Welke voorstellingen sprongen eruit afgelopen seizoen? Van theatervoorstelling Cabaret Siberia tot musical Stoornis of my Life en cabaretier Merijn Scholten: dit zijn de favorieten van de theaterredactie.
‘Het leven kan nog steeds geweldig zijn.’ In Cabaret Siberia, volgens de theaterredactie van de Volkskrant de beste voorstelling van het afgelopen seizoen, worden twee revueartiesten gedeporteerd naar een strafkamp in Siberië. Terwijl ze stelselmatig afgemat worden, uitgeput raken en hun lichamen langzaam breken, blijven ze hun kunst vertonen. Hun acts bieden troost, verpozing en hoop – aan henzelf, aan anderen. Het is daarmee ook een vorm van verzet.
Theater is geen talkshow, theatermakers reageren doorgaans niet een-op-een op het nieuws van de afgelopen week. Wat ze wél bij uitstek kunnen, en wat dit jaar ook volop gebeurde, is reflecteren op de grote thema’s en verschuivingen die de huidige tijd in zijn greep houden: de maatschappelijke verruwing en verrechtsing, de opkomende manosfeer, het bizarre geweld tegen nieuwkomers.
En oorlog dus, misschien wel hét thema van afgelopen jaar op onze theaterplanken. Cabaret Siberia van Toneelschuur Producties was een prachtig poëtisch theaterkleinood, waarin mimespelers Jochem Stavenuiter en Klára Alexová met hun lenige, fysieke spel ook de lenigheid van de menselijke geest op een voetstuk zetten.
Gelijktijdig speelde Internationaal Theater Amsterdam (ITA) een indringende, duistere bewerking van Paul Lynch’ roman Prophet Song, over een fictief Ierland waarin een totalitair regime de scepter zwaait, en een moeder zich afvraagt wanneer je besluit je land te ontvluchten.
Later volgde de ambitieuze theaterthriller Operation Hellfire die de jonge toneelschrijvers Joeri Heegstra en Max Wind bij Het Nationale Theater maakten. Daarin werd de voormalige Amerikaanse president Barack Obama gearresteerd door het Internationaal Strafhof in Den Haag, waarna Donald Trump prompt besluit tot een invasie, en daarmee internationale wetgeving negeert (klinkt dat bekend?).
Terwijl analisten aan de talkshowtafels de actualiteit proberen te ordenen, laten theatermakers – via de omweg van de fictie, bepakt met hyperbolen, poëzie en doelgerichte ontregeling – op eigen wijze hun licht schijnen op de wereld van nu.
Belangrijke geschiedenissen werden opnieuw verteld en gecorrigeerd: Aletta Jacobs, de bekende voorvechter van vrouwenrechten, glorieerde in haar eigen musical. Orkater bracht met Moeder van Europa prachtig muziektheater over de Franse Revolutie, met daarin sleutelrollen voor personages van kleur: Manoushka Zeegelaar Breeveld imponeerde als keizerin Maria Theresia, en werd daarvoor terecht genomineerd voor de belangrijke toneelprijs Theo d’Or, die in september wordt uitgereikt.
Maar de blik werd niet alleen naar buiten gericht: ook de theater- en kunstwereld zelf werd in een aantal voorstellingen aan een kritisch onderzoek onderworpen. Meerdere makers reflecteerden op grensoverschrijdend gedrag en machtsmisbruik in de cultuursector.
Waar Florian Myjer zich met zijn knappe solo The Actor, over een toneelspeler die tijdens een repetitieproces verzeild raakt in een glijdende schaal van grensoverschrijdend gedrag, richtte op de beleving van het slachtoffer, werd in andere voorstellingen juist het perspectief van de dader belicht.
Dat gebeurde op verschillende manieren. Met het vormelijke, gestileerde rechtbankdrama The Imposter toonden regisseur Ada Ozdogan en schrijfduo Iona en Rineke de mechanismen van onveilige situaties: de verschuivende grenzen die onder tijdsdruk en hoge verwachtingen een veilig artistiek proces saboteren.
Auteur Koen Caris bood ondertussen met zijn psychologisch-realistische Hoge bomen, over een theaterregisseur die na een veroordeling wil terugkeren met een voorstelling over zijn daderschap, juist inzicht in de menselijke psyche van een dader.
Caris stelde met zijn stuk de ongemakkelijke vraag wanneer een dader genoeg gestraft is: pakweg tien jaar na de eerste grote #MeToo-golven is dat belangrijke denkstof – dat bleek vorige week ook weer uit de ‘terugkeer’ van de veroordeelde acteur Thijs Römer op de theaterplanken, en de morele verontwaardiging daaromtrent.
Een andere opvallende ontwikkeling in theaterland is dat, naast actuele, nieuwe stukken, makers weer vaker teruggrijpen op de klassieke (toneel)canon. Shakespeare, Tsjechov, Ibsen en de oude Grieken waren geregeld het uitgangspunt voor rigoureus bewerkte stukken die zich afspeelden in de huidige tijd.
Actrice Hajar Fargan imponeerde als eigengereide, moderne Hedda Gabler: een vrouw van kleur die haar plek in een links-progressieve elite moet bevechten. Jeroen Spitzenberger ontroerde als gekwelde Oom Wanja, wiens groteske onhebbelijkheid gaandeweg een dekmantel blijkt voor diep doorvoelde, allesomvattende teleurstelling: in anderen, maar vooral in zichzelf.
En onlangs herrees Anne-Fay Kops in Aisa Demeter als een kruising van Griekse godin Demeter, Winti-godin Mama Aisa en zichzelf, in een vurig en hartverscheurend theaterconcert over vrouwelijke woede, moederschap en verlies.
Ook de modernere klassiekers waren dit seizoen ruimer vertegenwoordigd dan de laatste jaren: regisseur Rebecca Frecknall bracht bij ITA een remake van haar succesvolle West End-productie A Streetcar Named Desire van Tennessee Williams.
Manja Topper van theatergroep Dood Paard zat als Winnie in Becketts absurdistische, apocalyptische Happy Days vast in een grote berg zand, maar bleef voluit het leven bezingen: ‘Dit is een gelukkige dag, dit zal een gelukkige dag zijn.’ In haar mantra echoën de woorden uit Cabaret Siberia: het leven kan nog steeds geweldig zijn.
Die onmogelijke opdracht – hoe hoop te houden in uitzichtloze tijden? – was ook het vertrekpunt van Nasrdin Dchars ontroerende, autobiografische solovoorstelling Wat als, waarin hij zich afvraagt hoe hij zijn 11-jarige dochter beschermt, terwijl hijzelf geteisterd wordt door de genocide in Gaza. Zo sijpelde de oorlog opnieuw de theaters binnen.
Ondertussen, terwijl in Loosdrecht het geweld tegen de komst van een tijdelijke azc escaleerde, toerde theatermaker en voormalig azc-bewoner Saman Amini door het land met een verbindende cabaretvoorstelling waarin hij alle perspectieven binnen het verhitte vluchtelingendebat serieus neemt.
Tussen de veelheid aan realistisch ingestoken voorstellingen, is het verheugend dat er ook (jonge) makers zijn die een loopje nemen met de wetten van de werkelijkheid, en via fantasierijke parabels en surrealistische werelden hun licht schijnen op de met zichzelf ploeterende mens.
De veelbelovende theatermakers Jasper Stoop en Simme Wouters imponeerden met De grote Ricardo, een wonderlijke, filosofische theatrale trip die de toeschouwers langs onderwaterwerelden en pratende vogels voerde, en desondanks toch stevig met de voeten in de aarde liet landen.
In Espen Hjorts unheimische, vervreemdende voorstelling Landschap met radioactieve honden werd de mens ter verantwoording geroepen door een roedel wraaklustige honden. Ondertussen stelde de voorstelling wezenlijke vragen over schuld, verantwoordelijkheid en doorgegeven trauma.
Thema’s die ook opspeelden in de prachtige, ambigue solo Het incident van ITA-actrice June Yanez, over een 15-jarige vmbo-scholier die vastzit in een systeem van hardnekkige kansenongelijkheid en institutioneel racisme.
Het is verheugend dat de grote gezelschappen vaker ruimte bieden aan ensembleleden om hun eigen makerschap te ontwikkelen. Want ook het Groningse gezelschap Nite liet actrice Sarah Janneh een persoonlijke voorstelling maken: met haar aangrijpende Brabo Leone speelde ze steeds grotere zalen plat.
En dan was er ook nog acteertalent Jatou Sumbunu, die imponeerde met de ongemakkelijke maar belangrijke monoloog Teckel, over seksueel geweld tegen jongeren.
Zo werd het de toeschouwer lang niet altijd gemakkelijk gemaakt in de theaterzalen: er was veel ongemak, volop verwarring, regelrechte woede, oude en nieuwe pijn. Maar simultaan daaraan gloorde evenveel optimisme, hoop en liefde.
Dat is misschien wel de meest waardevolle les van het afgelopen theaterseizoen: ook als de wereld in brand staat, ook als er nog een lange weg te gaan is, kan het leven nog steeds geweldig zijn.
Sander Janssens
1. Cabaret Siberia* door Toneelschuur Producties. Dit rauwe en poëtische theaterkleinood toont op ontroerende wijze hoe gedeporteerde lichamen langzaam worden gebroken, maar er tegelijkertijd toch poëzie, magie en kunst kan blijven bestaan. Het prachtige, fysieke samenspel is ontwapenend, hartverwarmend en grijpt ontegenzeggelijk naar de keel.
2. Het incident door Internationaal Theater Amsterdam. June Yanez imponeert als opgroeiende tiener met haar virtuoze technische beheersing, snelle schakels en gelaagd spel, in een aangrijpende solovoorstelling over institutioneel racisme en kansenongelijkheid.
3. Teckel* door Theater Bellevue en Nina van Tongeren. In deze schrijnende, ongemakkelijke en belangrijke monoloog over seksueel geweld, verknoopt actrice Jatou Sumbunu boosheid, pijn en een ondraaglijke zwaarmoedigheid aan fris en humorvol spel.
4. Brabo Leone* door Sarah Janneh, Nite, Theater Utrecht en MusicalMakers. Sarah Janneh blaast omver met een aangrijpend theaterconcert over rouw en liefde. Met haar gloedvolle stem en keelsnoerende spel neemt ze haar publiek mee in een even kwetsbare als moedige verzoening met haar eigen pijn.
5. Hoge bomen door Theater Bellevue en Het Nationale Theater. Een scherpe, grappige én schurende voorstelling over de vraag of daders van grensoverschrijdend gedrag een tweede kans verdienen. De voorstelling werpt vragen zonder eenduidige antwoorden op, en dwingt daardoor tot nadenken.
6. Moeder van Europa door Orkater. Prachtig, alarmerend muziektheater over strijd, revolutie en schoonheid. De speelse acteurs maken dat dit statige hofdrama meteen levendig is en blijft bruisen.
7. Saved Game door Het Zuidelijk Toneel. Julia Ghysels speelt zo overtuigend een door verdriet verscheurde moeder dat het pijn doet om naar te kijken: zo ziet rouw zonder een moment van verlichting eruit.
8. Black Joy* door Theater Oostpool. Regisseur Priscilla Vaudelle ontpopt zich als een fantastische chroniqueur van de ervaringen van vrouwen van kleur, bij wie vreugde vaak gepaard gaat met verbinding en stil verdriet.
9. Oom Wanja door Toneelgroep Maastricht. Tegelijk lichtvoetige en zwaarmoedige Tsjechov met fenomenale cast en verrukkelijke nieuwe taal: niet eerder zag je Wanja zo boos en lief tegelijk: het onvermogen spat van de planken.
10. De grote Ricardo door Jasper Stoop en Simme Wouters, Orkater/De Nieuwkomers. Rijkgevuld filosofisch muziektheater over de behoefte om te verdwijnen én gezien te worden, en een impliciete uitnodiging om de angst voor leegte ook bij jezelf in de bek te kijken.
Voorstellingen met een * zijn ook komend seizoen nog in de theaters te zien.
TOP 5 CABARET
1. Lemming* door Merijn Scholten. Schaterlachen om de nieuwe collectie typeringen, gepaard aan maatschappijkritiek over de menselijke kudde die richting (en de juiste herder) mist. In zijn tweede solo biedt Merijn Scholten een totaalpakket aan cabaret, met flitsende vormgeving en lekkere liedjes.
2. Striptease van de dood* door David Linszen. De sterke performer David Linszen bracht dit seizoen een comedydebuut met een zeldzame eigenheid. Via absurde humor en poëtische muziek toont hij zijn binnenwereld, waarin een verbroken relatie en een overleden ouder hem parten spelen.
3. Micha Wertheim voor iedereen* door Micha Wertheim. In zijn diepgravende voorstelling zoekt Wertheim naar straaltjes licht in donkere tijden. In dit opvallend persoonlijke betoog is een vormexperiment niet leidend, maar de show bevat genoeg verrassende wendingen.
4. De baas* door Lisa Ostermann. Met conferences vol zelfspot en gitaarliedjes waarin haar majestueuze zangstem schittert, bewijst Lisa Ostermann in haar derde solo dat zij de baas is. Niet alleen over de grote theaterzalen des lands, maar vooral ook over haar persoonlijke leven.
5. En verbied de vogels om te fluiten* door Ayoub Kharkhach. Een mooi, intiem debuut van een innemende nieuwe stem op de Nederlandse podia. Het prachtlied Handen van goud (bekroond met de Annie M.G. Schmidtprijs) is een voorbode van wat Ayoub Kharkhach ons nog gaat brengen.
TOP 5 MUSICAL
1. Stoornis of my Life door More Theaterproducties. Binnen een uitzonderlijk goed jaar voor nieuwe Nederlandse musicals sprong deze theaterhit er nog eens extra uit. Middels puur vakmanschap van makers Alex Klaasen en Peter van de Witte komt het thema autisme en het effect daarvan op de sociale omgeving perfect tot uiting. Komisch, ontroerend, uiterst muzikaal.
2. Aletta de Musical door Theater Oostpool en TEC Entertainment. Het levensverhaal van feminist Aletta Jacobs wordt treffend verbeeld in komische scènes en gloedvolle powersongs. Desi van Doeveren is een ideale hoofdrolspeler. Het diverse makersteam toont hoe vruchtbaar het kan zijn als de toneel- en musicalwereld samenwerken.
3. Hadestown* door Koninklijk Theater Carré. Een zeldzaam rake casting zorgde ervoor dat deze Nederlandse productie niet onderdeed voor de buitenlandse versies van de musicalhit Hadestown. Goed nieuws dus dat de productie in de zomer 2027 terugkeert in Carré.
4. Spinoza - de Mokum Musical door Nite, Club Guy & Roni, HIIIT en Het Muziek. Theatergezelschap Nite laat hun unieke formule los op het musicalgenre. Dat leidde in het Amsterdamse Bos tot een prettig eigenzinnige musical, waarin 17de-eeuwse filosofie en actuele politiek samenkomen. Hoogstaande livemuziek ook.
5. Foxtrot door Medialane Theater. Annie M.G. Schmidt schreef haar satirische teksten over oprukkend fascisme in 1977, maar ook in 2026 vinden ze weerklank. De melodieën van Harry Bannink zijn onverwoestbaar, zo bleek in deze respectvolle nieuwe versie van de musicalklassieker.
TOP 5 JEUGDTHEATER
1. Dag Poes* (4+) door HNTJong. Een kleurige, tragikomische voorstelling over het kwijtraken van een dierbare poes en het begraven van een bromvlieg. Met drie gekke kinderfiguren, droeve bluesmuziek, ludieke humor en verdriet in vele vormen. Het geweldig inventieve decor zuigt jong en oud deze troostrijke sprookjeswereld binnen.
2. All Before Death is Life (8+) door Theater Artemis en Benjamin Verdonck. Prachtig apocalyptische act van een variétéartiest, die met de moed der wanhoop de wereld tegemoet treedt. Even somber en summier als leuk en troostend, vol onuitroeibaar optimisme.
3. Oh oh oh dennenboom (6+) van Kim Karssen en Hendrik Kegels. Lekker recalcitrante antikerstvoorstelling, waarin vijf kerstbomen zich schrap zetten voor het moordfeest van het jaar. Karssen en Kegels verrassen met een eigenzinnige familievoorstelling vol maatschappelijke thema’s als xenofobie, polarisatie, trauma en queer acceptatie, in een prachtig dennendecor.
4. Hou Vast (7+) door Het Houten Huis en DeRonde/Deroo. Fysieke slapstick vol filosofische laagjes, over verdwalen in de mist, verzanden in een moeras en verdrinken in een plas.
5. Diep* (9+) door Het Filiaal theatermakers in regie van Monique Corvers. Wonderlijke afdaling in de diepzee vol absurde gesprekken tussen onontdekte zeewezens. Bestaat er een grensovergang op de zeebodem, waar je niet overheen mag zwemmen? Met deze menselijke overpeinzingen zwemt de prachtig verbeelde voorstelling op dromerige muziek naar tal van diepere lagen.
Dit is de laatste bijdrage van Vincent Kouters als theaterrecensent voor de Volkskrant.
TOP 5 DANS
1. Kid in a Candy Shop van choreograaf Jan Martens, door Nederlands Dans Theater/NDT 1. Geïnspireerd door de vreemde logica van de natuur debuteert Martens bij NDT met een hypercomplexe, extreem veeleisende, alsook humoristische choreografie op maniakale klavecimbelmuziek.
2. Co(te)lette* van choreograaf Ann Van den Broek, door WArd/waRD. Herneming van een obsessieve ode aan vrouwelijk fysiek verlangen krijgt twee decennia na de oeropvoering een ongekend urgente lading. Deze gedanste verbeelding van lust en bevrediging is een schop onder de kont van verstarde visies op vrouwelijke seksualiteit.
3. Please Hold My Hand van choreograaf Jordy Dik, door Compagnie Tiuri. Moedige dansvoorstelling over angst versus hoop in een harde wereld met fysiek en verbaal geweld jegens vrouwen. De rijke cast verheft expressieve gebaren tot gevoelige poëzie.
4. Saints van choreografenduo Mats van Rossum en Rebecca Laufer, door Club Guy & Roni Poetic Disasters Club. Beklemmend griezelballet in morsige huiskamer waar gasten rondspoken met onuitgesproken trauma’s uit het verleden. Duo Van Rossum en Laufer verbluft met een knap staaltje macaber danstheater.
5. Waxes van choreografenduo Sarah Baltzinger en Isaiah Wilson, door Scapino Ballet Rotterdam. Klinisch en cynisch horrorballet vol onmenselijke motoriek van kunstmatig ogende Scapino-dansers die bijna van rubber lijken. Het duo Baltzinger en Isaiah levert unheimisch commentaar op het gesleutel aan de menselijke anatomie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant