Home

Er bestaat geen opt-out voor de wielercultuur

Ik heb het gedaan. Ik heb een fiets gekocht. Zo’n snelle. Althans; lichtgewicht, veel versnellingen, aerodynamisch frame, vlotte bandjes, zo’n raar krom stuur erop. Aan het model zal het niet liggen.

Zodra ik de winkel verlaat met mijn nieuwe aanwinst, voel ik mij direct een sukkel. Tot mijn lekenverbazing zijn pedalen niet inbegrepen. Die moet je er zelf los bijkopen. Alsof die optioneel zouden zijn.

Nadere inspectie verzekert mij ervan dat de rest van de – naar mijn mening essentiële – onderdelen er wel op zitten. Zadel; check. Remmen; check. Voorwiel; ook check.

Een pedaalloze fiets. Het moet niet gekker worden. Het schijnt de standaard te zijn in ‘de wielerwereld’. Een wereld waar ik helemaal geen onderdeel van wens te zijn, maar waar geen opt-outclausule voor lijkt te bestaan. Je hebt je er nu eenmaal toe te verhouden bij aanschaf van zo’n krulstuurfiets.

Over de auteur

Mischa Daanen is redacteur. In de maand juni is hij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Met het schaamrood op de kaken terug de winkel in. De verkoper kijkt me aan alsof ik zojuist met bedekt bovenlijf voor een hyrox-event ben komen opdraven, en wijst mij op een stellage achter in de winkel. Een rijk assortiment aan pedalen, in alle soorten, maten, materialen, uitvoeringen en gewichtsklassen denkbaar. Met vermogensmeter, zonder vermogensmeter. De keuze is weer eens reuze. Weet ik veel: gewoon trappers. Niet van die gekke waar dan weer een speciale schoen voor nodig is hoor.

Het wordt een ‘goedkoop’ (een relatief begrip in de wielersport) setje aluminium pedalen dat er wel vlot uitziet voor zijn prijsklasse. In bijpassende kleur. Het oog wil immers ook wat. Zonder reflectoren erop. Dat lijkt me niet stoer. Ik reken af, laat ze erop monteren – dat kon dan wel weer bij de prijs in – en stap opnieuw naar buiten, dit keer met een aandrijfbare fiets.

Na enkele ritjes begin ik het onder de (en aan m’n) knie te krijgen; heb ik het hendeltje gevonden om terug te schakelen, wat randattributen als slot, helm, verlichting en fietscomputer aangeschaft en een verzekering afgesloten. Zowel het avontuurlijke element als het beoogde budget is daarmee direct om zeep. Nu zal ik ‘m gaan gebruiken ook.

Mooi weer, zonnetje, windstil. Amsterdam-Zwolle: 100 kilometer, minimaal. Niet gek voor een beginneling. Ik heb er lol in. De hele rit. Muziekje op, broodjes mee. Halverwege een stop, uitkijkend over het IJsselmeer.

De pret bederft pas wanneer ik een stel medetweewielers tegen het lijf loop. Op het terras. In groepsverband. Schijnbaar het ergste soort.

‘Lekker aan het karlopen?’, vraagt een zongebruinde, volledig in spierwit lycra gehulde zondagsatleet mij. Op minstens zulke witte klikpedaalschoenen die ogen alsof ze net uit de doos komen loopt hij ietwat klungelig doch zelfverzekerd over het tegelterras. Zijn net zo pezige metgezellen gehuld in hetzelfde kraakhelder wit volgzaam achter hem aan. Hij is duidelijk de leider van de roedel.

Ik slik een hap appeltaart weg. ‘Pardon?’

Wenkend naar mijn lege schoteltje:Carb-loaden.’ ‘Lekker koolhydraten aan het eten?’
‘O, ja, I guess so …?
‘Smakelijk.’ ‘Wat rijd je?’

Ik slik het woord ‘fiets’ nog net in – samen met een hap slagroom, en wijs naar de mijne. ‘Die paarse daar’, alsof de situatie daarmee nog te redden valt.
‘1x of 2x groepset?’
Ik weet niet of het een strikvraag is om mij te testen, of oprechte interesse. Het juiste antwoord weet ik evenmin. Ik besluit voor antwoord A te gaan.

‘1x’, zeg ik vastberaden. Even twijfel ik nog om er iets nietszeggends aan toe te voegen om mijn onwetendheid te verbloemen. Iets neutraals en multi-interpretabel als ‘standaard afgemonteerd, of ‘om voor de verandering eens te proberen’. Een kunstje waarmee ik mijn onwetendheid over voetbal, of welke sport dan ook, al jaren succesvol weet te verbergen: ‘Goed schot’, ‘strakke pass’, ‘wat een prutser’.

Onzeker of ik zijn toetsing heb doorstaan, observeert hij mij vluchtig van top tot teen: oude versleten sneakers, te wijde trainingsbroek, rugzakje mee, allesbehalve gestroomlijnde zonnebril op mijn voorhoofd. Een eclectische mix van onsportiviteit en amateurisme.

‘Goeie appeltaart hier trouwens’, wenk ik hém nu toe, en draai mij om.
De aerodynamische meneer voegt zich bij de rest van z’n aerodynamische vrienden.
‘Harm, wat moet jij hebben? Appeltaartje?’

Harm. Dan ben je ook wel echt in de wieg gelegd om ieder weekend in herniahouding voorovergebogen met je kin op het stuur luchtweerstand te trotseren en het resultaat ervan op Strava te delen.
‘Doe maar wat. Iets met veel koolhydraten.’
‘Ik zal vragen of ze er wat extra aan toe kunnen voegen.’
Allemaal lachen.

Verzadigd en voldaan stap ik weer op mijn fiets. Even gauw googelen levert 1x groepset op voor dit model. Glimlachend fiets ik verder. De carbs doen hun werk.

Niet veel later word ik, op mijn opvallende paarse fiets en gehuld in minstens zo herkenbare kledij, ingehaald door een razendsnelle in het wit gehulde ploeg. Zonder omkijken.

Bekijk het maar, met jullie naadloze wielrenbroekjes met gevoerde kontkussentjes.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next