Home

Frenkie te voorzichtig, Messi lui – het WK is een meningenfabriek, maar kloppen al die beweringen wel?

Ook tijdens dit WK beweren analisten, spelers en coaches weer van alles. Of het nu om Frenkie de Jong, doelmannen of drinkpauzes gaat. Maar klopt het allemaal wel? Een factcheck aan de hand van vier uitspraken.

‘Ik zie alleen maar balletjes breed’ – Jan Mulder over Frenkie de Jong

Tijdens een WK ligt alles onder een vergrootglas en dus is het logisch dat sluimerende nationale discussies tot uitbarsting komen. Frenkie de Jong wordt al jaren bekritiseerd omdat hij niet aanvallend genoeg zou spelen, en ook nu houden critici zich niet in. ‘Ik zie alleen maar balletjes breed’, zei Jan Mulder bij de NOS over hem. De oud-voetballer zit duidelijk niet in de Frenkie-fanclub. ‘Ik mis álles.’

Mulder plaatste zijn opmerking na een lovende analyse van Erik ten Hag. Dat positieve verhaal strookte volgens hem niet met de vele balletjes breed van de FC Barcelona-ster. En inderdaad: van de acht getoonde wedstrijdsituaties (uit Nederland-Japan) speelde De Jong de bal zes keer opzij of naar achteren.

Maar is dit ook een waarheidsgetrouwe weergave van het spel van De Jong? Speelt hij inderdaad relatief weinig naar voren?

Tot nu wel, blijkt uit gegevens van Stats Perform. Volgens het databureau gingen van alle 191 passes van De Jong er 32 naar voren, oftewel 16,8 procent. De Kroaat Mateo Kovacic is met 12,2 procent de speler met de minste passes vooruit, Maar De Jong scoort met een zesde plek hoog in dit klassement. Ter vergelijking: de Spaanse controlerende middenvelder Rodri zit op ruim 20 procent, de Portugees Vitinha op 22,5.

Een nuancering: drie wedstrijden zijn eigenlijk te weinig om al te grote conclusies te trekken. Het scheelt nogal of je zoals Nederland tegen Japan, Zweden en Tunesië hebt gespeeld, of zoals Spanje tegen de Kaapverdische eilanden, Saoedi-Arabië en Uruguay. En natuurlijk ook in welk systeem en met wie, staan medespelers vrij, lopen ze diep?

Bovendien: of een pass vaak naar voren gaat, zegt niet alles over De Jongs aanvallende bijdrage, een slim balletje breed kan ook effectief zijn. De Jong zorgt er in ieder geval voor dat de bal bovengemiddeld vaak voorin terechtkomt. Stats Perform deelt het veld op in drie delen; De Jong passte 38 keer naar het meest aanvallende gedeelte. Omgerekend naar speelminuten deden alleen Vitinha en de Senegalees Idrissa Gueye dat vaker.

De speler van Barcelona is er bovendien heel goed in om de bal onder druk in bezit te houden, wat er uiteindelijk voor zorgt dat Nederland vaker kan aanvallen. En op het WK stoomt De Jong ook ouderwets op met de bal. Hij maakte veertig keer een voorwaartse loopactie met de bal, alleen Rodri (53) en Vitinha (40) deden dat vaker.

‘Ze kijken wel, maar ze zien het niet’, sneerde De Jong naar zijn critici. Zomaar ballen lukraak diep geven doet hij inderdaad niet. ‘Het hangt af van de wedstrijd, maar ook van het moment. Loopt iemand wel of niet? Hoe loopt iemand?’

Voetbal International rekende uit dat Nederland de laatste jaren met hem vaker scoort (2,5 keer) dan zonder hem (2 keer). Dat weten we zo goed omdat De Jong een flink aantal wedstrijden geblesseerd was. Sowieso beter als dat nu niet gebeurt.

‘Hij loopt de minste meters in een wedstrijd’ – Theo Janssen over Lionel Messi

Vooral tot aan het WK van 2022 klonk er geregeld kritiek op het niet meeverdedigen van Lionel Messi bij de nationale ploeg. Mauricio Pochettino, zijn voormalig trainer bij PSG, verdedigde hem al eens door te stellen dat sterren als Maradona en Pelé niet de taak hadden om de bal terug te veroveren.

De kleine Argentijn torst nog altijd de hoop van zijn land op zijn schouders, en ook tijdens dit WK raakt hij nog niet bedolven onder dat gewicht. Met hulp van zijn medespelers, dat wel, want zolang de andere spelers rennen en druk zetten, kan de sterspeler maximaal energie besparen om bepalend te zijn. De oude meester heeft de tien andere spelers in het elftal hard nodig om het verdedigende werk op te knappen dat hij niet verricht.

Oud-voetballer en analist Theo Janssen zei zelfs dat Messi ‘de minste meters’ in een wedstrijd loopt. ‘Volgens mij loopt hij net meer dan 7 kilometer.’

Janssen zat nog aan de hoge kant, blijkt uit statistieken van Stats Perform en de Fifa. In de eerste wedstrijd tegen Algerije, waarin Messi een hattrick maakte, liep de Argentijn net iets minder dan 7 kilometer. Wel werd hij in die wedstrijd in de 80ste minuut gewisseld. Omgerekend naar 90 minuten zou hij op 8,2 kilometer zijn uitgekomen.

Tegen Oostenrijk deed hij de hele wedstrijd mee, en daarin legde Messi iets meer dan 7 kilometer af. In blessuretijd had hij nog energie om zijn tweede doelpunt van de wedstrijd te maken. Met zes goals staat hij bovenaan de topscorerslijst.

Van alle 365 veldspelers die op dit WK minstens 150 speelminuten hebben gemaakt, legt Lionel Messi volgens Stats Perform ruim de minste afstand per 90 minuten af: 8,25 kilometer. De speler met de meeste meters per 90 minuten is de Jordaniër Noor Al Rawabdeh, hij komt tot 12,59 kilometer.

Opvallend aan de meters van Messi is dat hij het leeuwendeel daarvan ook nog eens op wandeltempo loopt. Zijn gemiddelde snelheid ligt onder de 5 kilometer per uur, wat voor een voetballer erg laag is.

Tegelijkertijd kwam de achtvoudig Gouden Bal-winnaar tegen Oostenrijk wel tot 71 balaanrakingen. Dit komt neer op één aanraking per 75 seconden. Twee dagen voor zijn 39ste verjaardag werd Messi hiermee de oudste aanvaller – sinds Opta vanaf 1966 deze statistieken bijhoudt – die in een WK-wedstrijd meer dan vijftig balaanrakingen had.

Messi’s tegenpool is een bekende: Ismael Saibari. De Marokkaan, die in alle groepsduels scoorde, noteerde in de eerste twee speelrondes de meeste sprints van alle spelers en staat ook bovenaan de lijstjes met afgelegde meters op hoge intensiteit. En dat terwijl de middenvelder, die van PSV naar Bayern München gaat, tegen Oranje al zijn 58ste duel van het seizoen kan gaan spelen.

‘De drinkpauzes veranderen het karakter van een wedstrijd ’ Thomas Tuchel, bondscoach Engeland

Nederland was in de tweede groepswedstrijd tegen Zweden heer en meester in de openingsfase. Oranje maakte twee doelpunten, schoot vier keer richting het doel en had weinig tot niets te duchten van Zweden (één schot).

Maar toen bondscoach Graham Potter tijdens de eerste drinkpauze na 22 minuten de kans kreeg om de tactiek aan te passen, kantelde de wedstrijd. In het tweede deel van de eerste helft was Zweden de bovenliggende partij. De ploeg van Potter loste acht schoten, Nederland nog maar één.

Ook Kroatië deed het in het openingsduel tegen Engeland na de verplichte drinkpauze van drie minuten in de eerste en tweede helft beduidend beter. De Fifa voerde de nieuwe regel naar eigen zeggen in om te anticiperen op de hoge temperaturen tijdens het toernooi en oog te houden voor het ‘welzijn van de spelers’.

Maar volgens bondscoach Thomas Tuchel van Engeland hebben de drinkpauzes, waardoor wedstrijden op het WK als het ware uit vier kwarten bestaan, een bijkomend effect: ‘De drinkpauzes veranderen het karakter van een wedstrijd veel meer dan ik had gedacht.’

Tuchel is niet de enige die er zo over denkt. Bondscoach Murat Yakin van Zwitserland zei dat hij tegen Bosnië en Herzegovina bewust tot de tweede drinkpauze had gewacht om te wisselen, ‘omdat de tegenstander dan niet direct kan reageren’. Zwitserland scoorde vier keer in het laatste kwart (4-1-winst).

Ook bij analist en coach Robert Maaskant overheerst het gevoel dat de drinkpauzes hun stempel drukken op het momentum van de wedstrijden. ‘Het is een stuk makkelijker om iets over te brengen als je je hele ploeg bij elkaar hebt, dan dat je in een kolkend stadion vanaf de zijlijn moet gaan schreeuwen. Vaak bereik je dan alleen de spelers die dicht bij jou staan.’

Hij noemt bovendien nog een belangrijk verschil met een blessurebehandeling of een bal die uitgaat. ‘Je weet wanneer de drinkpauze zal zijn, dus kun je al verschillende scenario’s voorbereiden. In plaats van één moment in de rust heb je nu drie momenten om invloed te hebben.’

Hij kijkt daarom uit naar de knock-outfase. ‘Voor mijn gevoel gaat het toernooi nu pas echt beginnen en kan de invloed van een coach bepalend zijn. Het is nu makkelijker om een tactische meesterzet te doen.’

Toch laten de cijfers van Stats Perform iets anders zien. Het databureau meent dat er meerdere oorzaken zijn voor het kantelen van een wedstrijd: een blessurebehandeling, wissels, de tussenstand, een bal die uitgaat of een stevige tackle.

‘Er bestaat geen twijfel dat het momentum bij Nederland - Zweden veranderde, maar in de meeste wedstrijden is er geen duidelijk verschil zichtbaar tussen het spel voor en na de drinkpauzes’, schrijft Stats Perform in een artikel op de eigen site. ‘Alleen vallen de momenten waarop er wél een omslag plaatsvindt nu meer op dan vroeger, toen er nog geen drinkpauzes waren.’

‘Dit is het toernooi van de keepers’ Thibaut Courtois, doelman van België

Doelman Eloy Room van Curaçao grapte na de tweede groepswedstrijd tegen Ecuador (0-0) dat er een ‘standbeeldje’ van hem op het eiland moest komen. De in Nijmegen geboren keeper leverde een historische prestatie: hij verrichtte vijftien reddingen, het hoogste aantal voor een keeper in een WK-wedstrijd zonder verlenging sinds 1966.

Room was niet de enige keeper van een relatief klein land die uitblonk. De 40-jarige Kaapverdische doelman Vozinha vertolkte een heldenrol tegen Spanje (0-0) en verwierf prompt wereldwijde faam. En Iran-keeper Alireza Beiranvand bezorgde zijn land met een fenomenale reflex een punt tegen België.

Het was reden voor Thibaut Courtois, doelman van België en Real Madrid, om het WK 2026 na de tweede groepswedstrijd tegen Iran te bestempelen als ‘het toernooi van de keepers’.

Maar lang niet alle keepers blonken uit. Luca Zidane (Algerije) en Fernando Muslera (Uruguay) gingen opzichtig in de fout, terwijl volop werd gediscussieerd of Manuel Neuer (Duitsland), Jordan Pickford (Engeland) en Édouard Mendy (Senegal) niet meer hadden kunnen doen bij tegentreffers.

De keepers kregen dit WK 203 doelpunten tegen (exclusief eigen doelpunten). Volgens het model van databureau Stats Perform zijn dat er bijna 16 meer dan verwacht mocht worden op basis van de kwaliteit van een doelpoging (187,1 doelpunten). Het is voor het eerst sinds 1966 dat de keepers op basis van het model een negatieve score hebben.

Opvallend is dat het aantal schoten per wedstrijd van buiten zestien sinds 1966 meer dan gehalveerd is (van 23 naar 10,5), maar op dit WK wordt er procentueel juist vaker van afstand gescoord: 4,8 procent. Het record lag op 3,6 procent, tijdens het WK van 2018.

Volgens voormalig Engeland-doelman en BBC-analist Joe Hart ligt het deels aan de bal. Hij merkte op dat veel keepers moeite hebben om de snelheid van de Adidas Trionda goed in te schatten. ‘De bal lijkt na het schot snelheid te winnen en komt daardoor eerder bij de keeper dan verwacht’, zei hij.

‘Er is elk eindtoernooi een nieuwe bal en er is altijd wel discussie over’, zegt oud-doelman Ronald Waterreus. Hij vindt het te makkelijk om de schuld op de bal af te schuiven. ‘Keepers hebben in de voorbereiding op het WK met de bal getraind en eraan kunnen wennen.’

De zevenvoudig Oranje-international vindt het lastig om de wisselende prestaties van de keepers op het WK ‘in een frase te vangen’. Volgens hem groeiden Room (Curaçao), Vozinha (Kaapverdië) en Beiranvand (Iran) na een aantal goede reddingen zichtbaar in de wedstrijd en hoefden zij niet te dealen met de druk van een topland.

‘Als een keeper van een topland een paar goede reddingen verricht, maar ook een doelpunt tegen krijgt, zal na afloop eerder de vraag worden gesteld of hij die bal ook niet had kunnen hebben.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next