ik weer op de tafel dansen.’ Nou, dat heb ik maar gedaan.’
Toch heeft Mulder, die zelf geen onverdienstelijk schaatser was, gemengde gevoelens over de Spelen in Heerenveen. ‘Weet je, als meer organisatiecomités ervoor gaan kiezen om deze sport uit te besteden, dan wordt het schaatsen steeds kleiner. Het risico is dat het op den duur niet langer een olympische sport zal zijn. Dat zou ik heel jammer vinden.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant