Aleksandar Vucic heeft dan toch zijn aftreden als president van Servië aangekondigd. Maandenlang weigerde hij gehoor te geven aan de grootste protesten ooit in het land, maar nu schrijft hij nieuwe verkiezingen uit.
Het kan het begin zijn van een nieuwe koers in Servië, het westelijke Balkanland dat al twaalf jaar gebukt gaat onder de autocratische en pro-Russische greep van Vucic.
De populistische president kondigde zijn vertrek aan bij een bijeenkomst voor zijn aanhangers. Officieel zou zijn termijn nog een jaar duren. Nu worden er vervroegd presidentsverkiezingen én parlementsverkiezingen gehouden, al is er nog geen datum gekozen. Vucic zei ‘nog enkele weken’ president te zijn.
Het is onduidelijk wat nu de directe aanleiding is voor zijn vertrek, maar hij geeft in elk geval gehoor aan de belangrijkste eis van betogers die al anderhalf jaar de straat op gaan om tegen zijn regime te betogen.
Die protesten begonnen in het najaar van 2024. Op 1 november van dat jaar stortte het afdak van een station in de stad Novi Sad in. Vijftien mensen kwamen daarbij om het leven. Dat station was net gerenoveerd; voor de demonstranten het bewijs dat de gebrekkige kwaliteit van de nieuwbouw het gevolg was van de wijdverspreide corruptie in Servië.
Studenten gingen de straat op en de demonstraties mondden uit in een groot protest tegen Vucic en zijn regering. De protestbeweging groeide uit tot de grootste ooit in Servië. Vucic wilde daar aanvankelijk niets van weten en reageerde met steeds hardere taal (‘Ik ben de president en laat de straat niet de regels bepalen’) en steeds harder ingrijpen. Vorig jaar zomer raakten in verschillende Servische steden demonstranten slaags met de oproerpolitie. Maar ook daarna gingen de protesten door.
Aleksandar Vucic was eind jaren negentig minister van Informatie in de regering van Slobodan Milosevic, onder wiens regime Servië vele oorlogsmisdaden pleegde. Hij werd in 2014 premier van Servië namens de Servische Progressieve Partij (SNS), die toen al twee jaar aan de macht was. Drie jaar later werd hij president. Dat was aanvankelijk een tamelijk ceremoniële functie, maar Vucic zette het presidentschap volledig naar zijn hand: de premier en andere ministers waren van zijn partij en werden louter zijn uitvoerders.
Onder Vucic’ bewind is Servië steeds verder van Europa afgedreven. Vucic onderhoudt zeer nauwe banden met de Russische president Poetin en sluit vergaande handelsdeals met China, waarbij de Chinese regering fors investeert in onder meer de Servische infrastructuur.
De corruptie tiert welig in Vucic’ Servië. Serieuze oppositie verdween en grote mediabedrijven kwamen in handen van ondernemers met nauwe banden met de president. Vucic liet Europa links liggen; de toetredingsgesprekken met de EU die in 2014 zijn begonnen, zijn goeddeels stil komen te liggen.
Vanwege de rol van de Navo in de Joegoslaviëoorlog waren Serviërs al geen grote enthousiastelingen over westerse bondgenootschappen, maar onder Vucic daalde het percentage Serviërs dat voor aansluiting bij Europa is tot minder dan 40 procent, ten opzichte van 55 procent in 2014. In omliggende westelijke Balkanlanden is de eurofilie vele malen groter.
De aankondiging van zijn vertrek betekent overigens niet dat de demonstranten definitief van Vucic af zijn. Hij zei nog een rol te willen spelen bij de verkiezingen. ‘We zullen overtuigender dan ooit winnen bij volgende verkiezingen’, zei Vucic. Hij speelde er eerder al op om na zijn huidige termijn premier te worden.
In de huidige peilingen gaat zijn coalitie nog steeds aan kop met zo’n 47 procent. Toch lijkt er voor de demonstranten enige hoop op verandering. De studenten die de protesten aanvoeren, zijn een politieke partij aan het oprichten. Een dergelijke Studentenlijst, zoals het initiatief in Servië wordt genoemd, peilt sinds kort op zo’n 30 procent. Zo dichtbij Vucic is de versplinterde Servische oppositie al jaren niet geweest.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant