Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Docent geweldsbeheersing Merlijn Wartena (43) kreeg een vuistslag in zijn gezicht en leerde hoe belangrijk het is dat je je emoties kunt beheersen.
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
‘Ik had horecadienst hier in Assen. Dan houd je toezicht op het uitgaanspubliek bij de kroegen die ’s nachts open zijn. Kort na middernacht moest ik naar een feesttent in een dorp vlakbij, waar vechtpartijen uitbraken. Bij aankomst stonden daar al vijf politieauto’s en veel opgefokte, dronken mensen. Uit de feesttent klonk geschreeuw en rumoer. Ik hoorde collega’s roepen: ‘Afstand houden!’
‘Binnen zag ik her en der vechtpartijtjes. Links van de ingang lagen drie collega’s op een persoon. Als je in zo’n agressieve omgeving een aanhouding doet, ben je kwetsbaar. Dus ik ging daar met andere collega’s in een kring omheen staan om het publiek op afstand te houden. Dat was nodig, want dronken lui wilden onze collega’s aanvallen.’
‘Ineens dook vlak voor me een lange jongen op, een kop groter dan ik. Plotseling, voordat ik het doorhad, sloeg hij me met zijn knokkels keihard – bam! – vol in mijn gezicht, vlak onder mijn oog. Mijn hoofd klapte naar achteren, zo hard ging het. Meteen verdween hij weer in de menigte.
‘Eén seconde dacht ik: what the fuck? Ik was verbijsterd. Vervolgens ontstak ik in woede: hoe durf jij een politieagent te slaan? Hoe haal jij het in je botte harses om mij een klap voor mijn bek te geven? Ik sta hier in uniform, wij komen voor jullie, om de boel weer veilig te maken. Ik kookte.
‘Het stomme is: ik ben wedstrijdvechter. Full contact karate, kickboksen, ik doe alle hardere vechtsporten en was echt wel wat gewend qua klappen incasseren. Maar dit was niet in een sportieve context. Dit was respectloos, gericht tegen het politie-uniform. Ik voed mijn kinderen op met de boodschap: heb respect voor hulpverleners; waar iedereen achteruitgaat, zetten zij een stap vooruit.’
‘Wóést was ik. Ik keek snel achterom, de aanhouding ging goed, en rende die mensenmassa in, achter hem aan, trok mijn wapenstok en schreeuwde: ‘Staan blijven!’ Ik greep hem bij zijn shirt. Omdat hij zich verzette, sloeg ik hem hard met de wapenstok tegen zijn bovenbenen. Tegelijkertijd duwde ik hem de tent uit. De adrenaline gierde door mijn lijf.
‘Buiten wilde ik hem boeien, maar hij rukte zich los en rende weg. ‘Hou die vent tegen!’, riep ik tegen collega’s. Een hondengeleider stuurde zijn hond achter hem aan. Het dier vloog voor me langs en greep die jongen in zijn bovenbeen, waardoor hij achteroverviel. Ik rende naar hem toe en zette mijn knie op zijn torso. Hij kermde van de pijn door die hondenbeet.
‘Toen werd ik rustig. ‘We gaan je straks helpen, je wordt verzorgd’, zei ik, terwijl ik hem boeide. Collega’s brachten hem naar het bureau.’
‘Daarna moesten we op linie de straat leegvegen en al die dronken lui naar huis dirigeren. In de linie schoot mijn adrenaline weer omhoog. Ik dacht: iedereen die me voor mijn voeten loopt, die pak ik. Een dronken vrouw uit het publiek kwam naar ons toe. Ze was niet agressief, ze wilde iets zeggen. Ik zette een stap in haar richting en hief mijn arm al met getrokken wapenstok, klaar om uit te halen. Op dat moment voelde ik de hand van de collega naast me op mijn schouder. Hij trok me terug en zei heel kalm: ‘Doe maar even rustig.’
‘Dát moment. Die hand op mijn schouder. Die stem. Die rust. Daar heb ik ontzettend veel van geleerd. Soms schiet je in dit werk zo in de emotie, dat je dat zelf niet doorhebt en er ook niet uitkomt. Dan krijg je een ongecontroleerde reactie van vluchten, vechten of bevriezen. Als je dan vecht, kun je geen afwegingen meer maken.’
‘Terug op het bureau in Assen, tijdens de debriefing, complimenteerden collega’s me met de aanhouding van die grote vent. Maar langzaam daalde bij me in dat ik alles fout had gedaan. Als je collega’s tijdens een aanhouding afschermt, is een klap voor je kop geen reden om ze in de steek te laten. Door in m’n eentje die menigte in te rennen, bracht ik mezelf en collega’s in gevaar. Doordat ik mijn emotie niet kon reguleren, had ik die vrouw bijna geslagen.
‘Ik vocht zonder dat ik controle had. Bij vechtsporten leer je dat het allerbelangrijkste in de ring, de kooi of op de mat is dat je controle houdt. Je tegenstander geeft je een pak slaag, en je moet heel bewust beoordelen hoe je iets kunt terugdoen. In die feesttent ging dat oordeelsvermogen met die ene klap totaal overboord.
‘Ik kreeg echt kortsluiting, daar verbaas ik me nu nog over. Er moet bij geweldssituaties altijd iemand zijn die overzicht houdt en oog heeft voor de verdachte. Dat breng ik in mijn werk als docent geweldsbeheersing nu op studenten over. Soms vertel ik dit verhaal als voorbeeld van hoe het niet moet. Ook al word je onrechtvaardig behandeld: houd controle. Altijd.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant