Home

In Zuid-Libanon is geen oorlog, geen vrede en geen vertrouwen in het bestand: ‘Alles is kapot’

Libanon kan eventjes ademhalen na honderd dagen oorlog, maar zo voelt het niet voor de bevolking langs Israëls ‘gele lijn’ in het zuiden. De schade is te groot en het bestand is te wankel. ‘Er zijn iedere dag schendingen, steeds ietsje groter.’

is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Voor deze reportage ging hij naar Zuid-Libanon.

Tyrus

Op een dinsdagmiddag, niet lang na het begin van de oorlog, vond Adnan Istanbouli (55) een hand. Hij schrok. Het was een mensenhand die daar tussen het grind lag, of preciezer: de hand van een vrouw, half verkoold. In zijn tien jaar als bewaker van de Unesco-erfgoedlocaties in de antieke Zuid-Libanese stad Tyrus had hij nog nooit zoiets gezien.

Even verderop lag een plukje mensenhaar. Istanbouli begreep gelijk wat er gebeurd moest zijn. Een paar dagen eerder, op 6 maart, had het Israëlische leger zes mensen gedood in een bombardement op luttele meters afstand van het Unesco-terrein. Het is een plek die met zijn duizenden jaren oude necropolis, zijn triomfboog en de best bewaarde Romeinse paardensportarena ter wereld internationale bescherming zou moeten genieten.

Bij het Israëlische bombardement op Tyrus werd een huis niettemin in één klap weggevaagd. Een stuk van de muur vloog door de lucht en landde tussen de duizenden jaren oude Romeinse zuilen. Het hoofd van de 5-jarige Sara werd nooit teruggevonden. Deze hand, besloot Istanbouli, moest van haar moeder of oudtante zijn geweest.

Misrekening

Dik drie maanden na het bombardement gaat de bewaker de Volkskrant voor naar de plek des onheils. De 65-jarige Ali Saleh, de grootvader van Sara, staat tussen de brokstukken alsof het gisteren gebeurd is. Hij overleefde de klap, maar verloor zijn halve familie. ‘We dachten dat we hier veilig zouden zijn’, mompelt hij hoofdschuddend.

Hij bedoelt: vanwege de nabijheid van het Unesco-erfgoed, dat volgens het internationale verdrag van Den Haag uit 1954 beschermd zou moeten zijn tegen bommen. Dat bleek een misrekening.

Na vragen van deze krant mailt het Israëlische leger dat er op de bewuste plek een ‘wapenopslagplaats’ van de militante groepering Hezbollah stond, zonder daar bewijs voor te leveren. Zowel in Libanon als eerder in Gaza heeft Israël veelvuldig onschuldige burgers gedood.

Adempauze

Sinds deze week ligt er een staakt-het-vuren, en dus is het stil in de stad, slechts onderbroken door een uitbundig kraaiende haan. Gezinnen die tijdens de oorlog zijn gevlucht, keren druppelsgewijs terug. Na een oorlog van honderd dagen die ruim vierduizend mensen het leven kostte, kunnen Libanezen eventjes collectief ademhalen, al heerst er over de slagingskansen van het bestand grote scepsis.

In de raamovereenkomst die Amerika en Iran half juni overeenkwamen, is sprake van de bescherming van Libanons ‘territoriale soevereiniteit’, maar daar trekt het Israëlische leger zich weinig van aan. Net als eerdere bestandsakkoorden die Israël in het post-7-oktobertijdperk sloot, oogt ook dit wankel. Sinds dinsdag zijn er bij Israëlische luchtaanvallen zeven mensen gedood.

‘Er zijn iedere dag schendingen, steeds ietsje groter’, schampert Istanbouli. ‘Ze hopen dat we terugslaan. Dan hebben ze een excuus om de oorlog te hervatten.’ Met ‘we’ doelt hij op Hezbollah, dat samen optrekt met Iran. Zijn broer was een strijder en kwam tijdens deze oorlog om het leven.

Het woord ‘vrede’ zul je Libanezen niet horen gebruiken, daarvoor is de situatie te wankel. Een kwartier ten zuiden ligt de zogeheten gele lijn, een kunstmatige grens die Israëls zelfverklaarde ‘bufferzone’ markeert. ‘Zolang ik minister-president ben’, verklaarde de Israëlische premier Benjamin Netanyahu deze week, ‘komt er geen militaire terugtrekking.’

Lange lijst bezetters

Het vooruitzicht is onheilspellend. De vorige keer dat Israël Zuid-Libanon inlijfde, in 1982, duurde de bezetting liefst achttien jaar.

Israëlische tanks rolden destijds Tyrus binnen, waarmee Israël zich voegde in een lange rij bezettingslegers. Vrijwel iedere grootmacht uit het Middellandse Zeegebied nam het de voorbije millennia in, van de Babyloniërs tot Alexander de Grote en van de Feniciërs tot de Romeinen.

‘Ik keer me tegen u, Tyrus’, profeteerde de profeet Ezechiël met vooruitziende blik in het Oude Testament. ‘Ik zal een vloed van volken op u afsturen, ze zullen op u afstormen als de golven van de zee!’

Bedolven mozaïek

Naarmate de oorlog dit voorjaar escaleerde, groeide internationaal de angst dat de Unesco-zones door Israëls zware bombardementen geraakt zouden worden. Zover kwam het niet, althans: voltreffers bleven uit.

Toch is er schade, als gevolg van twee à drie luchtaanvallen in de directe nabijheid. Een mozaïek ligt bedolven onder beton en gruis. Istanbouli wijst naar een Korinthisch versierd kapiteel dat van een zuil is afgeknald, als gevolg van een klap door een ijzeren buis.

‘Een stuk van een generator’, zegt hij. ‘Het is losgekomen bij een bombardement, en daar neergekomen.’ Het geld voor de renovaties zal door donoren moeten worden opgehoest, want de Libanese regering is platzak.

De sporen van de oorlog zijn overal – in het landschap, maar ook in de hoofden van de bevolking. ‘Het zwaarste moet nog komen’, voorspelt Wael Mroueh (50), directeur van het Jabal Amel-ziekenhuis, in zijn kantoor verderop in de stad. ‘Ik zie patiënten binnenkomen die een hartaanval hebben gehad, of een zenuwinzinking, bijvoorbeeld omdat ze zagen dat het huis van de buren in puin lag. De verwoesting is onverdraaglijk.’

Tijdens de oorlog ruimde de directeur een verdieping vrij, zodat het verplegend personeel en hun familieleden in het ziekenhuis konden slapen. Ze dachten veilig te zijn, tot Israël op 1 juni een pand pal ernaast raakte. 36 stafleden raakten gewond, en werden in hun eigen ziekenhuis geopereerd.

Ondanks de gevaren besloot de directeur open te blijven. ‘Ik moest sterk zijn’, blikt Mroueh terug. ‘Ik mocht niet omvallen.’ Hij begraaft zijn hoofd in zijn handen. Een flinke slok water, twee tissues, dan gaat het weer.

Halfduister

Libanon oogt als een dolende in het halfduister – geen oorlog, geen vrede. Door de Straat van Hormuz te blokkeren, wist het Iraanse regime meer diplomatiek overwicht te creëren dan het decennialang heeft gehad. Op die manier kon het de Amerikaanse president Trump dwingen Netanyahu in te snoeren, om op die manier de bombardementen in Libanon te stoppen.

In een interview jubelde Hezbollah-functionaris Wafiq Safa dat Teheran op weg is ’s werelds ‘vierde macht’ te worden, na de traditionele grootmachten Amerika, China en Rusland. In hoeverre Iran zijn overwicht echter kan blijven gebruiken, weet niemand.

Tebnine

Dieper zuidwaarts, aan de rand van spookdorp Aaita al-Jabal, doemt de ‘gele lijn’ op in de vorm van een rood-wit afzetlint. Daarachter begint een 10 kilometer diepe bezettingszone, vrij van burgers, vrij van leven. Het ene na het andere Libanese dorp gaat met bulldozers tegen de vlakte.

Netanyahu’s regering herhaalt voortdurend geen territoriale ambities te koesteren, maar wil het gebied tegelijkertijd voor ‘onbepaalde tijd’ vasthouden. Het komt neer op ‘annexatie’, zegt een westerse diplomaat in Libanon op voorwaarde van anonimiteit.

Het rood-witte lint blijkt een vondst van het Libanese leger, bedoeld voor de eigen burgers: tot hier en niet verder. In het volgende dorp, Haddatha, zitten de Israëliërs, aldus een 34-jarige sergeant die geen toestemming heeft om met de pers te praten en daarom niet met zijn naam in de krant wil. Met een pantserwagen blokkeren zijn mannen het spookachtig stille straatje.

Gevraagd naar het bestand, wil de sergeant zich niet aan een voorspelling wagen. ‘Dat is het werk van God.’

Zwakste leger in Midden-Oosten

Duidelijk is wel dat zijn leger niet is opgewassen tegen de Israëlische drones en F-16’s. Het Libanese leger (afgekort LAF) is vermoedelijk het zwakste leger in het Midden-Oosten, een logisch gevolg van een net zo zwakke staat. Het kan hooguit fungeren als een stootkussen tussen Hezbollah aan de ene kant en Israël aan de andere.

En als Israël door het lint breekt? ‘Dan trekken we ons terug’, zegt de sergeant. Terugschieten is niet de bedoeling.

Het omgekeerde, een Israëlische terugtrekking, is veel ingewikkelder, maar niet onmogelijk. Deze week spraken Libanese en Israëlische diplomaten elkaar onder Amerikaanse bemiddeling in Washington over de creatie van een handvol ‘pilot-zones.’ Het gaat om dorpen waar Israël zich zou moeten terugtrekken, waarna de LAF in het gat stapt, om op zijn beurt Hezbollah buiten de deur te houden.

In het eerstvolgende stadje, Tebnine, zwengelt de 37-jarige Hassan (‘geen achternaam’) een accu aan, zodat zijn koffiezetapparaat tot leven komt. ‘Wat ben je voor leger als je je eigen grenzen niet verdedigt?’, briest hij in een wolk sigarettenrook.

Zoals veel inwoners van het zuiden beschouwt hij het leger als een bende slappelingen. ‘Hoe kun je met de vijand onderhandelen, terwijl het bloed van de martelaren nog vers is?’ Na een tweede peuk: ‘Zolang de bezetting voortduurt, zal er verzet zijn van Hezbollah.’

‘Israël wil het gebied leeg’

Dat zijn koffiezaak de oorlog heeft overleefd, mag een klein wonder heten: aan weerszijden van het café liggen panden in puin door een Israëlisch bombardement. Hassan lag naar eigen zeggen te slapen toen het gebeurde. Hij moest met een graafmachine uit het pand worden getakeld, getuige een foto op zijn telefoon.

Een bebaarde man in het kenmerkende zwart van Hezbollah is intussen schuin tegenover de koffiezaak verschenen, verwoed in de weer met een veldtelefoon. Zelf draagt Hassan op zijn rechterarm een tatoeage van Hezbollahs zusterpartij Amal, die eveneens strijders naar het front stuurde. Op de vraag of hij gevraagd werd mee te vechten, volgt een stilte en dan een veelbetekenende glimlach.

Zijn stamgasten hebben hun blik gericht op hun telefoons. Volgens het laatste nieuws is in een dorp verderop een bulldozerchauffeur gewond geraakt bij een Israëlische droneaanval, waarna hij is overgebracht naar het ziekenhuis van Tebnine. De man zou bezig zijn geweest de straat puinvrij te maken.

Ali Kaddouh (32), een van Hassans klanten, heeft zijn conclusie paraat. ‘Israël wil niet dat mensen terugkeren naar hun dorpen. Ze willen dit gebied leeg houden.’

Nabatieh

In Nabatieh, verderop langs de gele lijn, staan de gezichten nog nerveuzer. Aan de rand van de stad is eveneens een Israëlische droneaanval gemeld, op een rijdende auto, met twee doden tot gevolg. Strijders, aldus Israël. Onschuldige mannen, aldus Hezbollah.

Het is Asjoera, de maand waarin sjiitische moslims rouwen om de dood van Hoessein (neef van profeet Mohammed) in de slag om Karbala, en dus is de lokale moskee gedrapeerd in zwarte banieren. Vrouwen dragen portretten van hun broers, vaders, zonen, omgekomen in de oorlog. Hun ‘martelaarschap’ wordt als eervol gevierd, zeker nu ze in één adem genoemd worden met dat van Hoessein, 1.400 jaar geleden.

Vanaf een podium draagt een sjeik zangerig het verhaal voor, links en rechts gevolgd door gesnik, steeds luider. Vroomheid en smart vloeien in elkaar over.

Geluidloze drone vliegt over

Jad Sayyid Ahmad (43), ambtenaar van dienst, doet niet mee aan het huilen. Hij richt in plaats daarvan zijn telefoon naar de lucht en wijst naar een bewegend, wit puntje: een Israëlische drone. ‘Deze is geluidloos’, zegt hij, ‘puur om ons in de gaten te houden. Wat is dit voor bestand?’

Ondanks het staakt-het-vuren is Nabatieh een stad van verlaten winkelstraten en gesloten rolluiken. Winkeliers durven nog niet open of kampen met grote schade. Bij de lingeriezaak van Mohammed Ezzedine (59) en zijn vrouw Abir (48) liggen de paspoppen tussen de glasscherven op de grond. ‘Alles is kapot’, bromt Mohammed terwijl hij het rolhek omhoogschuift en de winkel inspecteert.

Vier maanden lang leefden zijn vrouw en hij als ontheemden in Beiroet, nu zijn ze sinds een dag terug. Als hun Mercedes door de wijk rijdt, worden ze overal welkom geheten. ‘Hamdullilah al-salamah’, klinkt het vanaf de balkons, God zij geprezen, jullie zijn veilig teruggekeerd.

Alleen zijn dochter is in Beiroet achtergebleven, zal Mohammed later zeggen. Ze durft nog niet naar huis. Daarvoor is de toekomst te ongewis.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next