Zelfs succesvolle ondernemers zeggen het: ‘De Duitse economie ligt op de intensive care.’ Durft bondskanselier Friedrich Merz deze week keiharde hervormingen af te kondigen? In Marburg is het geloof in ‘der Macher’ verdwenen.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over de EU en internationale samenwerking. Hij woont in Berlijn.
Fronhausen is een dorp van vierduizend inwoners, met vakwerkhuizen en overvliegende ooievaars. Maar net buiten het dorp staat een enorme fabriekshal in het glooiende Hessische boerenland. Vanuit deze plek in de Duitse provincie wordt de hele wereld bediend.
Seidel maakt luxe verpakkingen, vooral voor de cosmetica-industrie. Potjes voor gezichtscrème, hulzen voor lipstick en mascara. ‘We leveren onder meer aan L’Oréal, Versace, Dolce & Gabbana en Estée Lauder’, zegt directeur en eigenaar Andreas Ritzenhoff.
Met zevenhonderd werknemers is Seidel een exponent van de Duitse Mittelstand, het midden- en kleinbedrijf dat de ruggengraat van de Duitse economie vormt. Net als Seidel zijn het vaak familiebedrijven, gevestigd in kleine stadjes en dorpen. Hidden champions worden sommige van deze bedrijven genoemd. Onbekend bij het grote publiek, maar innovatief en sterk gericht op export. Seidel is geworteld in de Duitse provincie, maar heeft kantoren in New York en Parijs.
In de stagnerende Duitse economie heeft ook de Mittelstand het moeilijk. De omzet van Seidel daalde van 115 miljoen euro in 2023 naar onder de 100 miljoen nu. ‘We hebben heel goede jaren gehad, maar nu is het wat minder. Veel van onze klanten bestellen minder omdat ze omzet in China hebben verloren. Maar we zijn oké’, zegt Ritzenhoff. ‘We ontwikkelen nieuwe producten en boren nieuwe markten aan.’
Andere bedrijven gaat het minder goed. Vorig jaar gingen in Duitsland ongeveer 120 duizend banen verloren in de industrie. Bijna 13 duizend bedrijven gingen failliet of raakten in betalingsmoeilijkheden, zo’n 8 procent meer dan het jaar daarvoor en 57 procent meer dan in de bloeiperiode voor corona. Het is onduidelijk hoeveel van deze bedrijven tot de Mittelstand behoren, maar volgens de Deutsche Industrie- und Handelskammer staat het midden- en kleinbedrijf er niet florissant voor. Een kwart is ontevreden over zijn situatie. ‘De Mittelstand dreigt permanent af te glijden’, aldus de DIHK.
Duitse bedrijven kijken deze week naar Berlijn. Woensdag komen de coalitiepartijen CDU/CSU (christendemocraten) en SPD (sociaaldemocraten) bijeen voor een topoverleg over de hervorming van de pensioenen, de zorg en de belastingen. Voor bondskanselier Friedrich Merz wordt het een week van de waarheid. Het bedrijfsleven wil dat hij zijn verkiezingsbelofte van 2025 waarmaakt en ingrijpende hervormingen doorvoert om Duitsland weer op het spoor van solide economische groei te krijgen.
De Duitse bondskanselier is ongekend impopulair, en dat komt mede doordat hij zijn eigen achterban heeft teleurgesteld. Hij presenteerde zichzelf als de Macher die het bedrijfsleven wel even zou verlossen van de hoge loonkosten, de hoge energieprijzen en de verstikkende bureaucratie. Het was afgelopen met linkse politiek in Duitsland, zei hij, tot groot enthousiasme van zijn achterban.
Er kwam vooralsnog weinig van terecht. ‘De Duitse economie ligt op de intensive care. En wat doet de regering? Niets!’, zegt Ritzenhoff, zelf lid van Merz’ CDU. ‘Ik ben enorm teleurgesteld in Merz. Ik heb me zelden zo in iemand vergist.’ Ritzenhoffs kritiek wordt breed gedeeld in het bedrijfsleven. Eind vorig jaar noemde Peter Leibinger, de voorman van de Duitse industrie, de stemming tegenover de regering ‘extreem negatief, soms zelfs regelrecht agressief’.
Deze week krijgt Merz de kans zich te revancheren. Economische hervormingen zullen op verzet stuiten bij links, de radicaal-rechtse AfD en de vakbonden. Maar als Merz geen harde maatregelen neemt, verspeelt hij alle krediet bij het bedrijfsleven.
Merz zal ook de sociaaldemocraten moeten overtuigen. Die zijn ver weggezakt in de peilingen en moeten hun sociale gezicht bewaren om niet helemaal te worden weggevaagd. Toch ziet ook de SPD de noodzaak om de economie te hervormen. ‘We moeten breken met onze gewoonten, de verlamming overwinnen’, zei SPD-leider en minister van Financiën Lars Klingbeil in maart. ‘We weten allemaal dat Duitsland fundamentele hervormingen nodig heeft.’ Vorige week stemden de sociaaldemocratische ministers al in met een verhoging van de pensioenleeftijd.
De fabriek van Seidel ligt als een solide blok in het landschap, een baken van welvaart en continuïteit. Het bedrijf werd in 1830 opgericht in het nabijgelegen Marburg, als tingieterij. De vader van Andreas Ritzenhoff kwam in 1952 uit Gelsenkirchen in het Ruhrgebied naar Marburg. ‘Via een advertentie in de Frankfurter Allgemeine kwam hij in contact met Seidel. De familie zocht iemand die het bedrijf kon leiden, omdat de oudste zoon, die de zaak zou overnemen, was gevallen in de oorlog.’
Destijds maakte Seidel messing sluitingen voor kruiken waarmee destijds in de koude winters het bed werd verwarmd. Geen product voor de toekomst, zag ook de vader van Ritzenhoff, maar het bedrijf had genoeg technologie in huis om zich verder te ontwikkelen. Zelf kwam Ritzenhoff, oorspronkelijk opgeleid als arts in Antwerpen en Brussel, in 1986 in het bedrijf, nu veertig jaar geleden. Op dat moment maakte Seidel betrekkelijk eenvoudige producten, als toeleverancier van de toeleveranciers van de cosmetica-industrie. In de jaren negentig maakte het een succesvolle sprong omhoog in de waardeketen. Sindsdien levert het direct aan grote cosmeticabedrijven. De fabriek in Marburg werd te klein. Eind jaren negentig begon de bouw van een nieuwe fabriek in Fronhausen, die in de loop der jaren groter en groter werd.
Nu gaat het economisch slechter, maar dat is nog niet echt zichtbaar. In het schilderachtige universiteitsstadje Marburg zijn de vakwerkhuizen goed onderhouden en zitten de terrassen vol. De werkloosheid is nog altijd relatief laag, al steeg zij van 5 procent in 2019 naar 6,4 procent nu.
Maar de Duitse crisis is ook een psychodrama. Duitsland beschouwde zichzelf altijd als een succesvol land, het grootste industrieland van Europa, de Exportweltmeister. Nu is er onzekerheid in de Duitse samenleving geslopen, angst voor de Abstieg, het verval. Duitsers hebben er weinig vertrouwen in dat de regering een manier zal vinden om het tij te keren. ‘Veel mensen hebben het gevoel dat het land ze ontglipt’, zei de politicoloog Julia Reuschelbach vorige week in de Suddeutsche Zeitung.
De jaren van bondskanselier Angela Merkel worden door veel Duitsers als een verloren periode gezien. Bedrieglijke jaren, waarin meer geld verdiend werd dan ooit, maar Duitsland slecht werd voorbereid op een toekomst zonder goedkoop Russisch gas, Amerikaanse bescherming en een schijnbaar oneindige Chinese markt.
Als geen ander profiteerden Duitse bedrijven van de opening van China, maar nu ervaren ze een ‘China-schok’. Chinese bedrijven hebben zich ontwikkeld tot geduchte concurrenten, mede doordat zij goedkoop kunnen werken door staatssteun.
Seidel ondervond de China-schok aan den lijve, zegt Ritzenhoff, relatief vroeg. Van 2014 tot 2018 had Seidel een dochteronderneming die led-lampen maakte. Een grote order aan Ikea ging verloren omdat een Chinese concurrent veel goedkoper kon leveren.
‘De Chinezen vroegen een prijs die lager was dan onze materiaalkosten. Materiaalkosten zijn over de hele wereld ongeveer hetzelfde, dus ze konden alleen zo goedkoop zijn omdat ze worden gesubsidieerd door de Chinese staat’, zegt Ritzenhoff. Volgens cijfers van de Oeso, de organisatie van rijke industrielanden, zijn de staatssubsidies in China drie tot acht keer zo hoog als in de Oeso-landen. Ritzenhoff: ‘Duitsland en Europa moeten tegen China zeggen: beste Chinezen, wij hebben hier een markteconomie. En dat betekent dat voor iedereen dezelfde regels gelden.’
De Duitse regering aarzelt echter met de bescherming van de industrie tegen Chinese concurrentie. Grote bedrijven vrezen Chinese tegenmaatregelen, waardoor zij nog meer marktaandeel verliezen. Bovendien kan China Duitsland onder druk zetten met zijn bijna-monopolie op grondstoffen die cruciaal zijn voor de Duitse industrie. ‘Natuurlijk is het moeilijk’, zegt Ritzenhoff. ‘Maar als je niets doet, wordt China steeds machtiger.’
Ondanks alle zorgen gaan er ook dingen goed in Duitsland. Onlangs sprongen Ritzenhoff en zijn vrouw Claudia nog bij in de productie, omdat er opeens zo veel orders waren.
Vorig jaar opende Seidel een volledig geautomatiseerd magazijn. Kranen razen langs de stellingen, met een snelheid van maximaal 61 kilometer per uur. In het donker, want robots hebben geen licht nodig. De pakketten worden vervolgens door zelfrijdende heftrucks naar de machines gebracht.
Het systeem draait op Duitse technologie. De heftrucks zijn van Jungheinrich, in een hoek staat een schoonmaakrobot van Kärcher op te laden. Het logistieke systeem wordt bij elkaar gehouden door de software van Naise, een jonge start-up uit Stuttgart.
‘Eerst hadden we vijf magazijnen buiten de fabriek. Vrachtwagens reden de hele dag heen en weer. Nu werken we met een magazijn. Dat is veel efficiënter. Voorheen werkten er zeven tot acht mensen, nu zijn er nog twee over. De mensen die overbodig werden, hebben we een andere baan aangeboden’, zegt Ritzenhoff. ‘We moeten agressief blijven automatiseren. Om in de race te blijven, moeten we kosten besparen. Daardoor verdwijnen banen, maar kunnen we weer andere banen creëren.’
Dat geldt ook voor Duitsland als geheel, zegt hij. Het moet innoveren, zodat de economie weer groeit en werkgelegenheid behouden blijft. Maar kan Duitsland het nog? Het is niet meer het arrogante land van de eurocrisis, toen bondskanselier Merkel en minister van Financiën Wolfgang Schäuble het Zuiden van Europa vertelden hoe je een land moest runnen, spaarzaam en vlijtig. De rollen zijn omgedraaid. De economieën van Griekenland, Spanje en Portugal groeien een stuk sneller dan die van Duitsland. ‘Duitsland kan van Griekenland leren’, zegt econoom Clemens Fuest. ‘Hoe je onder druk ingrijpend kunt bezuinigen en dereguleren, zodat de economie zich weer herstelt.’
Destijds legde Duitsland Griekenland een pijnlijke economische kuur op. Maar kan Duitsland zichzelf ook pijn doen? Dat is de vraag die deze week beantwoord zal worden. Ritzenhoff: ‘Als we de goede dingen doen, kan dit land weer omhoog gaan.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant