Spoorbeheerder ProRail heeft de Europese aanbestedingsregels overtreden en schaamt zich daar niet voor. Dat laat vooral zien dat die regels niet meer van deze tijd zijn, net als de houding van de overheid.
Het komt niet heel vaak voor dat een bedrijfsdirecteur bij zijn afscheid geheel spontaan toegeeft dat hij de wet heeft overtreden. John Voppen, die zeven jaar leiding gaf aan ProRail, deed dat wel afgelopen zaterdag in de Volkskrant. Om het spoor goed te kunnen onderhouden had hij de Europese aanbestedingsregels overtreden, biechtte hij op.
Toen het bedrijf slijtage aan de bovenleidingen constateerde, werd de reparatie onderhands gegund aan de aannemer die eerder het reguliere onderhoudscontract had binnengehaald. Logisch, zegt het gezond verstand. Een inbreuk op de interne markt en de vrije concurrentie, volgens de EU-logica.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Dat Voppen hier onbeschaamd voor uitkomt, laat het toenemend ongemak met de Europese aanbestedingsregels zien. Ze dateren uit de tijd dat het geloof in de vrije markt onbegrensd was en de overtuiging dat de overheid zich zo ver mogelijk terug moest trekken, breed werd gedeeld.
Die tijd is voorbij. Om een krachtige economie te bouwen, een economie die kan concurreren met China en de VS, moeten overheid en bedrijfsleven de onderlinge afstand verkleinen en vaker eendrachtig samenwerken.
Groot-Brittannië, het land dat sinds Margaret Thatcher (1979-1990) vooropging in privatisering en liberalisering, gaat nu misschien ook wel voorop in de tegenbeweging. Andy Burnham, naar alle waarschijnlijkheid de nieuwe premier van Groot-Brittanië, heeft al aangekondigd dat hij water- en energiebedrijven liefst wil hernationaliseren en op zijn minst onder strengere publieke controle wil plaatsen. Dankzij de Brexit hoeft hij niet bang te zijn dat Europa hem op de vingers tikt.
Europa zou zijn aanbestedingsregels moeten heroverwegen. Het is lang niet altijd een goed idee om maximale concurrentie aan te wakkeren. Vaak leidt een langjarige relatie, gebaseerd op onderling vertrouwen en goede afspraken, tot betere dienstverlening.
Daarvoor is een overheid met zelfvertrouwen nodig, met een duidelijk toekomstbeeld. Het geloof in de vrije markt heeft ertoe geleid dat de overheid te bescheiden is geworden en is verleerd toekomstplannen te maken.
Dat wreekt zich nu. Tot Voppens frustratie weigert het kabinet goed na te denken over de benodigde investeringen in het spoor. Volgens ProRail is de komende tien jaar 1 miljard euro nodig om verouderde spoorinfrastructuur te vervangen, een bedrag dat een welvarend land als Nederland makkelijk zou moeten kunnen opbrengen, maar het lukt de huidige overheid niet om die middelen vrij te spelen. ‘We behandelen investeringen tegenwoordig te veel als consumptieve uitgaven’, is de verklaring van Voppen. Dan is 1 miljard euro ineens heel veel geld.
Een kabinet dat te veel op de korte termijn is gericht, dat zijn hoofd vol heeft van crises van nu, de koopkrachtplaatjes voor het komend jaar en de volgende verkiezingen, vindt investeringen bijna per definitie te duur en dreigt de toekomst te verwaarlozen.
Het kabinet moet weer leren investeren op basis van een ambitieus en aansprekend toekomstbeeld. Het zou een voorbeeld kunnen nemen aan de nieuwe Rotterdamse coalitie. Die richt zich niet alleen op de komende vier jaar, maar ook op de verre toekomst. In 2050 moet Rotterdam de sterkste en groenste economie van Europa hebben, iedereen een huis kunnen bieden en de beste stad zijn om op te groeien. Dat is ook best bruikbaar voor het hele land.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant